Vogelkiekjes/XLII

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
XLI. Vogelkiekjes (1910) van Jacob Daalder

XLII

XLIII.


[ 138 ] [ 139 ]
 

XLII.


Klein, maar dapper.


Zie, een koekoek!

0, neen! 't Is een vogel, die er in houding en vederkleed op gelijkt, maar hij heeft heel wat onedeler eigenschappen, dan de nuttige koekoek. 't Is een sperwer, een drieste roover, die zijn prooi op geweldige wijze vervolgt dikwijls.

Ja, zoo'n sperwer gelijkt door zijn breeden waaierstaart veel op den koekoek, vooral op eenigen afstand, en die gelijkenis heeft het praatje in de wereld gebracht, dat de koekoek in het najaar in een sperwer en in het voorjaar weer in een koekoek verandert. De nuttige rupsenverdelger van den zomer zou dus des winters een gevreesde roofvogel zijn, die geen vogeltje ontziet, en zijn prooi zoo geweldig vervolgt, als geen enkele andere vogel dat doet! Zoo'n metamorphose is onbestaanbaar. Doch er zijn nog tal van menschen, die haar voor waar houden, en des zomers den nuttigen koekoek dooden, om des winters geen last van den sperwer te hebben.

't Treft wel toevallig, dat de koekoeken in het najaar ons verlaten, ongeveer op denzelfden tijd, wanneer vele sperwers uit Noordelijker streken hier komen wonen. De eerste ziet men niet gaan en de laatste kondigen hun komst niet aan, en daarom blijven het in het oog van den leek dezelfde vogels. En daarbij zouden dan de klimvoeten van den koekoek moeten veranderen in de grijpklauwen van den sperwer en de rechte koekoeksnavel zou een echte roofvogelbek moeten worden! We [ 140 ] mogen het niet gelooven, omdat het geheel onwaar is, en we zijn verplicht, anderen dit geloof te ontnemen, omdat een dergelijke leugen den koekoekenstand niet mag benadeelen.

Zie, daar schiet onze sperwer met kracht op een spreeuw aan! De positie van onze panlijster (veelvuldig voorkomende benaming voor den spreeuw) is niet te benijden. Zoo snel zijn wieken hem kunnen dragen, schiet hij vooruit in de richting van het bosch, waar hij veiligheid hoopt te vinden, doch de vervolger dwingt hem tot eene zwenking naar rechts. Ha, daar is een geopende bloembollenschuur! Daar zal de spreeuw veilig zijn! Maar ook daar volgt hem de op bloed en warm vleesch beluste sperwer, die zich in zijne blinde vervolging niet eerst overtuigt, of zich ook personen in de schuur bevinden. Na eenige rondgangen schieten de beide vogels weer naar boven. Is er dan geen uitkomst meer voor onzen spreeuw? Op slechts korten afstand schieten ze langs ons heen, en de meters tusschen vervolger en vervolgde krimpen in tot decimeters. Nog ééne poging wil de spreeuw aanwenden! Daar staat een kippenhok, en in wilde vlucht gaat het door de kleine opening er van. Maar ook hier volgt hem de booze. We hooren een kort geschreeuw. Het zijn de stervenskreten van een vogel, die ons heeft doen zien, dat de strijd om het bestaan in de lucht dikwijls op even hevige wijze gestreden wordt, als op en in de aarde en in de diepte der zee.

Groot is het aantal kleine vogels, dat des winters door sperwers omgebracht wordt, en alleen bij gebrek aan vogelvleesch stellen zij zich met muizen tevreden.

Wanneer men een menschenpaartje ontmoet, waarvan [ 141 ] de dame aanmerkelijk grooter is dan haar cavalier, dan spreekt men meermalen van „de kerk is grooter dan de toren". Nu, bij de sperwers kan men dit altijd zeggen. Het mannetje bereikt een lengte van 3 d.M., het wijfje wordt wel 6 c.M. langer. Ook de kleuren verschillen, daar het oud mannetje op de bovendeelen vrij donker leiblauw, en het wijfje donkergrijs is. Ook houden de beide seksen zich dikwijls op verschillende plaatsen op, daar de mannetjes liefst bij afgelegen boschranden en boomgroepen leven, en de wijfjes, die het in brutaliteit verre van de mannetjes winnen, meer verblijf houden bij de door menschen bewoonde plaatsen, tot zelfs bij dorpen en steden.

Al deze zaken hebben er toe bijgedragen, om elke der beide seksen voor afzonderlijke soorten te doen aanzien. De Mosket, zooals het mannetje eerder wel genoemd werd, stond bij de valkenieren niet in aanzien, maar het wijfje, dat dan de eigenlijke sperwer zou zijn, werd gedurig afgericht tot het vangen van patrijzen, lijsters en andere kleine vogels, en ze werd geprezen om haar moed en hare volharding. De driestheid van het hongerige sperwerwijfje grenst soms aan het ongelooflijke. Noumann verhaalt, dat hij een sperwer onverhoeds een reiger zag aanvallen, die kalm over een bosch vloog. De kleine roover greep den grooten steltlooper in den nek, en beide vogels kwamen nu „unter grässlichem Geschrei” uit de lucht vallen.

Mr. R. Baron Snouckaert van Schauburg deelde mij mede, dat hij eens op zijn balkon een sperwer en een koperwiek beide dood vond liggen. De lijster had blijkbaar, om aan de vervolging te ontkomen, veiligheid [ 142 ] binnenshuis willen zoeken, doch vervolgde en vervolger hadden zich te pletter gevlogen tegen de dikke ruit.

Meer brutale stukjes zouden uit het leven van den Astur nisus nisus (L.), zooals de sperwer wetenschappelijk heet, genoemd kunnen worden, doch 't is genoeg.

We willen het als een geluk beschouwen, dat dit roovertje slechts in klein aantal bij ons broedt.