Coalitieakkoord 2007/Duurzame leefomgeving

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie
Opgaven voor Nederland: zes pijlers · I Een actieve internationale en Europese rol · II Een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie
III Duurzame leefomgeving · IV Sociale samenhang · V Veiligheid stabiliteit en respect · VI Overheid en dienstbare publieke sector
Financieel kader 2008-2011


III. Duurzame leefomgeving. Respect voor het leven van mens, dier en natuur is het leidende beginsel. Een nieuwe balans tussen ecologie en economie is nodig, waarbij economische dynamiek en ecologische ontwikkeling met elkaar worden verbonden. We zullen onze manier van produceren en consumeren zo moeten veranderen dat verdere aantasting van ecosystemen wordt voorkomen. De druk op het milieu moet omlaag. Door toepassing van nieuwe innovatieve technologieën en een bewuster gedrag kan veel vooruitgang worden geboekt voor mens en milieu. Hier liggen ook grote kansen voor nieuwe economische activiteiten en versterking van ons concurrentievermogen. Nederland kan hierbij voortbouwen op zijn sterke, innovatieve traditie als waterland.

Ontwikkeling van markten voor duurzame producten.[bewerken]

1. Er zal - met alle de overheid ten dienste staande middelen - worden ingezet op een versnelde introductie van nieuwe schone technologieën, mede gericht op het verwerven van een economische voorsprong van ons land. Vooral in die sectoren waarin Nederland traditioneel een vooraanstaande plaats inneemt: energie, water en voedingsindustrie (o.a. Food Valley). Kennis- en innovatiebeleid zullen hier nog meer op worden gericht.

2. Onze ambitie is dat Nederland de komende kabinetsperiode grote stappen neemt in de transitie naar één van de duurzaamste en efficiëntste energievoorzieningen in Europa in 2020:

a. Het streven is een energiebesparing van 2% per jaar, een verhoging van het aandeel duurzame energie tot 20% in 2020 en een reductie van de uitstoot van broeikasgassen, bij voorkeur in Europees verband, van 30% in 2020 ten opzichte van 1990. Gezocht zal worden naar een kosteneffectieve mix van maatregelen om reductie van CO2-emissies te realiseren. Binnen Europees verband wordt gestreefd naar gezamenlijke inspanningen als vervolg op het Kyoto-protocol.

b. Er komt een MEP-regeling gericht op innovatie en het versneld concurrerend maken van duurzame energie, die in het bijzonder kleine ondernemers stimuleert en investeringszekerheid biedt.

c. Investeringen in de energie-efficiëntie van de bestaande woningvoorraad worden gestimuleerd.

d. Er worden deze kabinetsperiode geen nieuwe kerncentrales gebouwd. De kerncentrale Borssele blijft open.

3. Water is een dominant structurerend element van de inrichting van Nederland. Het watermanagement in ons land wordt opnieuw bezien in het licht van klimaatverandering. Daarbij horen het werken aan veilige dijken en versterking van de kustverdediging. De veiligheid tegen overstromingen zal worden verbeterd, door zwakke dijkvakken langs de kust aan te pakken en het programma ‘ruimte voor de rivier’ uit te voeren. Er komt een langetermijnstrategie voor veiligheid tegen overstromingen. Daarbij zullen de jongste inzichten uit wetenschappelijk onderzoek worden betrokken.

4. Waar de mate van milieuvervuiling en milieubevordering onvoldoende in de marktprijzen tot uiting komt, zullen waar mogelijk positieve en/of negatieve financiële prikkels – heffingen, gedifferentieerde belastingen en (tijdelijke) subsidies – worden ingevoerd. Op die manier wordt duurzame productie en consumptie gestimuleerd. De noodzaak van een Europees gelijk speelveld zal hierbij niet uit het oog worden verloren. Uitgangspunt is dat heffingen pas aan de orde zijn als consumenten of bedrijven alternatieven voor hun milieubelastende gedrag hebben.

Ontwikkeling van de ruimte.[bewerken]

1. De ruimtelijke inrichting wordt in belangrijke mate lokaal bepaald. Het Rijk stelt structuurvisies op voor ruimtelijke ordeningsvraagstukken en projecten die het lokale en/of regionale niveau overstijgen. De nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening en de Nota Ruimte geven daartoe de mogelijkheden en definiëren ook de positie en verantwoordelijkheden van medeoverheden als het gaat om de inrichting van Nederland. Aanpassing aan de gevolgen van de klimatologische ontwikkelingen zullen een voorname rol spelen bij de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling.

2. Ruimtelijke projecten, zoals de ontwikkeling van de Nationale Landschappen, de mainport Schiphol, de Noord- en Zuidvleugel en de verdere ontwikkeling van Almere, Zuid-Oost Brabant en Noord Limburg worden in samenhang bezien met infrastructuur en (openbaar) vervoer. In plaats van het MIT komt er een Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).

3. Aan de mainportfunctie van de Rotterdamse haven wordt groot belang gehecht voor onze nationale economie. Goede achterlandverbindingen spelen hierbij een belangrijke rol. Het goederenvervoer over water en de innovatie van de binnenvaart zullen worden gestimuleerd. Hiervoor zullen extra middelen beschikbaar komen.

4. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit wordt verder uitgevoerd en waar mogelijk worden lokale knelpunten versneld aangepakt.

5. Plattelandsontwikkeling zal een hoge prioriteit krijgen gericht op een vitaal en veelzijdig platteland.

6. Behoud van voldoende voorzieningen in kleine kernen op het platteland wordt ondersteund. Met het oog op het behoud van een vitaal platteland wordt het mogelijk gemaakt dat plattelandsgemeenten voor de eigen bevolking kunnen bouwen. De Huisvestingswet zal hiervoor worden aangepast.

7. De Europese afspraken over de hervorming van het landbouwbeleid vormen het kader voor het Nederlandse beleid. Het kabinet zal zich er bij de mid-term review in 2008/2009 voor inzetten om de huidige Europese inkomenstoeslagen in de landbouw in de toekomst meer te koppelen aan het realiseren van maatschappelijke waarden, zoals voedselveiligheid en voedselzekerheid, het in stand houden van het landschap en de zorg voor milieu en dierenwelzijn. De financiering van deze toeslagen dient te geschieden binnen een communautair kader. De agrarische sector moet zich kunnen blijven ontwikkelen door het stimuleren van innovatie, diversificatie, en biologische landbouw, en het beheer van natuur en landschap.

8. In overleg met de visserijsector zal worden bezien hoe de sanering als gevolg van recente besluitvorming in de EU vorm moet krijgen en door de overheid kan worden begeleid.

Dierenwelzijn[bewerken]

1. De inzet is te komen tot een verdere verbetering van het dierenwelzijn. Nog dit jaar zal een nieuwe Nota Dierenwelzijn worden uitgebracht, waarin het dierenwelzijnsbeleid wordt uitgewerkt.

2. Met kracht zal worden gestreefd naar aanscherping van wettelijke eisen in Europees verband.

3. Grote nadruk zal liggen op het stimuleren van innovaties en investeringen in diervriendelijke houderijsystemen en van de consumentenvraag naar diervriendelijke en duurzame producten. Investeringen in diervriendelijke houderijsystemen die verder gaan dan de wettelijke eisen zullen worden ondersteund.

4. De strafmaat voor dierenmishandelaars zal worden verhoogd en aan hen zal een verbod op het houden van dieren worden opgelegd. De handhaving van bestaande regelgeving voor dierenbescherming en dierenwelzijn zal de komende jaren worden geïntensiveerd.