Coalitieakkoord 2007/Een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie
Opgaven voor Nederland: zes pijlers · I Een actieve internationale en Europese rol · II Een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie
III Duurzame leefomgeving · IV Sociale samenhang · V Veiligheid stabiliteit en respect · VI Overheid en dienstbare publieke sector
Financieel kader 2008-2011


II. Een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie.

Een vitale en innovatieve economie is de basis voor duurzame ontwikkeling van onze welvaart. Nederland zal aan behoud en versterking van zijn concurrerend vermogen moeten blijven werken. Concurrentiekracht is steeds meer afhankelijk van innovatief vermogen en van de mate waarin Nederland in staat is toegevoegde waarde en kwaliteit te leveren. Essentieel daarvoor zijn: een goed opgeleide en toegeruste beroepsbevolking, hoogwaardige kennis en kunde, ondernemingszin, een gunstig investeringsklimaat en een verantwoorde ontwikkeling van de loonkosten. Creativiteit is de bron van innovatie.

Economie en ondernemerschap[bewerken]

1. Ondernemingen, maatschappelijke organisaties en instellingen en de mensen die daarin werken, verdienen het vertrouwen en de ruimte om zich voluit te kunnen ontplooien.

2. Zelfstandig ondernemerschap zal worden gestimuleerd. Het wordt gemakkelijker gemaakt om de overstap te zetten van werknemerschap naar ondernemerschap en omgekeerd. Het starten van een eigen onderneming ook naast de dienstbetrekking zal - mede fiscaal - worden gestimuleerd. Bijzondere aandacht zullen startende ondernemingen in oude achterstandswijken krijgen.

3. Bestaande durfkapitaalregelingen zullen worden gebundeld en effectiever ingezet, gericht op een goede toegang tot de kapitaalmarkt voor starters en groeiende bedrijven. Ook de beschikbaarheid van micro-kredieten voor startende ondernemers wordt verbeterd.

4. Het MKB zal de komende kabinetsperiode meer aandacht en accent krijgen. De positie van het MKB wordt bevorderd door ruimere toegang tot innovatiesubsidies, innovatievouchers en overheidsopdrachten.

5. In het onderwijs krijgt ondernemerschap meer aandacht. Opname in het studieprogramma van het vak ondernemerschap wordt bevorderd. Samenwerking tussen het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven wordt gestimuleerd om een betere aansluiting van het onderwijs met de beroepspraktijk te bewerkstelligen.

6. Het oplopende tekort aan technici en technologen vraagt om een gerichte aanpak. Een in te stellen taskforce “technologie, onderwijs en arbeidsmarkt” zal worden gevraagd daarvoor advies te geven en actie te ondernemen.

7. Het project vermindering regeldruk bedrijven zal worden gecontinueerd: de inzet is een nieuwe tranche van 25% reductie administratieve lasten.

8. De procedure van vergunningverlening voor bedrijven wordt - door bundeling van vergunningen en ruime toepassing van het instrument van de lex silentio positivo - zo aangepast dat vergunningen aanzienlijk sneller worden verleend.

9. Het oneigenlijke gebruik van de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet ter verruiming van het aantal koopzondagen wordt tegengegaan.

10. Kansrijke initiatieven en betekenisvolle sectoren in de Nederlandse economie zullen mede vanuit het kennis- en innovatiebeleid gericht worden ondersteund, in het kader van de zogenaamde sleutelgebiedenaanpak.

11. In het kader van de internationale handelspolitiek (WTO Doha-ronde) wordt een verdere vermindering van tariefmaatregelen nagestreefd, ook in de landbouwsector.

Kennis en innovatie[bewerken]

Een gezonde dynamische economie kan niet zonder ontwikkeling van hoogwaardige kennis en toepassing daarvan. Nieuwe processen, producten en diensten zijn een voorwaarde voor het behoud van een sterke concurrentiekracht en gezonde economische groei.

1. Een goede samenwerking en uitwisseling tussen universiteiten, hogescholen, kenniscentra en het bedrijfsleven komt het innoverende vermogen van onze economie ten goede. Hier ligt een belangrijke maatschappelijke verantwoordelijkheid van instellingen in het (beroeps)onderwijs en van werkgevers.

2. Er wordt – met speciale aandacht voor de ontwikkeling van duurzame energie - extra geïnvesteerd in het ongebonden en zuiver wetenschappelijk onderzoek en in het onderzoek in de tweede geldstroom.

3. Aan innovatie wordt een impuls gegeven door versterking van de WBSO-regeling en een uitbreiding van de innovatievouchers.

4. De mogelijke bevordering van nieuwe innovatieve technieken zal bij aanbestedingen door het Rijk worden meegewogen. De positie van de overheid als launching customer zal worden versterkt.

5. Herijking van het reguliere vreemdelingenbeleid conform de nota ‘Naar een modern migratiebeleid’ wordt uitgewerkt in een meerjarenprogramma voor de immigratie ten behoeve van de arbeidsmarkt en door continuering en verdere verbetering van het beleid ten aanzien van “kennismigranten”. Bezien wordt of de hoogte van leges onnodige belemmeringen oplevert voor deze groepen; alsdan wordt de hoogte van deze leges aangepast.

6. Het Innovatieplatform blijft bestaan en wordt opnieuw ingericht voor de taken die in de komende periode aan de orde zijn, met bijzondere aandacht voor de deelgebieden zorg, energie en waterbeheer. De samenstelling en de betrokkenheid van de departementen zal nader worden bekeken.

Mobiliteit en infrastructuur[bewerken]

1. Er zal worden ingezet op het accommoderen van mobiliteitsbehoeften op een zodanige wijze dat de kwaliteit van de leefomgeving in afnemende mate wordt belast.

2. Om de bereikbaarheid over de weg in het algemeen en van de Randstad in het bijzonder te verbeteren, zal het systeem van kilometerheffing (gedifferentieerd naar tijd, plaats en milieukenmerken) in de komende kabinetsperiode – eventueel gefaseerd – worden ingevoerd, mits aan de randvoorwaarden van het naar rato afschaffen van bestaande belastingen (BPM, MRB, Eurovignet) en een maximale hoogte van de systeem- en inningskosten van niet meer dan 5 % van de opbrengst wordt voldaan.

3. De netto opbrengsten van de kilometerheffing komen uitsluitend ten goede aan het infrastructuurfonds, waaruit landelijke en regionale investeringsprojecten in de verkeersinfrastructuur worden gefinancierd.

4. Schiphol kan binnen de bestaande milieu- en geluidsnormen doorgroeien, waarbij woningen op grotere afstand van Schiphol beter beschermd worden tegen geluidhinder. Op korte termijn worden de mogelijkheden bezien van de ontwikkeling van Lelystad als overloop, met inachtneming van overige regionale vliegvelden.

5. De aandelen Schiphol zullen niet op de beurs worden gebracht. Het voornemen tot vernietiging van het raadsbesluit van Amsterdam inzake de verkoop van aandelen Schiphol zal niet worden uitgevoerd. Het kabinet start overleg met de luchthaven Schiphol en de gemeente Amsterdam om op een andere manier middelen vrij te maken uit het overheidsaandeel zonder afstand te doen van de zeggenschap en om de mogelijkheden voor Schiphol om vreemd vermogen aan te trekken te vergroten. De extra opbrengsten uit het overheidsaandeel in Schiphol zullen bij voorrang worden aangewend voor ontsluiting van de Noordvleugel. Ultimo 2007 zal een definitief besluit worden genomen.

6. In het stads- en streekvervoer komt ruimte om te experimenteren met tariefdifferentiatie, waaronder gratis OV voor specifieke doelgroepen.

7. We zien de NS als een maatschappelijke onderneming, die als opdracht heeft een zo groot mogelijk deel van de mobiliteitsbehoefte te accommoderen en de kwaliteit van het spoorvervoer te verbeteren.

8. De ambitie voor groei van het OV over spoor wordt bijgesteld naar 5% per jaar, de realisatie van de afgelopen twee jaren. De frequentie van treinen in en om de grote steden wordt verhoogd om zo een goed alternatief te bieden voor de auto. Aan achterstallig onderhoud aan het spoor zal worden gewerkt. Bij de opstelling van het MIRT zal in de komende jaren met deze verhoogde ambitie rekening worden gehouden.

9. Om de doorstroming op de weg te verbeteren zullen belangrijke wegcorridors voor het personen- en goederenvervoer worden verbreed en een beperkt aantal schakels worden aangelegd.

10. De Nota Mobiliteit zal leidend zijn bij de verdere uitvoering van het beleid rond het thema mobiliteit en infrastructuur. Dit uitgangspunt sluit beperkte herprioritering, mede ten gunste van de regio, niet uit.

Regionale economische ontwikkeling[bewerken]

1. Met regio’s zullen - in aanvulling op het huidige beleid - afspraken worden gemaakt over versterking van de regionale economische ontwikkeling.

2. Voor regionaal economisch beleid w.o. bereikbaarheid worden extra middelen vrijgemaakt.

3. De afspraken met Noord-Nederland over economische structuurversterking door een snelle Zuiderzeelijn-spoorverbinding zullen worden nagekomen. Indien een dergelijke snelle verbinding onvoldoende structuurversterkend rendement oplevert en/of niet verantwoord te exploiteren is, dient er, afgestemd met het Noorden en Flevoland en, uitgaande van deze afspraken, een alternatief samenhangend pakket te komen. Daarvan maken infrastructurele maatregelen een substantieel deel uit.

Onderwijs[bewerken]

Goed onderwijs is in het belang van leerlingen en van de samenleving. Ieder mens heeft talenten en mogelijkheden. Ontplooiing van talenten is waardevol voor mensen zelf en voor de samenleving. Niemand mag de school verlaten zonder afgeronde opleiding. Daarom vinden investeringen plaats in de kwaliteit van het onderwijs en wordt schooluitval stevig aangepakt. Nu de economie meer en meer een kenniseconomie wordt, komt er steeds meer behoefte aan goed opgeleide mensen. We willen tot de Europese top van wetenschappelijk onderzoek behoren. De top moet hoger, de basis breder. Ruimte geven aan het onderwijs voor betere kwaliteit, betekent vrijheid van keuze voor ouders en voor studenten. Onderwijsinstellingen krijgen meer mogelijkheden invulling te geven aan het onderwijs door vertrouwen te geven aan de professionals in het onderwijs, minder regels en minder toezicht.

1. De kwaliteit van ons onderwijs moet worden gegarandeerd. Wat leerlingen en studenten moeten kennen en kunnen aan het einde van hun leerloopbaan wordt duidelijk vastgelegd, evenals de maatschappelijke doelen van het onderwijs. Scholen krijgen meer ruimte voor de invulling daarvan. Ze leggen over resultaten verantwoording af aan ouders, studenten en minister. Als de kwaliteit te kort schiet moet de minister snel en effectief kunnen ingrijpen. Bij goed presteren van onderwijsinstellingen zal sprake zijn van vermindering van toezicht.

2. Scholen hebben recht op naleving en bescherming van hun grondslag en traditie.

3. Segregatie in het onderwijs moet worden bestreden. Zonder dat er sprake is van een acceptatieplicht, zal hier sterk op worden ingezet. Mede daarom wordt het recent in werking getreden onderwijsachterstandsbeleid voortvarend ten uitvoer gebracht, zal er versneld worden gewerkt aan gemengde stadswijken en wordt overleg tussen grote steden en randgemeenten over de gezamenlijke huisvestingsproblematiek gestimuleerd en gefaciliteerd. Om daarnaast te bevorderen dat elk kind gelijke kans heeft om op school te worden toegelaten, wordt er vanaf 2008 gewerkt met vaste aanmeldmomenten voor het primair onderwijs, eventueel aangevuld met een loting.

4. Het kleinschalig organiseren van scholen, eventueel binnen bestaande grootschalige verbanden, zal worden bevorderd. Tegen die achtergrond zal de fusieprikkel voor het voortgezet onderwijs worden afgeschaft.

5. Schoolboeken in het voortgezet onderwijs worden gratis. Financiering zal plaatsvinden via de lump-sum bekosting.

6. Het streven is te komen tot vermindering van de werkdruk en verhoging van de kwaliteit in het onderwijs. Hiervoor zal een actieplan mede gericht op de lange termijn worden geformuleerd. Een breed samengestelde commissie zal gevraagd worden daarvoor bouwstenen aan te leveren. Onderwerpen die daarbij in samenhang aandacht verdienen zijn: het lerarentekort, kwaliteit lerarenopleidingen, belonings- en functiedifferentiatie, loopbaanperspectief, omvang lestaak, hoeveelheid contacturen, ruimte voor individuele leerlingbegeleiding, onderwijsontwikkeling en professionaliteit docent, en ruimte voor maatwerk.

7. Bij de verdere uitwerking van plannen voor de integratie van zorgleerlingen in het regulier onderwijs zal rekening moeten worden gehouden met de mogelijkheden van scholen om leerlingen met een zware zorgvraag een plaats binnen de school te geven. De aanwezigheid van de daarvoor benodigde voorzieningen en voldoende expertise bij docenten is om die reden een belangrijke voorwaarde bij de uiteindelijke invoering.

8. Speciaal onderwijs blijft een noodzakelijke aanvulling op het reguliere onderwijs. Het wegwerken van wachtlijsten en de verdere vereenvoudiging van de indicatiestelling, waar mogelijk in samenhang met de (jeugd)zorg, krijgen prioriteit.

9. Er komt na overleg met het onderwijsveld op korte termijn één nieuw geïntegreerd wetsvoorstel voor bekostiging en besturing van hoger onderwijs en onderzoek. Dit wetsvoorstel zal o.a. aandacht besteden aan kwaliteitsverbetering en de positie van kwetsbare opleidingen. Tevens zal het uniforme, eenvoudige en handhaafbare bekostigingsregels bevatten die oneigenlijke bekostiging kunnen tegengaan en recht doen aan de positie van de student. Het wetsvoorstel leerrechten zal in afwachting van dit wetsvoorstel worden aangehouden.

10. Er zal extra worden geïnvesteerd in het hoger onderwijs, met name via de 1ste en 2e geldstroom.

11. Bestrijding van voortijdig schoolverlaten zal krachtig ter hand worden genomen. Uitgangspunt vormt hierbij de nota “Aanval op de uitval”. In het kader van voorkomen van voortijdig schoolverlaten wordt het bedrag per deelnemer in het MBO verhoogd, zodat betere begeleiding kan worden gerealiseerd. Hier ligt ook een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het bedrijfsleven: ondernemingen zullen voldoende stage- en opleidingsplaatsen moeten aanbieden. Het beroepsonderwijs zal moeten zorgen voor de aansluiting met de beroepspraktijk.

12. In het onderwijsachterstandenbeleid zal de drempel van 6,4% worden verlaagd naar 3%.

13. Wetgeving die doorstroming in de beroepskolom vmbo-mbo-hbo belemmert zal worden geschrapt.

14. Het concept van brede scholen zal worden gestimuleerd