Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie

7 februari 2007

Samen Werken, Samen Leven[bewerken]

Wij willen samen werken aan groei, duurzaamheid, respect en solidariteit. Aan een samenleving waarin oog is voor elkaar en waarin recht wordt gedaan aan ieders mogelijkheden en talenten. Een samenleving ook, waarin de overheid duidelijke grenzen stelt aan wat wel en wat niet kan, waarin vooral de eigen kracht van de samenleving wordt benut en waarin creativiteit en eigen initiatief worden ondersteund.

Wij willen werken aan een samenleving waarin mensen zich duurzaam met elkaar verbonden weten. Het is onze ambitie mensen het daarvoor benodigde vertrouwen in elkaar en in de toekomst te geven. Door in mensen te investeren en door mensen als bondgenoot tegemoet te treden; vanuit het besef dat we samen sterker staan. Zo willen wij werken aan een beter Nederland.

We leven in een dynamische tijd. De Nederlandse samenleving staat aan grote veranderingen bloot. Veel mensen voelen zich onzeker over de toekomst. Het gaat velen beter, maar dat neemt de bezorgdheid niet weg. “Met mij gaat het goed, maar met de samenleving minder”, is een gevoel dat bij velen leeft. Optimisme en zorgen gaan hand in hand. Groot is de behoefte aan houvast, geborgenheid en een herkenbare eigen identiteit. Die behoefte kwam onder meer naar voren bij de uitslag van het referendum van 1 juni 2005 over het Europees grondwettelijk verdrag en in de verkiezingsuitslag van 22 november 2006.

Het is nodig een nieuwe balans te vinden tussen dynamiek en zekerheid. Er moet volop ruimte zijn voor initiatief en ontwikkeling. Maar tegelijkertijd mogen mensen niet aan de kant blijven staan of het gevoel hebben er alleen voor te staan. De verantwoordelijkheid om deze balans tot stand te brengen, rust op ons allemaal. Burgers, maatschappelijke organisaties en overheden moeten samen werken aan vertrouwen en respect, en aan groei en ontwikkeling. Doel is een ongedeelde samenleving waarin iedereen in veiligheid een menswaardig bestaan kan opbouwen. De afgelopen jaren heeft Nederland zijn uitgangspositie weten te versterken. Die uitgangspositie zullen we moeten vasthouden en gebruiken om een duurzame ontwikkeling van mens, leefomgeving en economie te bereiken. Zo kan ons land de toekomst met vertrouwen tegemoet zien.

Wij willen samen werken aan dat vertrouwen in de toekomst. Deze opdracht pakken wij aan vanuit een duidelijke visie op de richting waarin onze samenleving zich zal moeten bewegen:

  • Een actieve internationale en Europese rol, zodat Nederland een relevante en constructieve partner blijft in de wereld en in Europa.
  • Een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie, om ook bij toenemende internationale concurrentie welvaart te waarborgen.
  • Een duurzame leefomgeving, om de wereld beter achter te laten dan we haar aantroffen.
  • Sociale samenhang omdat ieder mens telt en we iedereen nodig hebben.
  • Veiligheid, stabiliteit en respect, omdat die de basis zijn voor vertrouwen tussen mensen.
  • Een slagvaardige en verbindende overheid die een bondgenoot is voor burgers, en een dienstbare publieke sector.

Dit zijn de zes pijlers die het kabinetsbeleid dragen. Ze vragen om een concrete uitwerking en om een ambitieuze investeringsagenda voor de komende kabinetsperiode.

Dynamiek en zekerheid[bewerken]

Er is veel dat mensen hoop geeft, maar ook het nodige dat hen zorgelijk stemt of dat zij als een bedreiging ervaren. De tweede helft van de vorige eeuw was een periode van snelle groei en vooruitgang. Niet alleen de welvaart, ook de kwaliteit van leven nam enorm toe. Mensen leven langer, zijn gezonder, zijn hoger opgeleid en hebben meer te besteden dan ooit. Technologische vooruitgang heeft veel mensen een beter bestaan gegeven.

Tegelijkertijd vragen mensen zich af of die ontwikkeling zich zal voortzetten. Ze twijfelen of hun kinderen en kleinkinderen het beter zullen hebben dan zijzelf. Ook is duidelijk dat niet iedereen van de groei profiteert. Er zijn mensen die achterblijven, niet meedoen of kunnen meedoen in de maatschappij.

Het milieu staat onder druk, het klimaat verandert en natuurlijke hulpbronnen raken uitgeput. Al met al is het de vraag of ons welzijn net zo hard stijgt als onze welvaart.

Ook in de wereld om ons heen stuiten optimisme en zorgen op elkaar. De Europese Unie heeft ons vrede en welvaart gebracht. Maar blijft de gegroeide Unie voldoende vertrouwd en herkenbaar voor de burgers? In Azië maken veel landen een snelle economische ontwikkeling door. Maar op andere plaatsen heerst grote, hardnekkige armoede.

De samenleving staat onder druk door groeiende verscheidenheid, afnemende beleving van gemeenschappelijke waarden en normen, en de dreiging van terrorisme.

Dat alles draagt bij aan het gevoel dat het met ieder van ons individueel wel goed gaat, maar met ‘ons samen’ minder. Mensen hebben minder houvast gekregen aan vertrouwde patronen en verbanden. We kunnen veel meer dan vroeger, maar hebben minder greep op onze omgeving. Onze samenleving verandert snel, ook in samenstelling van de bevolking. Daardoor zijn velen zich minder thuis gaan voelen. Bij dit alles speelt ongetwijfeld een rol dat de verbanden die in de vorige eeuw burgers met elkaar verbonden, dat nu veel minder doen.

Denk – zonder uitputtend te willen zijn - aan de saamhorigheid en de lotsverbondenheid van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, solidariteit in de klassieke verzorgingsstaat, een rijk verenigingsleven, een publieke sector die vaak gestuurd werd op het beginsel van gelijkheid en het gedeeld waardenbesef in een relatief homogene samenleving. Wat werkte in de tweede helft van de vorige eeuw, behoeft aanvulling en bijstelling de komende decennia.

We bevinden ons in een nieuwe fase van ontwikkeling. In hoog tempo laten we de industriële samenleving van de 19de en 20ste eeuw achter ons. Nederland wordt een kennis- en dienstensamenleving. Hiërarchische verhoudingen en vaste systemen en stelsels verliezen hun kracht en betekenis. Mensen leven en werken steeds meer in netwerken die snel kunnen wisselen. Geëmancipeerde en goed opgeleide mensen krijgen in die netwerken grote kansen. Zij hebben vooral ruimte nodig om die kansen te benutten.

Mensen die niet zelfstandig kunnen meekomen of zich niet goed thuis voelen in alle veranderingen hebben ook recht op kansen en de middelen om een goed bestaan te kunnen opbouwen. Zij hebben toerusting nodig, ook van de overheid.

De veranderingen in de samenleving hebben gevolgen voor de bestaande systemen van de verzorgingsstaat. Er zijn nieuwe arrangementen nodig die beantwoorden aan de dynamiek van deze en de komende tijd. Die moeten ten dienste staan van het vergroten van de mogelijkheden en de kwaliteit van leven van mensen.

De overheid zal mensen daartoe mobiliseren, verbinden, ondersteunen en toerusten om hun verantwoordelijkheid voor hun eigen leven en de samenleving in al zijn verscheidenheid vorm te geven.

Deze veranderingen kunnen we met vertrouwen, visie en idealisme tegemoet treden. Van oudsher zijn gemeenschapszin, verdraagzaamheid, ondernemingslust, creativiteit en doorzettingsvermogen eigenschappen die Nederland kenmerken. Daarmee zijn tegenslagen overwonnen en nieuwe kansen benut. Het ideaal om samen te werken aan de toekomst, bestaat volop in ons land. Er is veel waarop we trots kunnen zijn. Dit alles vormt een stevige basis om de vragen van de 21ste eeuw te beantwoorden.

Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie
Opgaven voor Nederland: zes pijlers · I Een actieve internationale en Europese rol · II Een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie
III Duurzame leefomgeving · IV Sociale samenhang · V Veiligheid stabiliteit en respect · VI Overheid en dienstbare publieke sector
Financieel kader 2008-2011


Wikipedia-logo.png   Zie ook
Kabinet-Balkenende IV in Wikipedia