Naar inhoud springen

Coalitieakkoord 2007/Financieel kader 2008-2011

Uit Wikisource

[ 45 ]

Financieel kader 2008-2011

De doelstelling is een verbetering van het structureel begrotingstekort in 2007 van -0,2% BBP naar een structureel overschot in 2011 +1,0% BBP (= feitelijk overschot van +1,1%). De investeringsagenda beloopt 10 miljard euro, waarvan 3 miljard lastenverlichting en 7 miljard intensiveringen voor de zes pijlers. Daarvoor zijn in het bijzonder door de lasten op milieuvervuiling te verhogen en door meer efficiency, 8 ½ miljard aan besparingen bereikt. Aan de betaalbaarheid van de collectieve voorzieningen voor de toekomst wordt een substantiële bijdrage geleverd.

Het Financieel kader is gebaseerd op de huidige begrotingsspelregels bij een trendmatige raming van de economische groei van 2%[1] (het gemiddelde van de potentiële groeiraming van 2¼ % en de behoedzame groeiraming van 1 3/4 %). De zogenoemde signaalwaarde (waarbij in het kader van de EMU maatregelen worden genomen bij onverhoopte tegenvallers) wordt aangescherpt tot -2%.


1. Algemeen

a. Het budgettaire beleid creëert de randvoorwaarden om maatschappelijke ambities, nu en in de toekomst, te kunnen verwezenlijken. Het vormt daarmee tevens de basis voor de investeringsagenda die wordt uitgewerkt in de begrotingen 2008 - 2011.
b. Uitgangspunten bij het budgettaire beleid zijn toekomstbestendigheid, economische stabiliteit, verbetering structurele groei, bestuurlijke rust, duidelijkheid vooraf en eenvoud. Door deze zekerheden wordt ook bijgedragen aan vertrouwen van burgers en bedrijven in de door de overheid gevoerde politiek.
c. Er wordt voortgebouwd op de budgettaire regels die de afgelopen 12 jaar zijn ontwikkeld. Net als bij afgelopen kabinetsperiodes worden daarbij enkele kleinere verbeteringen voorgesteld.
d. Bij de timing van de uitgaven en lasten binnen de kabinetsperiode wordt er rekening mee gehouden dat het kabinet in een conjunctureel relatief gunstige situatie start.
e. Uitgangspunt voor de aanwending van middelen die vrijkomen uit ombuigingen en lastenverschuiving is het investeren in economische groei, arbeidsparticipatie, sociale samenhang en duurzaamheid gericht op versterking van economische groei en structuur binnen het kader van een evenwichtig koopkrachtbeeld.
[ 46 ]

2. Budgettaire doelstellingen

a. Uitgangspunt is een feitelijk overschot van 1,1 % in 2011, en een raming van de economische groei van 2%, waarbij gestreefd wordt ieder jaar het EMU-saldo te verbeteren ten opzichte van voorgaand jaar.
b. Daarnaast zal een zodanig beleid worden ingezet dat maatregelen ook na 2011 bijdragen aan het opvangen van de kosten van vergrijzing. Uitgangspunt is om op die wijze een derde van het zogenoemde houdbaarheidstekort op te vangen. In drie periodes, dat wil zeggen voor 2020, worden dan houdbare overheidsfinanciën bereikt.


3. Uitgavenkader Conform de huidige praktijk zullen (reële) uitgavenkaders worden opgesteld voor de rijksbegroting, sociale zekerheid en zorg. Rente-uitgaven zullen buiten de kaders worden gehouden omdat het kader hierdoor minder cyclisch wordt en omdat rentemeevallers dan automatisch aan de toekomstbestendigheid van de overheidsfinanciën bijdragen.


4. Lastenkader

a. Eveneens wordt een lastenkader opgesteld. Hier werken de automatische stabilisatoren.
b. Uitgangspunt voor het lastenkader is dat zowel burgers als bedrijven[2] minimaal gevrijwaard blijven van per saldo[3] lastenverzwaringen (ten opzichte van het 'basispad').
c. Binnen de lasten vinden verschuivingen plaats met het oog op vergroening, inkomensontwikkeling en arbeidsparticipatie.


5. Mee- en tegenvallers

a. Meevallers onder het uitgavenkader mogen in principe worden aangewend voor andere uitgaven, rekening houdend met de aard van de meevallers (conjunctureel/structureel) en de aard van de aanwending (tijdelijk/structureel).
Tegenvallers in een kader, worden binnen dat kader opgevangen. Voor het uitgavenkader van de rijksbegroting gelden daarenboven de regels budgetdiscipline (noot: rente buiten kader, dus rente meevallers ten gunste van schuldreductie)
b. Aangescherpte signaalwaarde: Bij een tekort van 2% (de vorige kabinetsperiode was deze waarde -2 ½ %) van het feitelijk EMU-saldo worden de noodzakelijke maatregelen getroffen om een verdere verslechtering van de overheidsfinanciën te voorkomen.
[ 47 ]6. Premies werknemersverzekeringen

Uitgangspunt is om lastendekkende premies te realiseren waarbij - met inachtneming van een ook na te streven evenwichtig inkomensbeeld - rekening wordt gehouden met het afbouwen van bestaande vermogenssaldi die uitgaan boven wat nodig is om een redelijke buffer te vormen tegen onverhoopte tegenvallers.


7. FES

a. Ons aardgas is ondergronds vermogen dat moet worden aangewend voor bovengronds vermogen. De huidige FES-criteria en toewijzingsprocedure worden gehandhaafd.
b. De aardgasbaten zullen na 2025 opdrogen, maar Nederland zal ook na 2025 ambities hebben op het gebied van FES-waardige investeringen. Er zal een nieuwe voedings- en uitgavensystematiek worden geformuleerd met meer stabiliteit (vaste voeding) en goede criteria gericht op investeringen die de economische structuur versterken (waarbij overwogen worden: infrastructuur, kennis en innovatie, duurzame energie, waterbeheersing, ruimtelijke investeringen). Een mogelijke invulling is de aardgasbaten aan te wenden voor schuldreductie en met de hieruit voortvloeiende rentevrijval het FES te voeden.


8. Macrobeeld


(in mld euro) 	                                                                 2011

Ex ante ruimte bij 2% trendmatige groei 	                                8 mld 
Lastenverzwaringen 	                                                       2½ mld
Ombuigingen 	                                                                6 mld
                                                                  Totaal      16½ mld

Lastenverlichtingen                                                      	3 mld 
Investeringsagenda, waarvan minimaal 500 mln FES waardig 	                7 mld 
Ten gunste van EMU-saldo 2011                                                  6½ mld
                                                                  Totaal      16½ mld

Bijdrage aan de lange termijn houdbare financiën en collectieve
voorzieningen                                                                0,7% BBP
Structureel EMU overschot 2011
1,0% BBP

Feitelijk EMU-overschot 2011                                                 1,1% BBP


Het financieel kader wordt op basis van de specificatie (11) uitgewerkt op het niveau van de afzonderlijke begrotingen bij de Miljoenennota 2008. De ombuigingen worden dan toegedeeld aan de begrotingen, de intensiveringen worden nader uitgewerkt in enveloppen op een aanvullende post van de Miljoenennota gereserveerd. Er zal dan worden omschreven onder welke condities en in welk tempo en welke fasering de enveloppen worden vrijgegeven, waarbij gestreefd [ 48 ]wordt ieder jaar het EMU-saldo te verbeteren ten opzichte van voorgaand jaar (beginstand 2007: tekort -0,2% BBP). De lasten zullen in de Miljoenennota 2008 definitief worden ingevuld. 2011

9. Investeringsagenda 2008-2011                                                  2011
-------------------------------------------------------------------------------------
Pijler 1: Nederland in Europa en in de wereld                             400 miljoen
Pijler 2: een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie        1775 miljoen
Pijler 3: een duurzame leefomgeving                                       900 miljoen
Pijler 4: Sociale samenhang                                              2500 miljoen
Pijler 5: Veiligheid, stabiliteit en respect                              700 miljoen
Pijler 6: Overheid als bondgenoot – een dienstbare publieke sector        725 miljoen

Enveloppe lastenverlichting voor arbeidsparticipatie                     1200 miljoen
Enveloppe lastenverlichting voor economische structuurversterking         500 miljoen
Enveloppe lastenverlichting voor kinderen, jeugd en gezin                 500 miljoen
Enveloppe lastenverlichting voor koopkrachtondersteuning                  800 miljoen
-------------------------------------------------------------------------------------
                                                                           10 miljard


10. Lange termijn houdbaarheid van collectieve voorzieningen en van de overheidsfinanciën.

Onderstaande maatregelen, gericht op bevorderen van arbeidsparticipatie, een verantwoorde ontwikkeling van de zorg, vernieuwing van zorgconcepten en verbreding van het financieel draagvlak voor collectieve voorzieningen, dragen bij aan de lange termijn houdbaarheid van collectieve voorzieningen en van de overheidsfinanciën.



Lange termijn ‘Vergrijzingopgave’ van 1 ½ à 2 ½ % BBP (volgens CPB).
In deze kabinetsperiode daarvan 1/3e te doen.
 a. Effectievere vormgeving arbeidskorting (EITC, combikorting, etc.)                   0,10%
 b. Aanpassing overdraagbaarheid algemene heffingskorting                               0,25%
 c. Bevordering arbeidsparticipatie 63 jaar en ouder, vergroten houdbaarheid aow        0,20%
 d. Verantwoorde ontwikkeling zorg en vernieuwing zorgconcepten                         0,15%
---------------------------------------------------------------------------------------------
                                                                           Totaal    0,7% BBP


In de hoofdtekst is dit beleid onder de pijlers sociale samenhang en dienstbare publieke sector verwoord, respectievelijk toegelicht. [ 49 ]

11. Nadere specificaties – en bijlage

a. Onderverdeling uitgavenintensiveringen per pijler

(in miljarden euro)                                                                 2011
----------------------------------------------------------------------------------------
Pijler 1: een actieve en constructieve rol van Nederland in
Europa en in de wereld                                                           400 mln
Defensie + vredesoperaties (HGIS)                                     200 mln
Internationale samenwerking (ODA)                                     200 mln

Pijler 2: een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie               1775 mln
Onderwijs                                                            1000 mln
Bedrag per leerling MBO                                                25 mln
Innovatie, kennis en onderzoek                                        300 mln
Ondernemerschap                                                       200 mln
Infra en (vaar)wegen                                                  100 mln
Regionaal economisch beleid (w.o. bereikbaarheid)                     100 mln
Aandeel Provinciefonds in regionaal economisch beleid                  50 mln

Pijler 3: een duurzame leefomgeving                                              900 mln
Energie                                                               500 mln
Water en kust                                                         150 mln
Natuur, EHS en vitaal platteland (incl. dierenwelzijn)                100 mln
Aandeel Provinciefonds in EHS en vitaal en veelzijdig platteland       50 mln
Openbaar vervoer                                                      100 mln

Pijler 4: Sociale samenhang                                                     2500 mln
Investeren in wijkaanpak (*)                                          400 mln
Integratie                                                            200 mln
Participatie arbeid, onderkant arbeidsmarkt, armoedebeleid            280 mln
Kinderopvang                                                          700 mln
WAO – WIA                                                             520 mln
Jeugd en Gezin                                                        400 mln

Pijler 5: Veiligheid, stabiliteit en respect                                     700 mln
Capaciteit veiligheidsketen                                           400 mln
Preventie c.a. (w.o. campussen)                                       150 mln
Aandeel Gemeentefonds in lokale veiligheid                            150 mln

Pijler 6: Overheid als bondgenoot – een dienstbare publieke sector               725 mln
Zorg (pakket, verpleeghuizen)                                         500 mln
Publieke omroep (inclusief media educatie)                            100 mln
Cultuur en monumenten                                                 100 mln
Sport                                                                  20 mln
Overig Gemeentefonds en Provinciefonds(*)                               5 mln
-----------------------------------------------------------------------------------------
                                                                                   7 mld

(*)[4]


[ 50 ]

b. Uitgavenombuigingen en lastenverzwaringen

(in miljarden euro)                                                     2011
----------------------------------------------------------------------------
Efficiency Rijksdienst (6)                                              0,75
Af: flankerend beleid, investeringen, algemeen regeringsbeleid         -0,16
Efficiency uitvoering SZ en re-integratiebudget                         0,48
WW-premiedifferentiatie (middel)grote ondernemingen (volume effect)     0,10
Beheersing zorgkosten (BKZ; zie hoofdtekst)                             0,50
Overhevelen TBU naar WMO (7)                                            0,40
Beperken subsidies                                                      0,25
Inlopen vermogensoverschotten provincies(8)                             0,20
Woningbouwcorporaties ten behoeve van wijkaanpak (9)                    0,75
Bijstand vanaf 27 jaar (10)                                             0,25
Aanpak fraude, verhogen boetes, alimentatieverhaal                      0,34
Verkoop gebouwen en gronden domeinen en defensie (11)                   0,20
Diversen efficiency (12)                                                0,62
Dekking boedelbrief Financiën (13)                                      0,81
Evenredig aandeel Gemeentefonds en Provinciefonds (14)        0,55
Vliegticketbelasting (exclusief transfer)                               0,35
Milieudifferentiatie BPM schoon en zuinig                               0,15
Taakstellende verhoging milieuonvriendelijke energie en brandstof       0,35
Verpakkingenbelasting                                                   0,25
Verhoging accijns op alcohol en tabak                                   0,20
BTW kermissen e.a. attracties van verlaagd naar normaal niveau          0,10
Constant houden algemene heffingskorting                                1,20
----------------------------------------------------------------------------
                                                                Totaal  8 ½

(6)[5] (7)[6] (8)[7] (9)[8] (10)[9] (11)[10] (12)[11] (13)[12] (14)[13] [ 51 ]


Bijlage: afgesproken specificatie van het financieel kader van het coalitieakkoord 2008-2011

                                  (in mln €)    2007    2008    2009    2010    2011    struct 
Ombuigingen 
Efficiency Rijksdienst (SGO voorstel) 
a. Efficiency 5% rijk, zbo's en hoge colleges 	         -41     -82     -162    -315     -315 
b. Beleidskernen departementen (gericht)                 -19     -38      -75    -150     -150 
c. Kennisfunctie en adviesraden                           -2      -4       -8     -15      -15 
d. Staf en ondersteuning ministeries                      -8     -17      -35     -70      -70 
e. Inspecties en toezicht                                 -8     -17      -35     -70      -70 
f. Uitvoering van beleid                                 -15     -30      -60    -130     -130 
g. Flankerend beleid, aanpassingskosten en ICT     25     75     100      150     150        0 
i. Coordinatie algemeen regeringsbeleid (az)        5     10      10       10      10        5 

Efficiency uitvoering SZ/re-integratie 
a. Prestatieplannen CWI/UWV/genmeenten (cf pt 9/10 p 25)  50     -74     -136     -180    -190 
b. Korting flexibel re-integratiebudget gemeenten        -50    -100     -200     -300    -300 

WW premiedifferentiatie                                 -100    -100     -100     -100    -100 
Beheersing zorgkosten (BKZ)                             -500    -500     -500     -500    -500 
Overhevelen TBU naar WMO                        	-400    -400     -400     -400    -400 
Beperken subsidies                                       -62    -125     -250     -250    -250 
Inlopen vermogensoverschotten provincies tbv EHS (3)    -200    -200     -200     -200
Woningbouwcorporaties tbv wijken (2)                    -750    -750     -750     -750    -750 
Bijstand vanaf 27 jaar                                     0     -95     -220     -250    -250 

Aanpak fraude, verhogen boetes, aliment. 
Beleidsmatige verhoging boeten en transacties            -90     -90      -90      -90     -90 
Alimentatie: verhaal werkgever                           -20     -40      -40      -40     -40 
Intensivering fraudebestrijding door koppeling
bestanden en meer veiligheid                                     -30      -60     -110    -110 
Boetebeleid: naar high trust (o.a. Nma, Opta)            -25     -50      -75     -100    -100 
Verkoop gebouwen en gronden domeinen en defensie (3)    -120    -120     -200     -200       0 
Fusieprikkels VO                                         -28     -84      -84      -84     -84 
Samenwerking bedrijfsvoering politie                     -25     -50      -75     -100    -100 
Teldatum MBO                                             -52    -155     -155     -155    -155 
Profijtbeginsel cultuur                                  -15     -20      -35      -50     -50 
Meerpersoonscelgebruik                                   -25     -50      -50      -50     -50 
Dekking Boedelbrief Financien                    -827   -667    -694     -743     -808    -808 
BDU uitkering indexeren op 1% ipv 2%                     -80     -80      -80      -80     -80 
Verzekeringsstelsel rechtsbijstand                       -25     -50      -50      -50     -50
Rente op nieuwe projecten op 6,5%                        -50     -50      -50      -50     -50 
Evenredig aandeel GF/PF                                 -350    -400     -500     -550    -450
Totaal                                           -797  -3592   -4385    -5258    -6037   -5702
[ 52 ]
                                (in mln €)     2007    2008    2009    2010    2011    struct

Intensiveringen Pijler 1: actieve en contstructieve rol van Nederrland in Europa en in de wereld Defensie + vredesoperaties (HGIS) 50 100 150 200 0 Internationale samenwerking (ODA) 50 100 150 200 0

                                                        100     200     300     400         0

Pijler 2: innovatieve, concurrerende en ondernemende economie Onderwijs 250 500 750 1000 1000 Bedrag per leerling MBO 8 25 25 25 25 Innovatie, kennis en onderzoek 75 150 225 300 300 Ondernemerschap 50 75 100 200 200 Infra en wegen 25 50 75 100 100 Regionaal economisch beleid (w.o. bereikbaarheid) 25 50 75 100 100 Aandeel PF in regionaal economisch beleid 0 25 25 50 0

                                                        433    875     1275    1775      1725

Pijler 3: een duurzame leefomgeving Energie 125 250 375 500 500 Water en kust 50 75 100 150 150 Natuur, EHS en vitaal platteland (incl dierenwelzijn) 25 50 75 100 100 Aandeel PF in EHS en vitaal platteland 15 20 35 50 0 Openbaar Vervoer 25 50 75 100 100

                                                        240    445      660     900       850 

Pijler 4: sociale samenhang Investeren in wijkaanpak via GF 100 200 300 400 0 Integratie 50 100 150 200 200 Participatie arbeid, onderkand arbeidsmarkt en armoedebeleid 15 75 215 280 280 Kinderopvang 175 350 525 700 700 WAO - WIA - brugbanen 680 665 655 565 520 375 Jeugd en Gezin 100 200 300 400 400

                                                       1105   1580     2055    2500      1955

Pijler 5: veiligheid, stabiliteit en respect Capaciteit veiligheidsketen 100 200 300 400 400 Preventie c.a. (w.o. campussen) 50 75 100 150 150 Aandeel GF in lokale veiligheid (w.o. buurtbudgetten) 50 75 100 150 0

                                                        200    350      500     700       550

Pijler 6: overheid als bondgenoot en een dienstbare publieke sector Zorg (pakket, verpleeghuizen) 500 500 500 500 500 Publieke omroep (inclusief media educatie) 50 50 50 100 100 Cultuur en monumenten 25 50 75 100 100 Sport 10 20 20 20 20 Overig GF/PF 0 0 0 5 0

                                                        585    620      645     725       720

Totaal 680 2663 4070 5435 7000 5800 w.v. aandeel GF/PF 165 320 460 655 0

[ 53 ]
  
                                  (in mln €)     2007    2008    2009    2010    2011    struct
Lastenverzwaringen 
Vliegticketbelasting (exclusief transfer)                -350    -350    -350    -350     -350 
Milieudifferentiatie BPM schoon en zuinig                -150    -150    -150    -150     -150 
Taakstellende verhoging milieuonvr. energie              -350    -350    -350    -350     -350 
Verpakkingenbelasting                                    -250    -250    -250    -250     -250 
Accijns alcohol en tabak                                 -200    -200    -200    -200     -200
BTW kermissen e.a. attracties                            -100    -100    -100    -100     -100 
Bevriezen algemene heffingskorting                       -300    -600    -900   -1200    -1200 
Totaal 	                                            0   -1700   -2000   -2300   -2600    -2600 

Lastenverlichtingen 
Enveloppe arbeidsparticipatie                                     300     600    1200     1200 
Enveloppe economische structuur versterking                       125     250     500      500
Enveloppe kinderen, jeugd en gezin                                125     250     500      500 
Enveloppe koopkracht, inclusief huur- en zorgtoeslag              200     400     800      800 
Totaal                                              0       0     750    1500    3000     3000

Saldo belastend / ontlastend                     -117   -2629   -1565    -623    1363      498 

(1)[14] (2)[15] (3)[16]

  1. De vorige kabinetsperiode was de groeiraming in het hoofdlijnenakkoord 2 1/4 %.
  2. Mocht door de EU de rente- en of R&D-box uit Werken aan winst niet doorgaan, dan blijft dit bedrag voor bedrijven beschikbaar.
  3. Woningbouwcorporaties en de verschuiving van de TBU naar de WMO worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
  4. Het totale aandeel op grond van de evenredigheidssystematiek is ongeveer 0,65 mld. Met de gemeenten zullen bestuurlijke afspraken worden gemaakt over de inzet van deze intensivering langs de in de tabel opgenomen lijnen.
  5. Conform SGO voorstel (met programma SG die aan MP en vice MP’s rapporteert), inclusief flankerend beleid en investeringen (daalt structureel naar 0, zodat structurele opbrengst per saldo stijg naar ¾ mld). In het SGO voorstel zijn OM, ZM en GW uitgezonderd alsmede de niet tot rijksdienst en ZBO’s behorende sectoren als onderwijsinstellingen.
  6. In MLO definitie van CPB een lastenschuif. Zie aansluittabel.
  7. Meerjarig incidentele opbrengst, bijvoorkeur via bestuurlijke afspraak aan te wenden voor investeringen in EHS, vitaal platteland en bereikbaarheid
  8. Vormgeving nader te bezien; in afwachting daarvan wordt een heffing verondersteld (en daardoor in CPB-termen een MLO-relevante mutatie; zie aansluittabel).
  9. Dit impliceert dat jonge mensen werken of leren. Deze besparing is netto, dus na aftrek van (extra) kosten voor leren en inkomensvoorzieningen.
  10. Een meerjarig incidentele opbrengst waartegenover de intensiveringen bij pijler 1 eveneens beperkt blijven tot en met 2011.
  11. Optelling van een reeks aan concrete maatregelen. Zie bijlage.
  12. De minister van Financiën heeft op verzoek van de informateur aan de fracties bekend gemaakt welke onvermijdelijke budgettaire uitgaven nog niet zijn gedekt. Het Centraal Planbureau heeft deze tegenvallers opgenomen in zijn budgettaire beeld. Het – taakstellend – oplossen door de ministeries van hun eigen tegenvallers, levert daardoor een besparing op. Ministers / ministeries mogen de ter dekking van de boedelbrief benodigde besparingen niet in minder brengen van de intensivering voor de zes pijlers uit dit coalitieakkoord.
  13. Tegenover dit evenredig aandeel in de ombuigingen, conform de ‘trap op, trap af systematiek’, staat ook bij de intensiveringen een evenredig aandeel voor het Gemeentefonds en voor het Provinciefonds. Deze zijn tentatief toegedeeld.
  14. Ten behoeve van meerjarige incidentele investeringen EHS en vitaal platteland, energie en regionale bereikbaarheid. Communicerend vat.
  15. Convenant met als communicerend vat even hoge (meerjarig incidentele) intensiveringen voor de wjkaanpak. Indien geen convenant, dan structurele heffing.
  16. Ten behoeve van (meerjarig incidentele) invensteringen defensie (communicerend vat)