Coalitieakkoord 2007/Overheid en dienstbare publieke sector

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie
Opgaven voor Nederland: zes pijlers · I Een actieve internationale en Europese rol · II Een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie
III Duurzame leefomgeving · IV Sociale samenhang · V Veiligheid stabiliteit en respect · VI Overheid en dienstbare publieke sector
Financieel kader 2008-2011


VI. Overheid en dienstbare publieke sector

Een waardevolle democratie, een verbindend bestuur en een dienende overheid zijn voorwaarden voor een duurzame ontwikkeling van onze samenleving.

Een waardevolle democratie betekent dat de representatieve democratie zoals we die in de Nederlandse traditie kennen, in ons bestuur centraal blijft staan.

Een verbindend bestuur werkt in dialoog met burgers en organisaties en met de verschillende overheden, ook binnen het verband van het Koninkrijk.

Een dienende overheid is een overheid die burgers centraal stelt. Minder regels en bureaucratische lasten en een heldere handhaving zijn daarbij nodig, evenals een hoge kwaliteit van publieke voorzieningen.

De overheid laat burgers ruimte om initiatief te nemen en rust hen toe om voluit mee te doen. Vertrouwen ligt aan de basis van een goed functionerende overheid. De overheid schenkt vertrouwen aan burgers en aan professionals en uitvoerders in de publieke sector, wier vakkennis van cruciaal belang is. De overheid verdient vertrouwen door een goede dienstverlening, dialoog met de burgers en een goed evenwicht tussen zorgvuldigheid en slagvaardigheid. Invoering van de maatschappelijke onderneming draagt bij aan een vernieuwing van publieke taken en diensten.

Bestuurlijke inrichting en wetgeving[bewerken]

1. ‘Bestuurlijke drukte’ wordt verminderd en het effectieve optreden van de overheid als geheel wordt bevorderd door het aantal bestuurslagen dat zich met een bepaald onderwerp bemoeit, stelselmatig te verminderen, zonder de Grondwettelijk verankerde bestuurlijke inrichting te veranderen. Sleutelwoorden in deze aanpak zijn differentiatie en maatwerk.

a. Differentiatie in taken, bevoegdheden en bestuurlijke inrichting van gemeenten en provincies wordt in de Gemeentewet en in de Provinciewet mogelijk gemaakt.

b. Enkele nader te bepalen (beleids)terreinen worden zo ingericht dat (maximaal) twee bestuurlijke niveaus betrokken zijn: het niveau dat beleid vormt en de taak uitvoert, en maximaal één niveau dat coördineert resp. toezicht uitoefent. Daarna wordt bezien of een dergelijke bestuurlijke inrichting naar meer terreinen kan worden uitgebreid.

2. Herindeling van gemeenten vindt plaats indien daarvoor voldoende lokaal draagvlak bestaat. De verantwoordelijkheid voor de toetsing daarvan berust bij het provinciebestuur; de wetgever toetst de voorstellen in principe uitsluitend op het gevolgde proces.

3. Decentralisatie van taken en bevoegdheden naar en zelfstandigheid van provincies en gemeenten wordt met kracht bevorderd, uit te werken in twee bestuursakkoorden, waarin afspraken worden gemaakt over de bijdragen van provincies resp. gemeenten aan oplossing van maatschappelijke vraagstukken. In dit kader wordt de helft van het aantal doeluitkeringen omgezet in een generieke bijdrage aan de gemeenten en door een nader in te vullen decentralisatie-impuls met budgetoverheveling en/of met verruiming van het lokale belastinggebied inclusief, bij invoering, voor de burgers compenserende beperking van de rijksbelastingen. In deze bestuursakkoorden worden ook afspraken gemaakt over vermindering van de provinciale en gemeentelijke administratieve lasten voor burgers en bedrijven van minimaal 25%.

4. Het kabinet stelt in samenspraak met betrokken provincies en gemeenten een urgentieprogramma op voor de Randstad (Randstadoffensief), waarmee vermindering van bestuurslast, meer bereikbaarheid, een beter woon- , werk- en leefklimaat en versterking van kennis en innovatie worden bevorderd. Één minister krijgt voor dit project de coördinatie.

5. Bij de invulling van overheidszorg en publieke voorzieningen wordt zoveel mogelijk ruimte gelaten voor maatschappelijke betrokkenheid en eigen initiatief. In dat kader wordt de rechtsvorm van een maatschappelijke onderneming ingevoerd.

6. In het wetgevingsbeleid wordt nader invulling gegeven aan vertrouwen in burgers, en aan het functioneren van publieke voorzieningen om ruimte te geven voor vernieuwing en kwaliteitszorg.

7. Een andere wijze van regelgeven, van toezicht en controle, en een meer geïntegreerde en meer projectmatige wijze van beleidsvorming wordt nagestreefd. Dit is tevens een noodzakelijke voorwaarde om minder ‘bureaucratische’ drukte op rijksniveau te bewerkstelligen. Daardoor kan het aantal, de omvang en de gelaagdheid van primair de beleidsstaven op ministeries worden verminderd via ‘normering’, gerichte afslanking en flexibilisering (door alle ambtenaren in dienst van het rijk te benoemen).

8. Ten aanzien van de Grondwet, waarvan de laatste algehele herziening 25 jaar geleden van kracht is geworden, wordt door een staatscommissie advies uitgebracht over onder meer (niet limitatief) de voor- en nadelen van een preambule, de toegankelijkheid voor burgers, en de verhouding tussen de opgenomen grondrechten en de uit internationale verdragen voortvloeiende rechten, zoals het recht op eerlijke procesgang (fair trial) en het recht op leven.

9. De benoeming van burgemeesters en Commissarissen van de Koningin geschiedt op bindende voordracht van de gemeenteraad respectievelijk provinciale staten, op basis van een wettelijke taakomschrijving en een ambtsinstructie van de regering. De Kroon behoudt het recht om een voordracht om zwaarwegende redenen te weigeren.

10. Het kabinet zal het onderdeel van wetsvoorstel 30 902 dat betrekking heeft op het aantal leden van de gemeenteraad, intrekken.

11. Overeenkomstig het destijds geformuleerde beleid brengt zorgvuldige omgang met gewetensbezwaarde ambtenaren van de burgerlijke stand met zich dat in onderling overleg in plaats van de gewetensbezwaarde een andere ambtenaar van de burgerlijke stand een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht voltrekt, mits in elke gemeente de voltrekking van een dergelijk huwelijk mogelijk blijft. Mochten er in de gemeentelijke praktijk problemen ontstaan, dan zullen initiatieven worden genomen om de rechtszekerheid van gewetensbezwaarde ambtenaren veilig te stellen.

Koninkrijksrelaties[bewerken]

12. De bestuurlijke herinrichting van de Nederlandse Antillen (en bijbehorend toezicht) en de daaruit voortvloeiende verdieping van de samenwerking (rechtshandhaving, goed bestuur, sociale voorzieningen, onderwijs en Nederlandse taal, overheidsfinanciën) zal worden vormgegeven op basis van de afspraken van de Start-RTC van november 2005 en van de bestuurlijke akkoorden uit het najaar van 2006. Met Aruba zullen overeenkomstige afspraken worden nagestreefd.

13. In aansluiting op de bestuurlijke herinrichting van de Nederlandse Antillen zal het personenverkeer binnen het Koninkrijk geregeld worden. De inburgering van Antilliaanse en Arubaanse Nederlanders zal in de wet worden opgenomen. In dat kader zullen er nadere afspraken komen met de Nederlandse Antillen onder andere met betrekking tot de handhaving van de sociale vormingsplicht op de Nederlandse Antillen ten einde de problemen van en met Antilliaanse probleemjongeren aan te pakken.

14. De territoriale integriteit van het Koninkrijk wordt onverkort gehandhaafd.

Kunst en cultuur[bewerken]

1. Kunst en cultuur verbinden mensen, laten nieuwe inspirerende perspectieven zien, kunnen ontroeren en verwonderen en ons een spiegel voorhouden. Cultuurbeleid draagt bij aan sociale samenhang en aan een vitale economie. Een rijk cultureel leven is een bron van creativiteit en versterkt het internationale vestigingsklimaat. Het is essentieel bij het creëren van trots en gemeenschapsgevoel in onze samenleving. Daarom is het van belang om in ons Koninkrijk een divers kunstaanbod te hebben en een divers publiek te bereiken.

2. Cultuurparticipatie zal actief worden gestimuleerd. Er zal speciale aandacht worden besteed aan de vraag hoe een breder en meer divers publiek, waaronder jongeren en allochtonen, in aanraking kan komen met het cultuuraanbod, in het bijzonder musea.

3. Cultuureducatie blijft de komende jaren een prominente plaats innemen in het onderwijs- en kunstbeleid. Zij brengt jongeren in contact met onderliggende waarden in de samenleving, historische lijnen en leert ze om kunst te waarderen en te beoordelen.

4. Amateurkunst en volkscultuur worden gestimuleerd. De overheid draagt daadwerkelijk zorg voor behoud van (religieus-)cultureel erfgoed. De uitwerking van de BRIM-regeling (Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten) wordt in dit licht geëvalueerd.

5. De overheid bevordert het eenvoudig en zorgvuldig gebruik van het Nederlands als bestuurstaal en cultuur- en omgangstaal en legt daartoe het Nederlands vast in de Grondwet, onverminderd de wettelijke erkenning van (het gebruik van) de Friese taal.

Publieke omroep[bewerken]

1. Het belang van een vrije, pluriforme, toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige publieke omroep kan niet genoeg worden benadrukt. Op korte termijn zal een wetsvoorstel worden ingediend waarin de hoofd- en neventaken toekomstgericht worden herijkt op basis van de navolgende uitgangspunten.

2. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor beleid, voor een evenredige en evenwichtige programmering en voor coördinatie van niet vrijblijvende samenwerking tussen en met de zelfstandige omroepen op de verschillende zenders. Voor de samenhang bij het programmeren vanuit de diverse platforms is het kijk- en luistergedrag van het publiek en de daaruit voortvloeiende netprofilering, en een evenwichtige verdeling van de zendtijd leidend. Omroepverenigingen blijven zelfstandige autonome organisaties die verantwoordelijk zijn voor de eigen programma- inhoud met de daarbij behorende budgetten.

3. Nieuwe toetreders worden erkend en beoordeeld aan de hand van criteria als maatschappelijk draagvlak dat onder meer wordt uitgedrukt in ledental, bijdrage aan kwaliteit en duurzame externe pluriformiteit van de publieke omroep als geheel en het bereik onder relevante doelgroepen.

4. De zojuist verlengde erkenning van de huidige omroepverenigingen en de concessie voor de publieke omroep (met drie tv-zenders, vijf radiozenders en bijbehorende nieuwe media-activiteiten) blijven in stand. In 2010 zal de concessie voor een periode van vijf jaar worden verlengd.

5. Er wordt een financiële buffer gecreëerd om de publieke omroep minder afhankelijk te laten zijn van fluctuaties in reclame inkomsten.

6. Media-aanbieders en andere belangstellenden zullen worden gestimuleerd een gedragscode voor een veilig media-aanbod te hanteren. Er komt een media-educatie en expertisecentrum om kinderen en jongeren, hun ouders en scholen te ondersteunen in het leren omgaan met de veelheid van media-uitingen.

7. Het wetsvoorstel over de organisatie en uitvoering van de publieke mediaopdracht (Mediawet, 30571)wordt ingetrokken.

Volksgezondheid en zorg[bewerken]

In onderzoeken komt steeds weer naar voren dat mensen hun gezondheid het allerbelangrijkste vinden. Niemand wil ziek of hulpbehoevend zijn. Iedereen wil zekerheid dat er in geval van ziekte of ouderdom zorg beschikbaar is. Betaalbaar, toegankelijk en van hoge kwaliteit. De afgelopen jaren heeft de zorgwereld een aantal grote veranderingen meegemaakt met name door de introductie van de nieuwe basisverzekering en het begin van de WMO. Van zowel burgers en patiënten als van de werknemers en professionals in de zorg heeft dat veel aanpassingsvermogen gevraagd. Daarom willen wij de komende jaren vooral investeren in draagvlak bij patiënten en professionals om samen te werken aan het bestrijden van onnodige bureaucratie, het vergroten van het plezier in werken in de zorg en de ontwikkeling richting ‘best practices’.

Aandacht voor preventie[bewerken]

1. Voorkomen is beter dan genezen. De beste garantie voor beheersing van de zorgkosten vormt een effectief preventiebeleid. Effectief betekent vooral: lagere gezondheidskosten en minder grote verschillen in levensverwachting op basis van sociaal economische achtergronden.

2. Met alle betrokken partijen zullen afspraken en doelstellingen over preventie worden vastgesteld. In dat kader kan aan de orde komen het ontwikkelen van nieuwe verzekeringsvormen waarin het ondersteunen van een gezonde leefstijl, voorzorg en preventie een plaats krijgen. In dit kader wordt nagegaan of het zinvol is het voor verzekeraars mogelijk te maken om langdurige contracten aan te bieden.

3. Ook scholen en de Centra voor Jeugd en Gezin kunnen een voorname rol spelen in het preventiebeleid. In dit licht worden nadere afspraken gemaakt over opvoedingsondersteuning, voedingsvoorlichting, gymnastiek- en zwemlessen, stimulering van sportbeoefening en verkoop van snacks en zoetwaren op school.

4. In samenspraak met de branche zal worden toegewerkt naar een rookvrije horeca in deze kabinetsperiode.

5. Het bestaande ontmoedigingsbeleid ten aanzien van drugs, alcohol en tabak wordt voortgezet. Er komt een verbod op reclame voor alcohol op radio en televisie tot 21.00 uur. De controle op de handhaving van de leeftijdsgrens bij verkoop van alcohol wordt verscherpt.

6. Hoogwaardige verslavingszorg is mede gericht op arbeidsrehabilitatie en re-integratie, evenals experimenten met meer verplichtende vormen van afkicken.

7. De financiering van medicinale verstrekking van heroïne wordt voor de thans participerende steden ook na 2007 voortgezet.

Premie, zorgtoeslag, pakket en eigen betalingen[bewerken]

8. De no-claim wordt per 1.1.08 afgeschaft.

9. Het basispakket wordt met pil en jaarlijkse periodieke tandartscontrole voor volwassenen verruimd, en het aantal kraamuren wordt uitgebreid.

10. Er zal een nieuw systeem van eigen betalingen worden ingevoerd ter vervanging van de no-claim. Omdat chronisch zieken en gehandicapten in dezen geen vrije keuze hebben, worden zij hiervan uitgezonderd.

11. De tegemoetkoming van de TBU wordt overgeheveld naar de WMO. De WMO zal meer worden toegespitst op voorzieningen voor chronisch zieken en gehandicapten.

12. Voor verhoging van de zorgtoeslag worden extra middelen beschikbaar gesteld.

13. Het systeem van nominale premie en inkomensafhankelijke zorgtoeslag in de zorgverzekering blijft gehandhaafd.

14. Het saldo van nominale premie en inkomensafhankelijke zorgtoeslag is inkomensafhankelijk. De mogelijkheden om dit bedrag ineens in rekening gebracht te krijgen (in plaats van een aparte rekening voor de premie en een aparte storting van de zorgtoeslag) zullen worden verruimd. Dit kan door - op basis van vrijwillige keuze van de verzekerde - de zorgtoeslag al bij de zorgverzekeraar met de nominale premie te verrekenen. Hierover zullen met verzekeraars afspraken worden gemaakt.

15. Bovenstaande geschiedt mede met het oog op het terugdringen van het aantal onverzekerden en wanbetalers.

Cure[bewerken]

16. De ruimte voor vrije prijsvorming in de ziekenhuizen (cure) is thans 10% in de planbare zorg. In 2007 wordt besloten tot een tweede stap naar 20% in 2008, wederom in de planbare zorg. Verdere stappen met vrije prijsvorming in de planbare zorg zijn alleen mogelijk na zorgvuldige evaluatie van voorafgaande stappen op basis van kwaliteit en toegankelijkheid. De onafhankelijke Zorgautoriteit kan bij de beoordeling hiervan een belangrijke rol spelen.

17. Op korte termijn zullen de betrokken partijen een gezamenlijk plan om het DBC-stelsel te vereenvoudigen uitvoeren.

18. Voor het niet vrijgegeven deel van de ziekenhuiszorg dat zich leent voor onderhandelingen over de DBC-prijzen zal in de tussentijd - om een betere prijs -kwaliteitverhouding en efficiënter werken uit te lokken - het instrument van maatstafconcurrentie worden gehanteerd.

19. Een aantal andere maatregelen zal tevens getroffen worden teneinde de kostenontwikkeling in de cure te beheersen en ontwikkeling richting best practices te stimuleren. De DBC-prijzen in het planbare deel van de ziekenhuiszorg, zullen betrekking hebben op alle kosten die in het ziekenhuis gemaakt worden, inclusief de kapitaalkosten. Ziekenhuizen kunnen dan ook vrij beslissen over investeringen en gaan daarmee financieel risico lopen over de betreffende kosten van kapitaal. Het tempo waarin ziekenhuizen daadwerkelijk steeds meer financieel risico gaan lopen, wordt afgestemd op de initiële herverdelingseffecten van de overgang naar een andere bekostiging.

20. De risicodragendheid van verzekeraars voor de uitgaven aan ziekenhuiszorg wordt vergroot. De systematiek van de nacalculatie zal daarop worden aangepast.

21. De kostenbesparingen die uit bovenstaande voortvloeien, worden aan de burgers teruggegeven door middel van premieverlaging.

22. De toepassing van ICT wordt met urgentie bevorderd. Nadruk ligt op een spoedige introductie van het elektronisch patiëntendossier, uiterlijk in te voeren 2009, en het elektronisch medicatiedossier.

Care[bewerken]

23. Er komen extra middelen beschikbaar voor de verpleeghuiszorg.

24. De AWBZ-zorg (met name verpleeghuizen, ouderenzorg, gehandicaptenzorg) leent zich naar haar aard niet voor vrije prijsvorming en commerciële concurrentie.

25. Wel is het hard nodig om langs velerlei wegen te blijven streven naar een lagere werkdruk, minder bureaucratie, een grotere doelmatigheid en een sterkere positie van de zorgconsument. Met het oog daarop worden de volgende ontwikkelingen bevorderd:

26. Het kabinet zal in dialoog met het veld de ontwikkeling van nieuwe concepten in de care onderzoeken, bevorderen en belonen. Sleutelwoorden zijn daarbij kleinschaligheid, inbedding in wijken en buurten, ontbureaucratisering en ruimte voor de professional.

27. In het licht van de noodzaak en wenselijkheid verder in te spelen op de toenemende diversiteit van woon- en zorgbehoeften, met name bij ouderen, zal het financieel scheiden van wonen en zorg verder worden bevorderd.

28. Eventuele hieruit voortvloeiende kostenbesparingen worden voor de helft teruggegeven in lagere premies en voor de andere helft geherinvesteerd in de zorg.

29. Er zal ruimte worden geboden voor ondernemerschap en privaat kapitaal, bij voorkeur langs de weg van de maatschappelijke onderneming. Nieuwe toetreders moeten niet onnodig worden belemmerd. Toetsing vindt primair plaats op basis van kwaliteit en toegankelijkheid.

30.Vooralsnog zullen geen verdere stappen worden gezet in het traject van WMO en AWBZ. De WMO moet gemeenten de mogelijkheid bieden om met een maatwerkbenadering maatschappelijke participatie van burgers te stimuleren in combinatie met het bieden van specifieke hulp.

31. In de periode 2008-2011 wordt ook een aantal maatregelen getroffen die op termijn tot verdere kostenbesparingen in de zorg (cure en care) zullen leiden. Deze zullen deels ten goede komen aan de kwaliteit van de zorg, deels worden teruggegeven aan burgers door middel van lagere premies.

Medische ethiek[bewerken]

32. In het licht van de evaluatie van de Wet Afbreking Zwangerschap wordt vastgehouden aan handhaving van de wettelijke zorgvuldigheidsnormen, waaraan een evenwicht ten grondslag ligt tussen de rechtsbescherming waarop ongeboren menselijk leven aanspraak heeft en het recht van de vrouw op een passende, op elk individueel geval afgestemde hulpverlening bij een door haar ongewenste zwangerschap (memorie van toelichting). De overtijdbehandeling komt onder de WAZ te vallen. De vaste beraadtermijn van vijf dagen blijft gehandhaafd, maar wordt variabel voor de overtijdbehandeling (tot en met de 16e dag). In samenwerking met de betrokken beroepsgroepen en organisaties zal – conform de aanbeveling van de evaluatiecommissie – worden gewerkt aan verdere protocollering van het besluitvormingsproces, zal er via (anonieme) registratie in de komende kabinetsperiode vervolgonderzoek worden gedaan naar de aard van de noodsituatie en wordt onderzoek gestart naar de psychosociale gevolgen van abortus- provocatus.

33. Het kabinet zal met een samenhangend pakket van positieve maatregelen komen, gericht op het bieden van alternatieven voor afbreking van de zwangerschap; gedacht kan worden aan verruiming van adoptiemogelijkheden, hulpverlening en begeleiding, en ondersteuning van initiatieven gericht op opvang van ongewenst zwangere tieners.

34. Goede seksuele voorlichting is van belang om ongewenste zwangerschappen te voorkomen. Ouders dragen daarvoor verantwoordelijkheid, maar ook scholen mogen gevraagd worden daaraan een bijdrage te leveren. Bijzondere aandacht zal worden gegeven aan voorlichting aan doelgroepen zoals zowel allochtone vrouwen en meisjes als allochtone mannen en jongens.

35. In deze kabinetsperiode zal met betrekking tot levensbeëindiging op verzoek niet worden overgegaan tot wijziging van de regelgeving of het toestaan van experimenten (bijv. de pil van Drion). Er zal worden geïnvesteerd in verbetering en (financiële) versterking van de palliatieve zorg, zowel in de opleiding als in de zorgverlening in verpleeghuizen, hospices en thuis. Ondersteuning van vrijwilligers is van belang.

36. Het - perspectiefrijke - onderzoek naar behandelingsmogelijkheden met gebruikmaking van (volwassen) lichaamsstamcellen wordt krachtig gestimuleerd. Tijdens de komende kabinetsperiode zal het verbod op het speciaal tot stand brengen en gebruiken van embryo's voor wetenschappelijk onderzoek en andere doeleinden dan het tot stand brengen van zwangerschap, worden gehandhaafd.

Immigratiebeleid.[bewerken]

1. Uitgangspunt is een rechtvaardig en humanitair asielbeleid en een effectieve uitvoering (inclusief terugkeer) van de Vreemdelingenwet 2000

2. De procedure toelating van de nieuwe Vreemdelingenwet wordt verbeterd (mede in het licht van de aanbevelingen van de commissie Scheltema) en versneld en daarbij wordt in het bijzonder de regeling van de 48-uursprocedure verbeterd zodat deze zonodig verlengd kan worden om vertraging te voorkomen.

3. Er zal op korte termijn een studie over het zoveel mogelijk beperken van herhaalde asielaanvragen worden verricht. Daarbij wordt de mogelijkheid verkend dat later ingetreden beletselen op grond van artikel 3 EVRM en andere niet verwijtbare omstandigheden zonder herhaalde aanvraag in het kader van een lopende procedure kunnen worden beoordeeld.

4. Voor het verkrijgen van het Nederlanderschap op de Nederlandse Antillen en in Aruba is ook kennis van de Nederlandse taal een vereiste.

5. Het quotum voor zogenoemde uitgenodigde vluchtelingen zal na 2007 eveneens worden vastgesteld op 500 personen per jaar gemiddeld. Het kabinet zal bevorderen dat het quotum ten volle wordt benut.

6. Om op korte termijn de nalatenschap van de oude Vreemdelingenwet af te wikkelen komt er een regeling in het kader waarvan ambtshalve een verblijfvergunning wordt verleend aan personen die aan de volgende objectieve criteria voldoen:

a. een eerste asielaanvrage ingediend voor 1 april 2001;

b. ten aanzien van wie geen contractindicaties om reden van criminaliteit (criteria voor ongewenst verklaring) of oorlogsmisdrijven bestaan;

c. voor 13 december 2006 in opvang van het project terugkeer verkeerden (oorspronkelijk project en zij-instroom) en alsnog in procedure waren verwikkeld onderscheidenlijk nog niet waren uitgestroomd, dan wel;

d. op dat moment Nederland niet verlaten hadden of daaruit verwijderd waren en blijkens een uitdrukkelijke verklaring van de burgemeester van een gemeente daar bekend waren en aantoonbaar sinds begin 2006 verbleven in het kader van noodopvang (zoals gedefinieerd in het kader van het project terugkeer) dan wel daarin terecht zijn gekomen in de loop van 2006 in onmiddellijke aansluiting op hun uitstroom uit het project terugkeer bedoeld onder c, dan wel;

e. op grond van de oude vreemdelingenwet in het kader van het categoriale beschermingsbeleid of op medische gronden een tijdelijke verblijfsvergunning hadden verkregen, welke nog niet was ingetrokken op 13 december 2006.

Deze regeling is gekoppeld aan de volgende afspraken:

a. Juridische verankering die beroep op vergelijkbaarheid van andere gevallen en hernieuwde instroom van MOB-ers uitsluit.

b. Overeenstemming bereiken met VNG over huisvesting en integratie van de toegelaten personen alsmede over het verlenen van medewerking aan uitvoering van de Vw 2000 inclusief terugkeer.

c. Overeenstemming met de VNG over het niet verlenen van opvang voor asielzoekers die uitgeprocedeerd zijn onder het regime van de vreemdelingenwet alsmede voor personen die niet onder bovenvermelde regeling vallen.

d. Toelatingsprocedure asiel verbeteren naar aanleiding van evaluatie Vreemdelingenwet 2000.

e. Nieuwe achterstanden met kracht tegengaan.

9. De Dienst Terugkeer en Vertrek begint in overeenstemming met de planning in de eerste helft van 2007 met zijn werkzaamheden.