In het jaar 2000 (Bellamy 1890)/13

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
XII. In het jaar 2000 van Edward Bellamy

XIII.

XIV.


[ 109 ]
 

HOOFDSTUK XIII.

 

 

Zooals Edith beloofd had, vergezelde Dr. Leete mij naar mijn slaapkamer om mij de behandeling van den muziektelefoon te wijzen. Hij wees mij hoe door een schroef te draaien, de kracht van de muziek zeer sterk kon worden gemaakt of verzwakt worden tot een zoo verre echo, dat niemand onzeker ware of het verbeelding of werkelijkheid was. Als van twee menschen, naast elkaar, de een wilde luisteren en de ander slapen, kon de muziek voor den een hoorbaar worden gemaakt en onverstaanbaar voor den ander.

—"Ik moet u sterk aanraden van nacht te slapen, Mijnheer West," zeide de dokter, "liever dan naar de mooiste liederen van de wereld te luisteren," na mij het toestel te hebben verklaard. "In de moeilijke omstandigheden waarin gij u bevindt, is slaap een versterkend middel voor de zenuwen dat door niets kan worden vervangen."

[ 110 ] Gedachtig aan wat mij dien morgen gebeurd was, beloofde ik zijn raad op te volgen.

—"Heel goed," zeide hij, "dan zal ik den telefoon op acht uur zetten."

—"Wat meent u daar mee?" vroeg ik.

Hij legde mij uit dat door een uurwerk iemand zich door muziek kon laten wekken op elk uur.

Het scheen nu, en het is later gebleken het geval te zijn, dat ik mijn slapeloosheid met andere ongemakken van het leven, achter mij gelaten had in de negentiende eeuw, want ofschoon ik geen slaapdrank had ingenomen, viel ik, evenals den vorigen nacht, in slaap zoodra ik mijn hoofd had neêrgelegd.

"Ik droomde dat ik op den troon zat in de feesthal van het Alhambra, te midden van heeren en krijgers, die den volgenden dag de Halve Maan zouden volgen tegen de Christenhonden in Spanje. De lucht, afgekoeld door springende fonteinen, was beladen met den geur van bloemen. Een troep jonge meisjes van schoone vormen en lachende monden, dansten met weelderige gratie op de muziek van koperen en besnaarde instrumenten. Opziende naar de getraliede galerijen, zag men nu en dan een glinsterend oog van de sieraden des koninklijken harems, neêrblikkend op het verzameld puik van Moorsch edelvolk. Luider en luider klonken de cymbalen, wilder en wilder werd het lied, tot het bloed van het geslacht der woestijnen niet langer de krijgshaftige dronkenschap beteugelde en de donkere krijgslieden opsprongen en stonden; duizend kromme zwaarden sloegen bloot en de kreet "Allah il Allah!" schudde de hal en deed mij ontwaken, in het volle daglicht liggend en de kamer weerklonk van de opwekkende tonen van de "Turksche Réveille" ....

[ 111 ] Aan de ontbijttafel, toen ik mijn gastheer vertelde wat er gebeurd was, vernam ik dat het geen toeval was dat de muziek die mij wakker had gemaakt een réveille was geweest. De stukken die in een van de concertzalen 's morgens vroeg gespeeld werden, waren altijd van een opwekkende soort.

—"Ja," zeide ik, "dat valt mij daar in, ik heb u nog niet gevraagd over den toestand van Europa. Zijn de samenlevingen in de oude wereld ook hernieuwd?"

—"Ja," antwoordde Dr. Leete, "de groote landen van Europa, zoowel als Australië, Mexico en gedeelten van Zuid-Amerika, zijn industrieel zoo ingericht als de Vereenigde Staten, die de eerste waren. De vredelievende betrekkingen van deze volken zijn verzekerd door een lossen vorm van een statenbond, die zich over de geheele wereld uitstrekt. Een internationale raad regelt de onderlinge verhouding en den handel van de leden van het verbond en hunne gemeenschappelijke politiek jegens de achterlijke rassen, die langzamerhand tot hoogere beschaving worden opgevoed. Volledig zelfbestuur is aan iedere natie toegekend."

—"Hoe drijft gij handel zonder geld?" vroeg ik. "In den handel met andere landen zult gij een of ander ruilmiddel moeten hebben, al kunt gij er buiten binnenslands."

—"O neen; ook in dit opzicht is geld overbodig. Toen de handel op vreemde landen gedreven werd door persoonlijk initiatief, was geld er bij noodig wegens de groote samengesteldheid van de zaken, maar nu is het een daad van de natiën in hun geheel. Zoo zijn er misschien een dozijn kooplieden in de wereld, en hunne bezigheden worden gecontroleerd door den internationalen raad, zoodat een eenvoudig stelsel van boekhouding voldoende is om hunne [ 112 ] zaken te regelen. Natuurlijk zijn alle soorten van in- en uitvoerrechten opgeheven. Elke natie heeft een bureau voor den buitenlandschen ruilhandel. Bijvoorbeeld, het Amerikaansche bureau, die zoovele Fransche goederen noodig oordeelt voor Amerika in een gegeven jaar, stuurt de order naar het Fransche bureau, dat op zijn beurt zijne bestellingen naar ons bureau zendt. Hetzelfde gebeurt wederkeerig door alle volken."

—"Maar hoe worden de prijzen van vreemde goederen vastgesteld, als er geen concurrentie is?"

—"De prijzen voor het buitenland zijn dezelfde als die voor het binnenland, zoodat er geen gevaar voor misverstand is. Natuurlijk is geen enkele natie verplicht een ander te voorzien van de produkten van haar arbeid, maar in het belang van allen is het dat sommige artikelen worden geruild. Als eenige natie eene andere geregeld van iets voorziet, dan is men van beide kanten verplicht kennis te geven bij een belangrijke verandering in de relatie."

—"Maar als een staat, die uitsluitend een of ander voortbrengt, zou weigeren het aan de anderen of aan een van de anderen te verkoopen?"

—"Dit is nog nooit voorgekomen en zou niet kunnen voorkomen, zonder de weigerende partij oneindig grooter nadeel te doen dan de anderen," antwoordde Dr. Leete.

"In de eerste plaats bestaat er geen wettelijke voorkeur. De wet verlangt dat elke natie met alle anderen op gelijken voet zal handelen. Iets als u onderstelt zou het betrokken volk afsnijden van de overige wereld in alle opzichten. Dit gevaar behoeft u dus niet zeer te verontrusten."

—"Maar," zeide ik, "gesteld dat een natie die eenig [ 113 ] natuurlijk monopolie geniet, de prijzen van die stof zou opdrijven, zonder de levering te weigeren, en op die manier voordeel plukken van de behoeften der buren? De ingezetenen van het land zouden dat artikel dan ook duurder moeten betalen, maar als geheel zouden zij meer aan de vreemdelingen verdienen dan zij er zelf bij legden."

—"Als gij zult weten hoe de prijzen van alle dingen tegenwoordig worden geregeld, zult gij de onmogelijkheid inzien van ze te veranderen, behalve wanneer er meer of moeilijker werk wordt vereischt bij de productie. Het beginsel is niet alleen nationaal, maar ook internationaal; maar zonder dat zou het gevoel van gemeenschappelijk belang, over alle landen uitgestrekt, en de overtuiging van de dwaasheid van zelfzucht, te diep zijn ingeprent, om zulk een daad van koopmansvlugheid mogelijk te maken. U moet denken dat wij allen uitzien naar een eindelijke samenvoeging van alle rijken tot éen staat. Dat zal zonder twijfel de laatste vorm van de maatschappij zijn, en zekere economische voordeelen bezitten boven het tegenwoordige stelsel van afzonderlijke staten. Intusschen werkt het tegenwoordige systeem met een zoo groote volmaaktheid, dat wij aan onze nakomelingen met gerustheid de voltooiing van het plan overlaten. Zelfs zijn er bij ons die het er voor houden, dat een staten-verbond niet slechts een tijdelijke oplossing van de quaestie van de menschelijke samenleving, maar reeds de definitieve is."

—"Wat gebeurt er," vroeg ik, "als de boeken van twee landen niet gelijk sluiten? Stel dat wij meer van Frankrijk importeeren dan zij van ons?"

—"Aan het eind van elk jaar," antwoordde de dokter, "worden de boeken van elke natie nagezien. Blijkt het [ 114 ] dat Frankrijk aan ons schuldig is, dan zijn wij waarschijnlijk aan een staat iets schuldig waar Frankrijk van te vorderen heeft en zoo met alle rijken. De saldo's die er overblijven nadat alle rekeningen zijn opgemaakt door den internationalen raad, kunnen nooit heel groot zijn. De raad verlangt overigens dat zij binnen weinig jaren vereffend worden, en mag de vereffening gelasten wanneer hij wil, als zij te groot mochten worden, want wij willen niet dat een volk te zeer bij het andere in schuld geraakt, opdat onvriendschappelijke neigingen geen veld winnen. Om verder hiertegen te waken, onderzoekt de raad de geruilde goederen teneinde toe te zien dat zij van goede qualiteit zijn."

—"Maar waarmede worden de saldo's ten slotte betaald, zonder geld?"

— "Met eenig nationaal artikel; een overeenkomst omtrent den aard en de hoeveelheid van zulke artikelen is de grondslag voor handelsbetrekkingen."

—"Landverhuizing," zeide ik, "is een ander onderwerp waarover ik u wilde vragen. Met de organisatie van elken staat als een compagnieschap, die alle productie-middelen van het land in handen heeft, zou de landverhuizer, zelfs als men hem toestond den vreemden bodem te betreden, sterven van honger. Er kan dus geen landverhuizing wezen tegenwoordig."

—"Er is integendeel voortdurend landverhuizing, als gij daaronder verstaat verplaatsing naar andere gewesten van het vaste verblijf. Zij is geregeld volgens een eenvoudig internationaal stelsel van schadevergoeding. Als een man van twee en twintig, om iets te noemen, van Engeland naar Amerika gaat, verliest Engeland alle kosten van onderhoud en opvoeding, terwijl Amerika gratis [ 115 ] een arbeider krijgt. Amerika doet dus aan Engeland een uitkeering. Dit beginsel, verschillend toegepast in verschillende gevallen, geldt altijd. Als een man bijna aan het eind van zijn werktijd is wanneer hij verhuist, krijgt zijn nieuw land de uitkeering. Wat onbekwame personen betreft, men vindt het beter dat ieder rijk verantwoordelijk blijft voor de zijne, en de verhuizing van dezulken geschiedt alleen onder waarborg van zijn geboorteplaats voor zijn onderhoud. Aan deze bepalingen onderworpen, is overigens niemands recht om naar een ander land te gaan eenigszins beperkt."

—"Maar hoe gaat het met pleziertochtjes en met studiereizen? Hoe kan een vreemdeling reizen in een staat waar de menschen geen geld aannemen en zelf middelen van bestaan hebben die voor hem zonder waarde zijn? Zijn eigen krediet kan hem in andere landen niet helpen. Hoe schikt hij dat?"

—"Een Amerikaansche krediet-kaart is even gangbaar in Europa als vroeger Amerikaansch goud, en precies op dezelfde voorwaarde, namelijk dat hij ingewisseld wordt voor de munt van het rijk waar gij u bevindt. Een Amerikaan in Berlijn gaat met zijn kaart naar het plaatselijk kantoor van den internationalen raad, en krijgt geheel of gedeeltelijk in ruil een Duitsche kaart; voor het bedrag wordt Amerika in de algemeene boeken belast en Duitschland gecrediteerd."

 

 

—"Misschien zou Mijnheer West wel in den Olifant willen eten van avond," zeide Edith toen wij van tafel opstonden.

[ 116 ] —"Dit is de naam van het openbare eethuis van onze buurt," zeide haar vader. "Niet alleen wordt er gekookt in de openbare keukens, zooals ik u gisteren avond vertelde, maar de qualiteit en de bediening zijn veel beter als men in de eetzalen dineert. De kleinere maaltijden nemen wij gewoonlijk thuis, om de moeite te besparen van uit te gaan, maar het is algemeen om buitenshuis te eten. Wij hebben dat niet gedaan zoolang u bij ons bent, omdat wij liever wilden wachten tot u eenigszins meer bekend met onze manieren zoudt zijn. Wat dunkt u er van? Zullen wij vandaag gaan dineeren in het eethuis?"

Ik zeide dat ik dit heel graag zou doen.

Niet lang daarna kwam Edith glimlachende naar mij toe en zeide:—"Gister-avond dacht ik er over wat ik voor u doen kon om het u wat gemakkelijker te maken totdat gij aan de nieuwe toestanden gewend zoudt zijn, en ik heb een idee gekregen. Wat zoudt gij zeggen als ik u eens voorstelde aan eenige zeer aangename menschen van uw tijd, waarvan ik zeker weet dat gij ze goed gekend hebt?" Mijne gevoeligheid voor het vreemde was wel eenigszins verdoofd door de vele schokken die zij had ondervonden, maar ik volgde haar toch met eenige verbazing naar haar kamer waar ik nog niet geweest was. Het was een klein en gezellig vertrek, de muren waren bedekt met boekenkasten.

—"Hier zijn uwe vrienden," zeide Edith, wijzende op een van de kasten en mijn oog vloog over de namen achter op de deelen: Shakespeare, Milton, Wordsworth, Shelley, Tennyson, Defoe, Dickens, Thackeray, Hugo, Hawthorne, Irving, en een reeks van andere groote schrijvers, van mijne en alle eeuwen; nu begreep ik hare bedoeling. Zij had werkelijk hare belofte gehouden in een [ 117 ] zin, waarbij de letterlijke vervulling een teleurstelling zou geweest zijn. Zij had mij in een vriendenkring gebracht, die in de eeuw die voorbij was gegaan sedert ik hen had ontmoet, even weinig waren veranderd als ik zelf. Hun geest was even verheven, hun scherts even levendig, hun lachen en hun schreien even wegsleepend als toen hun taal de uren in vorige eeuwen deed vervliegen. Eenzaam was ik niet meer en kon ik niet zijn in dit goede gezelschap, hoe wijd de afgrond des tijds ook gaapte tusschen mij en mijn oud bestaan.

—"Het bevalt u hier goed?" zeide Edith met schitterende oogen, toen zij op mijn gezicht het welslagen van haar plan las. "Het was een goed idee, niet waar Mijnheer West? Vreemd dat ik er niet eerder aan gedacht heb! Ik zal u maar bij uw oude vrienden laten, want ik weet dat er voor u nu geen beter gezelschap kan zijn; maar pas op dat oude kennissen u de nieuwe niet doen vergeten!" en met deze glimlachende waarschuwing ging zij heen.

Door den mij meest bekenden naam aangetrokken, nam ik ter hand een deel van Dickens en zat neer. Hij was mijn lievelingsschrijver geweest onder de auteurs van de eeuw, van de negentiende, bedoel ik en zelden was er een week voorbij gegaan dat ik niet een ledig uur met een van zijn boeken had aangevuld. Elk boek dat ik goed kende, zou een buitengewonen indruk op mij gemaakt hebben in deze buitengewone omstandigheden, maar mijne overgroote bekendheid met Dickens en zijn macht, dientengevolge, om de gevoelens van mijn vroeger leven op te roepen, verleende aan zijn geschrijf een kracht die geen ander zou hebben kunnen uitoefenen, namelijk van het contrast te verhoogen tusschen mijn [ 118 ] vorige omgeving en de tegenwoordige. Hoe nieuw en bevreemdend iemands omgeving wordt, behoudt iedereen zulk een sterke neiging om zich er mede te vereenzelvigen, dat reeds dadelijk het vermogen om haar volledig waar te nemen in, hare vreemdheid bijna geheel verloren gaat. Dit vermogen, in mij zoo goed als gedood, keerde door het lezen in Dickens terug wegens het opwekken van aandoeningen van vroeger. Met een helderheid die ik nog niet had kunnen bereiken, zag ik nu het verleden en het tegenwoordige, als pendanten, naast elkaar.

Gedurende de paar uren die ik daar zat met het boek van Dickens open voor mij, las ik niet meer dan eenige bladzijden. Elke nieuwe volzin gaf mij een nieuw gezichtspunt op de veranderingen die plaats gevonden hadden en leidde mijne gedachten op verre wegen. Terwijl ik zoo zat te peinzen in de bibliotheek, kreeg ik langzamerhand een klaarder en meer samenhangend overzicht van het wonderbaarlijke schouwspel dat ik op zulk een vreemde wijze in staat was gesteld waar te nemen, en ik schudde het hoofd over de zonderlinge grilligheid van het lot dat aan iemand die het zoo weinig had verdiend, of op eenige wijze er voor bestemd scheen, met uitsluiting van al zijn tijdgenooten, de macht had gegeven om in deze latere eeuw de aarde te betreden. Ik had de nieuwe wereld evenmin voorzien als haar bevorderd, zooals velen om mij heen hadden gedaan, zonder te letten op den toorn van de dwazen en de begripsverwarring van de goeden. Zeker kon het meer in den aard der dingen hebben gelegen, als een van die profetische en bezielde naturen het maaksel van zijn verbeelding had kunnen zien en voldaan geworden zijn ....

Ik was nog in de boekerij toen Dr. Leete mij eenige [ 119 ] uren later kwam zoeken.—"Edith heeft mij haar idee verteld," zeide hij, "en het is zeker heel goed. Ik was nieuwsgierig welken schrijver u het eerst zoudt opnemen. O, Dickens! U hieldt dus van hem. Daarover zijn wij het met u eens. Volgens onzen maatstaf, overtreft hij al de schrijvers van zijn tijd, niet omdat zijn literair talent het grootst was maar omdat zijn edel hart warm klopte voor de armen, omdat hij partij trok voor de slachtoffers van de maatschappij en zijn pen gebruikte om hare wreedheid en huichelarij te ontmaskeren. Niemand van zijn tijdgenooten deed zooveel als hij om de aandacht van de menschen te vestigen op de verkeerdheid en de ellende in de oude orde van zaken, en hunne oogen te openen voor de noodzakelijkheid van de groote verandering die komen moest, al heeft hij haar zelf niet duidelijk voorzien."