Troonrede 1981

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Troonrede van 1981

Auteur Minister-president Dries van Agt en ministers
Genre(s) Troonrede
Brontaal Nederlands
Datering 15 september 1981
Bron Troonredes.nl
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Troonrede van 1981 op Wikipedia
Prinsjesdag 1981 Koningin Beatrix leest Troonrede, Bestanddeelnr 253-8583.jpg

Op dinsdag 15 september, Prinsjesdag 1981, sprak Hare Majesteit de Koningin de onderstaande troonrede uit.

Troonrede[bewerken]

Leden van de Staten-Generaal,

De omstandigheden waaronder deze Troonrede is opgesteld zijn hoogst uitzonderlijk. Pas enkele dagen geleden is het kabinet, dat sinds de verkiezingen van mei de lopende staatszaken behartigde, teruggetreden en opgevolgd door een nieuw kabinet, van een andere politieke samenstelling.

Het onlangs aangetreden kabinet heeft nauwelijks tijd gehad voor beraad over het te voeren beleid. Een uiteenzetting van dat beleid zal eerst over enige weken in de regeringsverklaring kunnen worden gegeven Daarom zal deze Troonrede beknopt en sober zijn.

Vandaag wordt, ter voldoening aan de voorschriften van de Grondwet, de begroting 1982 aan de Tweede Kamer aangeboden. De begrotingsontwerpen en de memories van toelichting daarop zijn opgesteld onder de verantwoordeiijkheid van het vorige kabinet. De regering betuigt haar erkentelijkheid daarvoor aan hen die tot dat kabinet behoorden. De tijd heeft ontbroken om die ontwerpen en de toelichtingen te toetsen aan het regeerakkoord van het nieuwe kabinet. Voorzover deze staatsstukken als uitkomst van die toetsing belangrijke wijzigingen behoeven, zal daarvan in de regeringsverklaring mededeling worden gedaan.

Van de maatschappelijke problemen die zich in ons land voordoen is de werkloosheid het meest verontrustend, in het bijzonder die onder jongeren. De economische neergang heeft in alle landen van de Europese Gemeenschap de werkloosheid scherp doen stijgen. Daar komt bij dat in ons land het aantal mannen en vrouwen dat zich jaarlijks aanmeldt op de arbeidsmarkt naar verhouding veel groter is dan elders in West-Europa. Dat stelt ons in de jaren tachtig voor een bijzonder zware opgave.

Te zwaarder zal die opgave zijn doordat van ons bedrijfsleven grote delen in ernstige moeilijkheden zijn geraakt. Met name de industrie staat er, globaal Bespoken slecht voor en ook de toestand van het midden– en kleinbedrijf is verre van rooskleurig.

Gelukkig vast er een herwaardering waar te nemen voor deze vormen van bedrijvigheid, mede door toedoen van een baanbrekende studie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Ons bedrijfsleven moet weer vitaliteit krijgen. Een nieuw industrieel elan is nodig. Het is gewenst het produktief investeren aan te moedigen.

Het kabinet zal zo spoedig mogeiijk een meerjarenplan voor de werkgelegenheid opstellen. Daarvoor zal de nodige financiële ruimte worden vrijgemaakt. Het financieringstekort van de overheid moet, juist ter wille van de werkgelegenheid, in de eerstkomende jaren worden verkleind. De druk van belastingen en premies, waarvan het regeerakkoord een nadere omschrijving geeft, mag niet zwaarder rneer worden.

Voor het welslagen van het te voeren beleid is een goed overleg nodig met de organisaties van werkgevers en werknemers, mede met het oog op de noodzaak van een jarenlange matiging van lonen en andere inkomens. In het regeerakkoord zijn afspraken vastgelegd om de laagste inkomens te beschermen.

Duurzaam economisch herstel moet hoofddoel van het beleid zijn: ter wille van de; werkgelegenheid, maar ook omdat de hoge uitgaven die in ons land van gemeenschapswege worden gedaan niet in stand gehouden kunnen worden wanneer door een neergang van de economie het nationaal inkomen ineenschrompelt.

Ook over een aantal andere belangrijke onderwerpen zal de regeringsverklaring beleidsvoornemens ontvouwen. Daartoe behoren het bevorderen van de woningbouw en de stadsvernieuwing, de bescherming van het milieu, het bewaren van onze rechtsstaat.

Door de komst in ons midden van grote aantallen personen van andere taal en cultuur is de Nederlandse samenleving geschakeerder geworden en gecompliceerder. Helaas blijkt niet zelden van een tekort aan verdraagzaamheid en begrip. Daarnaast dienen zich niet te onderschatten problemen aan in het onderwijs, en ook met de huisvesting en de tewerkstelling van mensen die van buiten Nederland komen. Het ontwikkelen van een alomvattend beleid ten aanzien van de minderheden is een belangrijke overheidstaak geworden.

De wetsontwerpen tot algehele herziening van de Grondwet zijn inmiddels ter behandeling in tweede lezing bij de Tweede Kamer ingediend. De regering vertrouwt erop dat deze herziening spoedig haar beslag zal krijgen.

De regering hoopt dat spoedig de voorwaarden vervuld zullen zijn voor de hervatting van het overleg over de toekomstige verhoudingen tussen de Nederlandse Antillen, de eilanden van de Nederlandse Antillen en Nederland.

Het behoud van internationale vrede en veiligheid is in de letterlijke zin een levensbelang voor ons allen. De regering zal in bondgenootschappeiijk verband een evenwichtig veiligheidsbeleid voeren. Dat betekent: zorgen voor een deugdelijke defensie en tegelijk werken aan beheersing en beperking van de bewapening, in het bijzonder van de nucleaire bewapening in Oost en West.

Een vermindering van de spanning tussen. Oost en West zal de meeste ontwikkelingslanden ten goede komen en de totstandkoming van een rechtvaardiger wereldeconomische ordening naderbij brengen. Nederland zal, ondanks de economisch ongunstige tijden, zijn bijdrage voor ontwikkelingssamenwerking ten minste handhaven op het tot dusver aangehouden peil.

Leden van de Staten-Generaal,

Deze Troonrede kan zo kort na de kabinetswisseling geen opsomming bieden van concrete plannen voor de nabije toekomst. Van wezenlijk belang is het echter dat wij allen de uitdaging onderkennen waarvoor ons land nu staat. Ingrijpende veranderingen zijn nodig voor economisch herstel. Dan komt de ontwikkeling van de werkgelegenheid weer in het goede spoor en kunnen onze collectieve voorzieningen in stand blijven.

Dat zal een zware opgave zijn, maar wel een die uitvoerbaar is. Als iedere burger zich daarvoor wil inspannen en bereid is de daartoe nodige offers naar draagkracht te brengen, is er goede reden om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien.

Van U, volksvertegenwoordigers, zal in het komende parlementaire jaar veel volharding en toewijding worden gevergd voor het volvoeren van Uw taak.

U moge die taak vervullen in het vertrouwen dat velen U wijsheid toewensen en om zegen voor U bidden.

Hiermee open ik de nieuwe zitting van de Staten-Generaal.