Schouburg/Deel II

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
< Schouburg/Deel I Schouburg/Deel II Schouburg/Deel III >


Schouburg

Auteur Arnold Houbraken
Genre(s) Biografieen van kunstenaars
Brontaal Nederlands
Datering 1719
Bron B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Schouburg op Wikipedia
Titel pagina Deel II.

De groote schouburgh Der Nederlantsche konstschilders En schilderessen. Tweede deel.

DAt Ouders aangaande hunne Kinderen, en opzieners ontrent de minderjarigen wel naar hunne beste meeninge tot nut der zelve besluiten konnen nemen van hen dit of dat tot hun beroep, 'tzy Konst of handwerk, te laten leeren: maar dat de natuurdrift, wanneer die in de lente van hun jaren met kragt opwelt, en de genegenheid zig een weg verkiest tot hun kostwinning, veel zekerder het wit van hun bedoelingen treft, en hun geluk bewerkt, zal dit volgende levensverhaal bevestigen.

Inhoud[bewerken]

Naamrol Van de Beeltenissen der Konstschilders en Schilderessen. In het II. Deel.

LYST der voornaamste zaken en byzonderheden in dit tweede Deel van den Schouhurgh der Konstschildersbeschreven; om alles op zyn plaats te konnen vinden.

  • Voorbeelden van yver en drift tot de Konst. 18. 304.
    • Van langzaam schilderen. 8.
    • Van vaardig schilderen. 82. 85. en 286.
    • Van zulken die door zeldzame gevallen zig tot de Konst begeven hebben. 32. 33.
  • Voorbeelden om de schilderjeugt af te schrikken van schandelyke en onkuisse

bedryven te verbeelden. 119. 120. 121.

  • Beeltenis van de W I T , door 't woedend graau vernielt. 309. 310.
  • Fyn bedagte vond van Filip Roos om tot zyn oogwit te geraken. 282. 283.
  • Geestig voorval van J.v. Hoogstraten met een bedelaar. 169.
  • Misbruiken der byvoegzelen. Waar uit de zelve ontspruiten. Waar toe de byvoegzelen en cieraden dienen. In Bybelse Historien min vryheid daar toe als in andere enz. van 245 tot 258.
  • Geestig bedryf van Vincent vander Vinne te Geneve. 212. 213. 214.
  • Voorbeelden van Waereldvorsten en luiden van groote geboorte, welke de Schilderkonst geoeffent hebben; waarom zig des niemant behoeft te schamen. 227 tot 232.
  • Geestig verding tusschen Maria van Oosterwyk en Guilliam van Aelst. 217.
  • Geestig antwoord van Jordaansaan den pourtretschilder N. Maas. 276.
  • Janson van Keulenover het onverstandig bejegenen van een Dame bedroeft, werd door Ant. van Dyk getroost. 224.
  • Krygsteekenen der oude Hebreen, Grieken, Romeinen en Duitsche Volken beschreven, en uit Medalien in print vertoont. 58 tot 70.
  • Le Ceur, door C. te Brun gedrukt. 318.
    • Meer voorbeelden van dien aart. 319. 320.
  • Lyst van Oulingse brave Konstschilders die binnen den levenstyd van Ab. Bloemaart gebloeit hebben. 131.
  • Mich. Angelo verkleed zig in Boerengewaad om niet bekend te worden, maar werd door Rafael ontdekt, aan den omtrek van een menschen hoofd &c. 316. 317.
  • Schrikkelyke onderneming van de wangunst tegen Jan de Baan. 321. 322
  • Onderzoek of zulke die een lagen geest bezitten, door deftige voorbeelden gespoort, bekwaam gemaakt konnen worden tot groote ondernemingen in de Konst. 334. 335. enz.
  • Wat tot de Persoonverbeeldingen behoort, en wat nut de byvoegselen geven aan een Historische verbeelding. Als ook de eigen beeltenissen der voornaamste persoonen enz. uit voorbeelden betoogt. van 171 tot 185.

E Y N D E .