Cornelis Paradijs/Grassprietjes/Mengelpoëzie

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Mengelpoëzie[bewerken]

De afdeling ‘Mengelpoëzie’ bestaat uit negen gedichten, waarvan er twee pas in de tweede druk zijn toegevoegd:

  • ‘Atheisten’: een tirade tegen ‘het reuk'loos vloekgespan dat U ontkent, o Heer’.
  • ‘Aan de naturalisten’: de dichter zou zijn citer niet inruilen voor Majorca's zee-koralen, India's parelvangst, Potosië’s erts of Mexico’s metalen.
  • ‘Het dichten’: dichten is ‘geen ontspanning of vermaak’, maar ‘uit vol gemoed storten zijn gedachtenvloed, als een breeden waterval, in zoetvloeiend woordgeschal.’
  • ‘Nederland’: een patriottisch lied:
O, Neêrland! u wijd ik mijn zang, mijn lied, mijn leven,
Mijn wensch is slechts, voor u op 't bed van eer te sneven,
Bescherm, o Neerlands God! ons land en vorstenhuis,
En sla des vijands heer met sterke hand tot gruis.
  • ‘Bekentenis’:
O, ja! ik voel 't, wanneer ik, na den eten
Met schrijfpapier en pen,
Voor mijn bureau zoo rustig ben gezeten,
Dat ik een dichter ben!
Dan voel 'k een dichtgloed in mijn aad'ren klimmen,
Die mij tot zingen noopt,
En haastig dan, eer 't vonkje zou verglimmen,
Mijn pen in de inkt gedoopt!
Wat vreugd! dat juist de Heer mij heeft verkoren,
Gestempeld tot genie,
Zoodat ik in 't publiek zijn lof laat hooren,
In vrome poëzie.
  • ‘Ontevredenen’: een oproep aan alle ontevredenen om het klagen te staken en gelukkig te zijn met wat God hun toebedeelt. Dit gedicht was pas in de tweede druk toegevoegd.
  • ‘Het gevallen meisje’: de lezer moet beseffen dat een man haar in deze toestand gebracht heeft. Bernt Luger laat zien dat dit gedicht geïnspireerd is door een gedicht van de (inmiddels vergeten) poëet Herman Cosman (1862-1921).[1]
  • ‘Een dolende gids’: een tirade tegen De Nieuwe Gids, ‘die spot met dicht- en zedewetten, en leeft van ontucht en sonnetten!’
  • ‘O tempora!’: een tirade tegen de jongste generatie literatoren, die afbrekende kritiek levert op de voorgaande generaties:
Dit jong geslacht zou, als het kon,
Den blanken, marm'ren pantalon
Van Tollens zelf bevuilen!
  1. ‘Cats, Tollens, Cosman’.