De nieuwe beweging in de schilderkunst/X

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De nieuwe beweging in de schilderkunst
I - II - III - IV - V - VI - VII - VIII - IX - X - XI - XII - XIII - XIV - XV - XVI - XVII - XVIII - [afbeeldingenkatern]


X

De verovering van elke nieuwe waarde in de schilderkunst ging en gaat altijd gepaard met een zekere agitatie van den geest. Het is deze agitatie, die bij de futuristen, — voortgekomen uit de kubistische reactie en beïnvloed door het impressionistisch-luminisme en symbolisme, — in fel opgedraven enthousiasme oversloeg. Zonder deze uiting die door Gino Severini een kunstuiting van groot artistiek en cultuur-historisch belang is geworden, zou de kunstgeschiedenis van onzen tijd onvolledig zijn.

Het Futurisme is de plastisch-geformuleerde, dringende eisch de grondstellingen der traditioneele kunst in het algemeen te herzien.

Feitelijk was dit een herhaling van den zwakken eisch der symbolisten uit het laatste kwartaal der XIXe eeuw. Het waren in Engeland de Pre-Raphaëlieten, — beïnvloed door het nieuwe aeristiek-bewustzijn van Ruskin en Morris, — met als voornaamste: Burne-Jones, — het waren in Frankrijk de groep van Sâr Peladan en Odilon Redon; het waren in Italië Segantini en Gaëtano Previati; in Holland Thorn


[p. 31]

Prikker, en Jan Toorop, *) die, door het Begrip te gaan stellen boven de Natuur het symbolisme vertegenwoordigden en hiermede de moderne kunst van heden voorbereidden.

Dit symbolisme komt voort uit de Romantiek (oorzaak) en voltrekt zich in het Expressionisme (gevolg).
Deze laatste uitingswijze, die naar den vorm scherp onderscheiden moet worden van het kubisme, verhoudt zich tot deze uitingswijze als het lyrische tot het „verstandelijke”. De litéraire en décoratieve tendenzen der symbolisten zijn in het expressionisme overwonnen. De deformatie der natuurlijke realiteit van kubisme, futurisme en expressionisme, is door de symbolisten voorbereid.
Zij kwamen tot het besef, de Fransche Poëzie der z.g.n. „decadenten” was hun hierin voorgegaan, dat het innerlijk visioen of de ontroering, zich aan de natuurlijke vormen te buiten gaat. Het kan niet anders of, waar de geest het universeele streeft uit te drukken, moet de overdrijving ontstaan, omdat het scheppende bewustzijn op ’n hooger plan dan het naturalistische, de natuur niet dient maar gebruikt. In dit geval, — dus alleen op een hooger plan — worden de natuurlijke dingen in geestelijke symbolen omgezet.

Op deze wijze ontstonden alle stijl-vormen der Bouwkunst. Ook hier werden de natuurvormen kunstvormen, op ’t oogenblik dat zij door overdrijving of deformatie symbolisch werden en zoo doende het visueel-naturalistisch verband verloren ging.
Een kunstvorm ontstaat eerst dan, wanneer hij zijn oorsprong, de natuur, niet meer verraadt.
Een kunstvorm is slechts dan zuiver aesthetisch te noemen, wanneer „de practische zin” daaruit verdreven is. Hoe meer deze practische zin het tijdelijke vasthoud (portret, voorstelling uit de geschiedenis enz., ook landschap) des te lager staat het werk als aesthetisch gewrocht; hoe meer het tijdelijke losgelaten en vervangen wordt door het ontijdelijke, hoe hooger het werk staat als aesthetisch product.
In de schilderkunst nu geschiedde dit door het zinnelijk beeld van
——————
      *) „De Drie Bruiden” b.v. is een werk, dat in zijn symbolische tendenz het Expressionisme raakt.


[p. 32]

de natuur te vervangen door het geestelijk beeld; door de symbolisten en in edeler vorm de expressionisten.