De nieuwe beweging in de schilderkunst/XVII

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De nieuwe beweging in de schilderkunst
I - II - III - IV - V - VI - VII - VIII - IX - X - XI - XII - XIII - XIV - XV - XVI - XVII - XVIII - [afbeeldingenkatern]


XVII

De moderne schilderij wordt ons in twee vormen aangeboden: in gebonden en ongebonden vorm. De gebonden vorm (Picasso) ontstaat uit redelijk-kompositorische overweging, de ongebonden vorm (Kandinsky) uit spontane impuls. De beide elementen zijn hoewel minder positief-geaccentueerd in de ontwikkelingsgeschiedenis der schilderkunst, in de traditie, voorhanden. Deze twee voorname uitgangsmanieren wijzen op twee stijlmogelijkheden: de mathematische en de vrije. Beide kunnen voor onzen tijd als nieuw beschouwd worden; hun essentieel beginsel is hetzelfde. Zoowel met betrekking tot den ongebonden lyrischen of vrijen stijl, als ten opzichte van den gebonden of mathematischen stijl, bestaat het gevaar der verwondering. Met deze verwording bedoel ik in het eerste geval een overhellen naar de oogenblikkelijke ingeving, waaruit alle mogelijke misgewassen kunnen voortkomen, dingen dir door z.g.n. hoogere ingeving of langs „mediamieken” weg gemaakt, den schijn maar niet het wezen van kunstwerken hebben en in het tweede geval het ziellooze, decoratieve ornament (zie als voorbeeld de Engelsche futuristen).

Kandinsky die het evenwicht tusschen deze twee geestes-bewegingen in de schilderkunst, in zijn „Komposition 6” vond, helt in zijn laatste minder abstract-romantische werken naar den gebonden (overwogen, geconstrueerden) stijl over. Aan het einde van zijn werkje „Uber das Geistige in der Kunst”, zegt hij: „Zum Schlusz möchte


[p. 43]

ich bemerken, dasz meiner Ansicht nach, wir die Zeit der bewussten, vernünftigen Kompositionellen immer näher rücken, dasz der Maler bald stolz sein wird seine Werke konstructiv erklären zu können (im Gegensatz zu den reinen Impressionisten, die darauf stolz waren, dasz sei nichts erklären konnten), dasz wir schon jetzt die Zeit des zweckmässigen Schaffens vor uns haben....”

Met de kubisten begin dit bewust construeeren een vasten vorm aan te nemen. De aesthetische uitbuiting van een gegeven leidde tot het besef dat de ontroering op een geheel andere wijze en met geheel andere middelen, dan die welke de z.g. stemmingskunstenaars aanwendden, aanschouwelijk gemaakt kan worden. Door het immaterialiseeren van een materieel gegeven, ontstaat niet alleen uit den materieele vorm een beeldende, maar wint de schilderkunst ook aan moreele kracht. Deze moreele kracht maakt de moderne kunst belangrijker dan de traditioneele schilderkunst. In deze werd de moreele kracht in de voorstelling gevonden. In de moderne kunst is de moreele kracht in den beeldenden vorm vervat, omdat Idee en Vorm volledig één zijn. Nog een oorzaak waardoor deze moreele kracht in de schilderkunst is toegenomen is het plaats maken van het bizondere (het nationale, naturalistische enz.) voor het Algemeene. De vernietiging der uiterlijke schoonheid maakte de directe aanvoeling met de innerlijke of universeele schoonheid, thans aan de orde, mogelijk.