De hut van Oom Tom/Hoofdstuk 13

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


PD-icoontje   Publiek Domein
Deze bron (De hut van Oom Tom/Hoofdstuk 13) is (gedeeltelijk) afkomstig van Project Gutenberg.

Bronnen afkomstig van Project Gutenberg zijn in het publiek domein.

Dit is een verkorte uitgave van het beroemde boek van Harriet Beecher Stowe. De bewerker is niet bekend.

UTC000.jpg

Inleiding

Oom Tom en kleine Harry worden verkocht - Eliza loopt weg met kleine Harry - De volgende morgen - De achtervolging - Eliza vindt een schuilplaats - Oom Tom neemt afscheid - Jongeheer George en Oom Tom - Eva - Eliza bij de Quakers - Oom Toms nieuwe huis - De brief van Oom Tom - Tante Chloe gaat naar Louisville - George vecht voor zijn vrijheid - Tante Dinah - Topsy - Eva en Topsy - Eva's laatste afscheid - Oom Toms nieuwe meester - Vrijheid voor George en Eliza - Vrijheid voor Oom Tom - Terug in Kentucky


HOOFDSTUK 13

George vecht voor zijn vrijheid

Het was een vrolijke boel in het huis van de Quakers. George en Eliza waren weer bij elkaar na zoveel droevige maanden.

De twee hadden elkaar veel te vertellen. George vertelde hoe hij bij zijn wrede meester wegliep, hoe hij Eliza had gevolgd en uiteindelijk gevonden had. Toen maakten ze plannen om door te reizen naar Canada. Ze spraken af die nacht om tien uur te vertrekken. "De achtervolgers zitten achter jullie aan, dus we mogen niet treuzelen," zei Simeon.

Rachel was blij en druk aan het werk. Ze zorgde voor proviand en kleding voor onderweg.

Laat in de middag kwam een andere Quaker, Phineas, met het vreselijke nieuws dat de slechte mannen die van Haley opdracht hadden om Eliza te zoeken, slechts een paar mijl uit de buurt waren.

Dus besloten George en Eliza te vertrekken zodra het donker was. Kort na het eten kwam er een grote afgesloten wagen voor de deur. Ze stapten in en de wagen reed weg.

Verder en verder, de hele nacht door. Om drie uur hoorde George paardenhoeven achter hem.

"Dat is Simeon," zei Phineas, die de paarden mende. Hij hield de paarden even in om goed te kunnen luisteren.

"Hallo daar, Simeon," riep hij. "Is er nieuws? Komen ze?"

"Ja, recht achter ons. Acht of tien mannen."

"O, wat moeten we doen?" riep Eliza.

Maar Phineas kende de weg goed. Hij gaf de paarden de zweep zodat ze voortrenden, terwijl de wagen over de harde weg ratelde.

Verder gingen ze, tot ze bij een plaats kwamen waar de rotsen als een muur recht overeind op de weg stonden. Het leek onmogelijk eroverheen te komen. Maar Phineas kende de weg.

Hij liet de paarden stoppen. "Hier, Simeon," zei hij, "neem de wagen en rijd zo snel ge kunt om hulp te halen. En gij," zei hij tot de anderen, "weest snel, voor uw leven. Rent nu, zoals ge nog nooit gelopen hebt."

Sneller dan we kunnen zeggen, volgden ze hem langs een smal pad tot boven op de rotsen, terwijl Simeon de paarden aanspoorde om met de lege wagen weg te rijden.

"We zijn hier redelijk veilig," zei Phineas toen ze boven waren. "Er kan maar een persoon tegelijk over dat pad. Als iemand het probeert, schieten we."

De achtervolgers waren intussen onderaan de rotsen gekomen. Hun leider was een grote man die Tom Loker heette. Een andere, kleinere man, die er kwaadaardig uitzag, was door Haley gezonden.

Na wat speurwerk vonden ze het pad. Ze klommen naar boven, Tom Loker voorop.

"Kom maar op als je wilt!" riep George. "Maar we zullen op jullie schieten."

Ten antwoord richtte de kleine man op George. Hij schoot.

Eliza schreeuwde, maar het schot had hem niet verwond. De kogel ging vlak langs zijn haar, raakte zijn wang en sloeg achter hem in een boom.

Tom Loker kwam nader. George wachtte tot hij dichterbij was en schoot. Het schot raakte hem in de zijde. Hoewel hij gewond was, wilde hij niet teruggaan. Met een schreeuw als een dolle stier sprong hij in de richting van de vluchtelingen.

Quakers mogen geen revolvers en pistolen gebruiken, en Phineas stond daarom wat naar achteren toen George schoot. Nu sprong hij naar voren. Toen Tom Loker in hun midden kwam, duwde hij hem krachtig terug, met de woorden: "Vriend, gij zijt hier niet gewenst!"

Tom Loker viel omlaag, langs de steile kant van de rots. Hij viel tussen bomen, struiken, blokken, losse stenen, tot hij kreunend, vol blauwe plekken, beneden lag. De val had hem kunnen doden, maar hij was met zijn kleren aan de tak van een grote boom blijven hangen.

Wrede mensen zijn vaak ook lafaards. Toen de mannen zagen dat hun leider gewond in een afgrond lag, renden ze allemaal weg. Ze sprongen te paard en reden zo snel mogelijk weg, terwijl Tom Loker gewond op de grond lag, kermend van de pijn.

Zodra Phineas en de anderen zagen dat de slechte mannen werkelijk weg waren, klommen ze omlaag, met de bedoeling verder te lopen tot ze Simeon weer zouden zien.

Ze waren juist beneden gekomen toen ze zagen dat hij terugkwam met de wagen en twee andere mannen.

"Nu zijn we veilig," riep Phineas vrolijk.

"Nou, hou ze tegen," zei Eliza, "en doe iets voor die arme man. Hij ligt vreselijk te kermen."

"Het zou niet meer dan christelijk zijn," zei George. "We nemen hem mee."

Ze tilden de gewonde man voorzichtig op, alsof hij een vriend was en geen wrede vijand. Ze legden hem in de wagen. Toen vervolgden ze hun reis.

Na ongeveer een uur kwamen ze bij een aardige boerderij. De vermoeide reizigers werden er vriendelijk ontvangen en kregen een goed ontbijt.

Tom Loker werd in een comfortabel bed gelegd, heel wat schoner en zachter dan alle bedden waar hij eerder in geslapen had. George en Eliza liepen hand in hand de tuin in. Ze waren gelukkig, zo bij elkaar. Spoedig zouden ze in Canada zijn.