De hut van Oom Tom/Hoofdstuk 7

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


PD-icoontje   Publiek Domein
Deze bron (De hut van Oom Tom/Hoofdstuk 7) is (gedeeltelijk) afkomstig van Project Gutenberg.

Bronnen afkomstig van Project Gutenberg zijn in het publiek domein.

Dit is een verkorte uitgave van het beroemde boek van Harriet Beecher Stowe. De bewerker is niet bekend.

UTC000.jpg

Inleiding

Oom Tom en kleine Harry worden verkocht - Eliza loopt weg met kleine Harry - De volgende morgen - De achtervolging - Eliza vindt een schuilplaats - Oom Tom neemt afscheid - Jongeheer George en Oom Tom - Eva - Eliza bij de Quakers - Oom Toms nieuwe huis - De brief van Oom Tom - Tante Chloe gaat naar Louisville - George vecht voor zijn vrijheid - Tante Dinah - Topsy - Eva en Topsy - Eva's laatste afscheid - Oom Toms nieuwe meester - Vrijheid voor George en Eliza - Vrijheid voor Oom Tom - Terug in Kentucky


HOOFDSTUK 7

Jongeheer George en Oom Tom

Haley en Tom reden ongeveer een mijl over de zandweg en toen kwamen ze bij een smederij. Haley liet iets vermaken aan een paar handboeien. Tom bleef in de wagen.

Tom zat er, met veel verdriet, toen hij ineens het geklik van paardenhoeven achter zich hoorde. Voor hij wist wat er gebeurde, sprong George Shelby in de wagen. Hij sloeg zijn armen om de hals van Tom, snikkend en klagend.

"Ik vind het gemeen! Het kan me niet schelen wat ze zeggen, wie dan ook. Het is een smerige streek. Als ik de baas was, zou ik nooit goedgevonden hebben. Nooit!"

"O, Jongeheer George, dat doet me goed," zei Tom. "Ik vond het al zo erg dat ik wegmoest zonder nog afscheid van jou te kunnen nemen. Ik kan niet zeggen hoe fijn ik het vind dat ik jou nog zie."

Tom maakte een beweging met zijn voeten en George' ogen vielen op de ketting.

"Wat een schande," riep hij. "Ik zal die ouwe schoft een pak slaag geven, meteen!"

"Nee, dat moet je niet doen, Jongeheer George; en je moet niet zo hard praten. Je helpt me niet als je hem boos maakt."

"Nou, dan niet, omdat jij het wilt. Maar wat vind je zelf, is het geen schande? Ze hebben mij niets laten weten, geen bericht gestuurd. Ik zou het nooit geweten als ik het niet van Tom Lincoln had gehoord. Ik zeg je, ik heb flink opgespeeld, thuis."

"Dat was niet goed, vrees ik, Jongeheer George."

"Niks aan te doen. Ik zeg dat het een schande is. Kijk eens, Oom Tom," zei hij, met zijn rug naar de smederij, op een geheimzinnige toon, "ik heb een dollar voor je meegebracht."

"O, die kan ik niet aannemen, George, nooit van mijn leven," zei Tom.

"Maar je moet hem aannemen," zei George. "Kijk, ik heb Tante Chloe gezegd dat ik hem aan jou zou geven. Ze zei me dat ik er een gaatje in moest maken, met een touwtje erdoor. Dan kun je hem om je hals hangen, waar niemand hem kan zien, want anders pakken ze hem van je af. Ik zeg je, Tom, ik wil die vent een dreun geven, dat zou me goed doen."

"Nee, niet doen, Jongeheer George. Het zou mij geen goed doen."

"Dan niet," zei George, terwijl hij de dollar om Toms hals hing. "Doe nu je jas dicht en bewaar hem goed. Elke keer als je hem ziet, zul je je herinneren dat ik een keer zal komen om je terug te halen. Tante Chloe en ik hebben erover gepraat, ik heb haar gezegd dat alles goed komt. Daar zorg ik voor. En Pappa zal van me horen als hij er niet voor zorgt."

"O, Jongeheer George, je moet niet zo over je vader praten."

"Ach kom, Oom Tom, zo slecht bedoel ik het niet."

"En nu, Jongeheer George," zei Tom, "moet je een goede jongen zijn. "Denk eraan hoe veel mensen aan je denken. Blijf altijd bij je moeder. Doe geen dwaze dingen, zoals jongens die het beter weten dan hun ouders. Ik zeg je dit, George, de Heer geeft je veel dingen twee keer, maar hij geeft je maar een moeder. Je zult nooit weer zo'n vrouw vinden, Jongeheer George, al word je honderd jaar oud. Blijf dus bij haar, groei op en wees haar tot troost, dan ben je een goede jongen. Doe je dat?"

"Ja, Oom Tom," zei George ernstig.

"En let op je woorden, George. Jongelui, als ze opgroeien, doen wel eens onbezonnen dingen. Dat is heel natuurlijk. Maar als je een echte heer wilt zijn, dan zul je nooit iets zeggen waaruit geen respect voor je ouders blijkt. Je bent toch niet beledigd, Jongeheer George?"

"Nee hoor, je geeft me altijd goede raad, Oom Tom"

"Ik ben ouder, weet je," zei Tom. Hij streek over George' hoofd met zijn grote, sterke hand, maar zijn stem was zo teder als van een liefhebbende moeder.

"O, Jongeheer George, jij hebt alles – je kunt leren, lezen, schrijven – je kunt opgroeien als een knappe, goede man. Alle mensen om je heen en je vader en moeder zullen trots op je zijn. Wees een goede meester zoals je vader, George, en een christen zoals je moeder."

"Ik zal mijn best doen, Oom Tom, dat beloof ik je,' zei George. "En hou goede moed. Ik zal je terugkopen. En ik heb Tante Chloe beloofd dat ik je huisje zal herbouwen. Je krijgt een eigen woonkamer met een kleed op de vloer, als ik groot ben. Dan komt er een goede tijd."

Haley kwam naar buiten met de handboeien in zijn hand.

"Luister eens meneer," zei George terwijl hij hem hooghartig aankeek, "Ik zal mijn vader en moeder laten weten hoe u Oom Tom behandelt."

"Ga je gang," antwoordde hij.

"U zou zich moeten schamen om de kost te verdienen met het verkopen van mannen en vrouwen en ze aan de ketting te leggen alsof ze beesten zijn. Het is een schandalig bedrijf," zei George.

"Zo lang de grote heren mannen en vrouwen willen kopen, ben ik niet slechter," zei Haley. "Slaven verkopen is niet slechter dan slaven kopen."

"Ik zal geen van beide doen als ik groot ben," zei George. "Ik zou me er nu al voor schamen. Vaarwel Oom Tom," zei hij erbij, "hou goede moed."

"Vaarwel, Jongeheer George," zei Tom. "Ik wens je Gods zegen."

Daar ging George en Tom keek hem na tot het geklik van de paardenhoeven wegstierf. Het was het laatste wat hij van zijn oude tehuis hoorde of zag. Maar op zijn hart was een warme plek, waar George de dollar had gehangen. Tom lichtte zijn hand op en drukte de dollar op zijn hart.

Haley kwam bij de wagen, gooide de handboeien erin, sprong op de bok en reed weg.

De hele dag reden ze over ruwe landwegen. Laat in de avond kwamen ze in een stadje dat Washington heette. Haley ging voor de nacht naar een comfortabele herberg en de arme Tom liet hij opbergen in de gevangenis, met de handboeien om zijn polsen en zware kettingen aan zijn enkels. Niet omdat hij iets slechts had gedaan maar omdat hij een neger en een slaaf was.