De hut van Oom Tom/Hoofdstuk 17

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


PD-icoontje   Publiek Domein
Deze bron (De hut van Oom Tom/Hoofdstuk 17) is (gedeeltelijk) afkomstig van Project Gutenberg.

Bronnen afkomstig van Project Gutenberg zijn in het publiek domein.

Dit is een verkorte uitgave van het beroemde boek van Harriet Beecher Stowe. De bewerker is niet bekend.

UTC000.jpg

Inleiding

Oom Tom en kleine Harry worden verkocht - Eliza loopt weg met kleine Harry - De volgende morgen - De achtervolging - Eliza vindt een schuilplaats - Oom Tom neemt afscheid - Jongeheer George en Oom Tom - Eva - Eliza bij de Quakers - Oom Toms nieuwe huis - De brief van Oom Tom - Tante Chloe gaat naar Louisville - George vecht voor zijn vrijheid - Tante Dinah - Topsy - Eva en Topsy - Eva's laatste afscheid - Oom Toms nieuwe meester - Vrijheid voor George en Eliza - Vrijheid voor Oom Tom - Terug in Kentucky


HOOFDSTUK 17

Eva's laatste afscheid

Al gauw was het voor iedereen duidelijk dat Eva ernstig ziek was. Ze rende en speelde niet meer, de meeste tijd lag ze op de bank in haar eigen kamertje.

Iedereen hield van haar en probeerde wat voor haar te doen. Zelfs de ondeugende kleine Topsy bracht haar bloemen en probeerde lief voor haar te zijn.

Oom Tom was veel in Eva's kamer. Ze was soms erg rusteloos en dan moest Tom haar ronddragen. Hij was groot en sterk, het kostte hem weinig moeite. Hij bracht haar dan onder de sinaasappelbomen in de tuin of ging met haar op een bankje zitten om bekende liederen te kunnen zingen.

Dat vond Tom fijn om te doen, hij was niet graag uit de buurt van zijn kleine meesteres. Hij sliep zelfs niet meer in zijn eigen bed, maar lag liever de hele nacht op de gang bij de deur van Eva's kamer.

Op een dag vroeg Eva haar tante om een aantal van haar mooie haarlokken af te knippen. Toen riep ze alle slaven bij elkaar om afscheid van ze te nemen. Ze gaf elke slaaf een haarlok om als herinnering te bewaren. Ze huilden allemaal en zeiden dat ze haar nooit zouden vergeten, en ze zeiden dat ze zich goed zouden gedragen.

Een paar nachten later kwam Miss Ophelia snel bij Tom, die op de mat bij de deur van Eva's kamer lag. "Vlug, Tom," zei ze, "ga zo snel als je kunt de dokter halen."

Tom rende erheen. Maar 's morgens lag de kleine Eva op haar bed, koud en bleek, met gesloten ogen en gevouwen handen.

Ze was naar God gegaan.

Meneer St. Clare was lange tijd heel ongelukkig nadat Eva gestorven was. Hij had erg veel van haar gehouden en zijn leven was leeg zonder haar.

Hij vergat niet wat hij haar beloofd had. Hij ging naar zijn advocaat en vroeg hem documenten te schrijven waarmee Tom vrij zou zijn. Er waren nogal wat papieren nodig voordat een slaaf vrij was.

"Nou, Tom," zei Meneer St. Clare op de dag nadat hij bij de advocaat was geweest. "Ik ga een vrije man van je maken. Pak je koffer maar vast, je zult wel weer terug willen naar je oude vrouw."

De vreugde glansde in de ogen van Oom Tom. "Prijs de Heer", zei hij, terwijl hij zijn handen naar de hemel hief.

Meneer St. Clare was een beetje beledigd. Hij vond het niet leuk dat Tom zó graag bij hem weg wilde.

"Zo beroerd heb je het hier toch niet gehad, Tom, dat je zo snel weg wilt", zei hij.

"Nee, nee, meester! Daar gaat 't niet om. Het is dat ik vrij zal zijn. Daar ben ik blij om."

"Maar, Tom, denk je niet dat je er als slaaf beter aan toe bent?"

"Nee, Meester St. Clare", zei Tom zeer beslist, "nee, zeker niet."

"Maar, Tom, je zult zelf moeten werken en daarmee kun je je kleren, een comfortabel onderdak en goed eten nog niet betalen. Hier krijg je dat allemaal."

"Dat weet ik allemaal wel, Meester St. Clare. U bent heel goed voor me. Maar Meester, ik heb liever armoedige kleren, een slecht huis, alles slecht, maar alles van mezelf, dan het beste als dat behoort aan iemand anders. Zo is het, Meester. Het zal wel mijn natuur zijn, Meester."

"Ik denk het, Tom. Dus over een maand of twee ga je me verlaten," zei hij, een beetje ontevreden. "Maar waarom zou je ook niet, ik weet 't niet," voegde hij er iets vrolijker aan toe.

"Niet zolang Meester een probleem heeft," zei Tom. "Ik blijf bij u zo lang u me nodig heeft, zo lang ik in huis nuttig kan zijn."

"Niet zolang ik een probleem heb, Tom?" zei Meneer St. Clare terwijl hij droevig uit het raam keek. "Zullen mijn problemen ooit voorbij zijn?" Half lachend wendde hij zich tot Tom en legde zijn hand op Toms schouder. "Ach, Tom, beste, lieve jongen," zei hij. "Ik zal je niet houden. Ga naar je vrouw en kinderen. Doe haar de groeten van mij."

"Augustine," zei Miss Ophelia, die in de kamer kwam, "ik wil je spreken over Topsy."

"Wat heeft ze nou weer uitgespookt?"

"Niets; ze gedraagt zich veel beter dan vroeger. Ze is ineens heel erg veranderd. Maar ik vraag me af, van wie is ze, van jou of van mij?"

"Van jou natuurlijk. Ik heb haar aan jou gegeven", zei Meneer St. Clare.

"Maar wettelijk niet. Het heeft geen zin om dit kind een christelijke opvoeding te geven als ik niet zeker weet dat ze niet weer als slavin verkocht kan worden. Als je wilt dat ze van mij is, moet je dat zwart op wit laten zetten."

"Jij zei altijd dat het verkeerd is om slaven te hebben. En nu wil je er zelf een hebben. Hoe kan dat, Ophelia? " zei Meneer St. Clare, die het leuk vond om iemand te plagen.

"Onzin! Ik wil haar hebben zodat ik haar vrij kan maken."

"Goed dan", zei Meneer St. Clare, "ik zal dat document schrijven." Hij ging zitten en begon te lezen.

"Maar ik wil het nu meteen", zei Miss Ophelia.

"Waarom heb je zo'n haast?"

"Omdat dit het enige moment is om iets snel te doen", zei Miss Ophelia. "Ik wil het zeker weten. Je zou kunnen sterven of financiële problemen krijgen. Dan wordt Topsy hier weggehaald en verkocht. En ik zou daar niets tegen kunnen doen."

Meneer St. Clare vond het niet leuk om iets te moeten doen als hij daar even geen zin in had. Maar nadat hij zijn nicht nog wat geplaagd had, schreef hij het document, en toen behoorde Topsy aan Miss Ophelia. Die avond ging Meneer St. Clare een wandelingetje maken.

Tom zag hem gaan en vroeg of hij mee zou gaan. "Nee, jongen", zei Meneer St. Clare, "ik ben over een uur terug."

Tom ging op de veranda zitten wachten tot zijn meester thuis kwam. Terwijl hij wachtte, viel hij in slaap.

Ineens werd hij gewekt door gebonk op de deur en luide stemmen bij de poort. Snel deed hij de deur open.

Daar stonden een paar mannen die iets zwaars droegen. Het was Meneer St. Clare, bewusteloos. Hij was in een steekpartij zwaar gewond geraakt.

Men legde hem zachtjes op de bank. Er was niets meer aan te doen. Spoedig was hij bij zijn kleine Eva.