De hut van Oom Tom/Hoofdstuk 9

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


PD-icoontje   Publiek Domein
Deze bron (De hut van Oom Tom/Hoofdstuk 9) is (gedeeltelijk) afkomstig van Project Gutenberg.

Bronnen afkomstig van Project Gutenberg zijn in het publiek domein.

Dit is een verkorte uitgave van het beroemde boek van Harriet Beecher Stowe. De bewerker is niet bekend.

UTC000.jpg

Inleiding

Oom Tom en kleine Harry worden verkocht - Eliza loopt weg met kleine Harry - De volgende morgen - De achtervolging - Eliza vindt een schuilplaats - Oom Tom neemt afscheid - Jongeheer George en Oom Tom - Eva - Eliza bij de Quakers - Oom Toms nieuwe huis - De brief van Oom Tom - Tante Chloe gaat naar Louisville - George vecht voor zijn vrijheid - Tante Dinah - Topsy - Eva en Topsy - Eva's laatste afscheid - Oom Toms nieuwe meester - Vrijheid voor George en Eliza - Vrijheid voor Oom Tom - Terug in Kentucky


HOOFDSTUK 9

Eliza bij de Quakers

Terwijl Oom Tom naar het zuiden voer, langs de brede rivier, naar het huis van zijn nieuwe meester, reisde Eliza met haar jongen naar het noorden, naar Canada.

Onderweg ontmoette ze vriendelijke mensen om haar te helpen. Ze ging van vriend naar vriend, tot ze in een dorp kwam dat door Quakers werd bewoond.

De Quakers zijn vriendelijke, rustige mensen. Ze dragen allemaal eenvoudige grijze kleren en de vrouwen dragen grote, witte mutsen. Ze praten een beetje ouderwets, ze spreken elkaar met "thou" en "thee" (gij) aan. Ze vinden dat het slecht is om slaven te houden en daarom helpen ze iedereen die van een wrede meester wegvlucht. Soms kregen ze daar straf voor, maar ze gingen er toch mee door. Er stond misschien wel in de wet dat je een ontvluchte slaaf niet mocht helpen, maar de Quakers waren erg gelovig en zij vonden zelf dat God een andere wet had.

De vriendelijke Quaker-vrouwen hielden erg veel van Eliza en zouden graag gewild hebben dat ze bij hen was gebleven.

Maar Eliza zei: "Nee, ik moet verder, ik durf niet hier te blijven. Ik kan 's nachts niet slapen. Laatst droomde ik nog dat ik die man de tuin in zag komen."

"Arm kind," zei Rachel, de vriendelijke Quaker-vrouw waarmee ze sprak. "Arm kind, ge moet u zo niet voelen. Nog nooit is een weggelopen slaaf in ons dorp opgepakt. Het is hier veilig."

Terwijl ze spraken kwam Simeon, Rachels man, bij de deur. Hij riep: "Rachel, ik moet u even spreken."

Rachel ging naar hem toe. "Eliza's man is hier," zei hij.

"Weet ge het zeker?" vroeg Rachel. Haar gezicht werd heel vrolijk.

"Ja, heel zeker, hij is spoedig hier. Wilt ge het haar gaan zeggen?"

Rachel ging terug naar de keuken waar Eliza zat te naaien. Ze deed de deur van een kleine slaapkamer open en zei zachtjes: "Kom hier even binnen, mijn dochter, ik heb nieuws voor u."

Eliza stond bevend op. Ze was bang dat het slecht nieuws zou zijn.

"Nee, nee, wees niet bang. Het is goed nieuws, Eliza," zei Simeon,

Rachel deed de deur dicht en trok Eliza naar zich toe. "De Heer is heel goed voor u geweest," zei ze zachtjes. "Uw man is ontsnapt en hij zal vanavond hier zijn."

"Vanavond!" herhaalde Eliza, "vanavond!"

Toen leek het of de hele kamer en alles om haar heen wazig werd. Ze viel in de armen van Rachel.

Rachel legde haar heel zachtjes op het bed. Eliza sliep zoals ze nog niet geslapen had sedert die vreselijke nacht waarin ze met haar jongen door de koude, donkere nacht gevlucht was.

Ze droomde van een mooi land – een land, naar het leek, van rust – groene kusten, liefelijke eilanden en mooi glinsterend water. Daar stond een huis met vriendelijke stemmen die zeiden dat het haar huis was. Ze zag Harry die vrolijk speelde. Ze hoorde de voetstappen van haar man. Ze voelde dat hij dichterbij kwam. Hij sloeg zijn armen om haar heen, zijn tranen vielen op haar gezicht en ze werd wakker.

Het was geen droom. De zon was ondergegaan, de kaarsen waren aangestoken. Harry sliep naast haar en George, haar man, hield haar in zijn armen.