Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/406

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

VI


Verscheidenheden van muizen, door Cl.M. Blz. 190.

Een arend gevangen door een oester, door Hg 192.

Over den regenboog en eenige verwante verschijnselen, door Dr. K.M. Giltay 193.

Eenige woorden over het lichten van een Zuid-Amerikaanschen springkever, door Prof. J. van der Hoeven 205.

Lichtbeelden, door Mr. J.A. van Eyk 312.

Het verst verledene en de verste toekomst. Een blik in de schepping des heelals, door P. Harting 225.

De melodie der planten, door F. W. van Eeden 267.

Iets aangaande den harmonischen overgang van het planten- tot het dierenrijk, door Q.M.R. Ver Huell 289.

Steppen, savannes, prairien, door v.H. 296.

De beweging der aarde en hare jongst ontdekte bewijsgronden, door F. Kaiser. 299.

Natuurkennis als opvoedingsmiddel, geschetst door P. Harting 363.

Over de behandeling en genezing der idioten. (Naar het Deensch.) Met een naschrift, door J. van der Hoeven 374.

Een blaadje uit mijn journaal, door Mr. W.B. Bergsma 388.