Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam
Auteur(s) Anoniem
Datum 1830
Titel Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam
Uitgever s.l.: s.n
Brontaal Nederlands
Bron Google Boeken
Auteursrecht Publiek domein

[1]


AANWIJZING

DER

SCHILDERIJEN,

berustende op

’s RIJKS MUSEUM,

TE

AMSTERDAM,

Alwaar dezelve voor 60 cents te bekomen is.

1830.


[3]


AANWIJZING

DER

SCHILDERIJEN,

berustende op

’s RIJKS MUSEUM,

TE

AMSTERDAM.


A.

ALLORI,
geboren 1577, overleden 1621.

No.

1. Judith met het hoofd van Holophernus.

ARP RYCKAART, (david van)
geb. 1545.

2. In een binnenhuis zit een schoenmaker, ter zijde van eene tafel, te werken, zoo als ook nog een jongen; aan de andere zijde van de tafel zit eene vrouw te spinnen; van verre ziet men eenige spelende boeren.


[4]


– 4 –

ASSELIJN, (jan)

geb. 1610, overl. 1660.

No.

3. Eene zinspeling op de waakzaamheid van den raadpensionaris Joan de Witt. Een witte zwaan verdedigt met uitgespreide vlerken haar nest tegen een’ zwemmenden waterhond; onder de zwaan staat geschreven: » de raadpensionaris,” boven het nest: » Holland” en boven de hond: »De viand van den staat.”

AVED. (j.)

4. Het portret van prins Willem den vierden.

B.

BAAN, (jan de)

geb. 1633, overl. 1702.

5. Het portret van den raadpensionaris van Holland Joan de Witt.

BAAN, (jan de)

6. Het portret van den burgemeester van Dordrecht Cornelis de Witt.

BAAN, (jan de)

7. De mishandelde lijken van de gebroeders de Witt.


[5]


– 5 –

BACKHUIZEN, (ludolf)
geb. 1631, overl. 1709.

No.

8. Dit zeer belangrijke stuk verbeeldt het aan boord gaan van den raadpensionaris Joan de Witt, toen hij in den jare 1665 het bevel over de hollandsche vloot op zich genomen, en dezelve uit het Spanjaardsgat uitgebragt heeft, (zie wagenaar, Vaderlandsche Historie, deel xiii, bladz. 140;) men ziet gemelden heer op den tweeden grond, gevolgd wordende door de eerewacht, welke men hem had toegestaan, waar van de officier hem zijne orders schijnt te vragen; op den voorgrond ter linkerzijde staat een rijk gekleede heer en eene vrouw met een livereibediende, welke den mantel draagt. Verders zitten nog op den voorgrond eene menigte visschers op het zand te praten; ter regterzijde is het havenhoofd, werwaarts eenige bedienden de goederen laten heenkruijen. Op het hoofd ziet men eene menigte Krijgsvolk, hetwelk bezig is met inschepen, in vaartuigen, welken aan den anderen kant van het hoofd liggen. Verders ziet men een fraai zeegezigt, vooraan het schip Hollandia en de gansche vloot, welke zeilree ligt en overal uit de kagen volk aan boord neemt. Achter op de schilderij vindt men met de eigen hand des schilders geschreven: » dit schilderije verbeeldende het vertrek van den raadpensionaris Joan de Witt den 13 Sept. 1665


[6]


– 6 –

8. na boord van het schip Hollandia met de groote vloot bestemd tegen Engeland, is ter gedachtenisse geschilderd door Ludolf Backhuizen Ao. 1671.”

BACKHUIZEN, (ludolf)

No.

9. Deze schilderij verbeeldt een gedeelte van het IJ, aan den Mosselstijger te Amsterdam, met eene menigte schepen en figuren, onder welke laatstgemelden op den voorgrond de afbeelding van dezen beroemden schilder vertoond wordt; het water is stil en kabbelend, en dit stuk behoort onder de zeldzame van dezen meester.

BACKHUIZEN, (ludolf)

10. Eene woelende Zee. Met eene wegtrekkende stormbui ziet men een kaagschip, waarvan het verlichte zeil tegen de donkere lucht uitkomt, eene haven uitzeilen. Achter dit schip in de verte, ziet men een groot oorlogschip, en in het verschiet eene Stad. Op den voorgrond, ter zijde van het stuk, op het strand, zit een bevallig vrouwtje bij een’ schipper, terwijl een ander man, verzeld van zijn’ hond, iets komt aanbrengen.

BAILLY, (david)
geb. 1584.

11. Het portret van Maria van Reigersbergen, huisvrouw van Hugo de Groot.


[7]


– 7 –

BALEN. (hendrik van)

No.

12. Diana en Bacchus, benevens Pan, saters en bachanten.

BALEN (hendrik van) en jan BREUGEL, bijgenaamd den fluweelen.

13. De vischvangst der onderscheidene sekten van het Christendom.

BARENDSZ,
geb. 1534, overl. 1592.

14. Het Portret van Ferdinand Alvares de Toledo, hertog van Alva.

BAUER, (nicolaas)
geb. 1767, overl. 1822.

15. Eene woelende zee, zijne een gezigt op Amsterdam, van het IJ te zien.

BAUER. (nicolaas)

16. Een gezigt op Rotterdam, ziende van de Maasstroom.

BEERSTRATEN. (johannes)

17. De beroemde zeeslag tusschen de hollandsche en engelsche vlooten, op den twaalfden van zomermaand des jaars 1666. Zijnde de eerstgemelde gecommandeerd door den luitenant-admiraal, hertog, ridder Michiel Adriaansz. de Ruiter, en de laatstgenoemde door den engelschen admiraal


[8]


– 8 –

17. Monck, hertog van Albemarle. Deze slag, welke vier dagen geduurd heeft, wordt hier vertoond op den tweeden dag, en op het oogenblik dat het hollandsche admiraalschip zijne groote steng wordt nederrgeschoten.

BEERSTRATEN. (johannes)

No.

18. Een wintergezigt aan den IJkant te Amsterdam, verbeeldende de Oude Schippersbeurs en Nieuwenbrug, met veel figuren.

BEERSTRATEN. (johannes)

19. Gezigt der ruïne van het oude stadhuis te Amsterdam, na het afbranden van hetzelve, op den zevenden van hooimaand 1652.

BEGA, (cornelis)
geb. 1620, overl. 1664.

20. Een oude man, in eene overdenkende houding, zittend in zijne studeerkamer voor eene tafel met eenige boeken.

BEGA, (cornelis)

21. Een vrolijk boerengezelschap.

BERCHEM, (nicolaas)
geb. 1624, overl. 1683.

22. In een zeer fraai bergachtig en boomrijk landschap ziet men een’ herder en eene herderin, drijvende eene drift beesten door het water; verder nog eene vrouw gezeten op een’ os.


[9]


– 9 –

BERCHEM. (nicolaas)

No.

23. Een italiaansch Landschap, met hoog opgaand geboomte, verbeeldende een’ avondstond. Eenige beesten worden gedreven door een herder, welke op een’ ezel is rijdende. Aan de andere zijde ziet men een’ jongen, welke eene menigte schapen wegdrijft.

BERCHEM. (nicolaas)

24. In een landschap ziet men Ruth, zich nederbuigende voor Boas, met eene menigte landlieden en beesten.

BERCHEM. (nicolaas)

25. In een zeer fraai italiaansch bergachtig landschap, met eene rivier doorsneden, ziet men eene vrouw zittende op een wit paard, zij schijnt in gesprek met eene andere vrouw, over eenige lieden, welke met hun vee in eene pontschuit gereed zijn over te varen; op den voorgrond een man bij een’ beladen ezel. Verder eenige landlieden, staande en liggende koeijen, bokken en schapen.

BERCHEM. (nicolaas)

26. In een wintergezigt ziet men op het ijs een’ man met een paard en eene ijsslede. Verder een landschap, hetwelk zeer natuurlijk met sneeuw bedekt is.


[10]


– 10 –

BERCHEM. (nicolaas)

No.

27. Een wintergezigt aan een’ stads wal. Op het ijs vooraan staat een wit ontspannen paard bij eene slede. Verder nog vier boeren, bezig zijnde om een vat met bier op eene slede te laden. In het verschiet zijn twee boeren, die op het ijs kolven, en nog verder de stads poort, voor welke eenige vaartuigen voor het havenhoofd liggen.

BERCHEM. (nicolaas)

28. Een italiaansch landschapje met hoog gebergte, aan eene rivier, op den voorgrond eene menigte beesten en herders. Dit kleine stukje is van het fraaiste penseel van dezen meester.

BERGEN. (dirk van)

29. Twee stuks landschappen met beesten.

BERKHEIJDEN. (gerard)

30. Gezigt van den Dam, het voormalig Stadhuis en de Nieuwe Kerk te Amsterdam; eigenaardig gestoffeerd.

BERKMAN. (hendrik)

31. Het portret van den vice-admiraal A. Bankert.

BERTIN. (nicolaas)

32. Suzanna in het bad, waarbij de twee grijsaards.


[11]


– 11 –

BERTIN. (nicolaas)

No.

33. De wedergade van het voorgaande, verbeeldende Potifars huisvrouw, trachtende Jozef te verleiden.

BEIJEREN. (aelbert van)

34. Eene tafel, waarop eene mand met schelvisch, eene moot zalm en andere visch.

BOL, (ferdinand)
geb. 1611, overl. 1681.

35. Het portret van den luitenant-admiraal, hertog en ridder Michiel Adriaansz. de Ruiter.

BOL. (ferdinand)

36. Het portret van Jacob van Campen, bouwheer van het stadhuis, tegenwoordig het koninklijk paleis te Amsterdam.

BOTH. (Jan en andries)

37. Een italiaansch landschap, met bergen en hoog geboomte; van verre ziet men eene rivier, en op den voorgrond eene groep figuren.

BOTH. (Jan en andries)

38. Een italiaansch bergachtig en boomrijk landschap, doorsneden met eene rivier, wordende, zoo als ook de lucht en de wolken, door de ondergaande zon op eene aangename wijze verlicht. Op den rijk bewassen voorgrond ziet men bij het aankomen van eene schuit met beesten, eene vrouw te paard, welke door een’ heer wordt aange-


[12]


– 12 –

38. sproken, terwijl een muilezel wordt weg geleid Dit stuk, waarin het zonlicht op de natuurlijkste wijze wordt verbeeld, is een der voortreffelijkste van deze meester. Van hetzelve is eene prent te vinden in het geëtste werk van de eerstegenoemde van deze beroemde kunstenaars.

BOTH, (jan)
geb. 1610, overl. 1656.

No

39. Gezigt bij eene italiaansche stal, met paarden en figuren.

BRAKENBURG, (reinier)
geb. 1650, overl. 1702.

40. Een gezelschap vrolijke boeren.

BRAMER. (leonard)

41. Het portret van den historieschrijver Pieter Cornelisz. Hooft, drost van Muiden.

BRANDT, (albertus jonas)
geb. 1788, overl. 1821.

42. Eene vaas met een aantal bloemen.

BRAY. (derk en jacob de)

43. Portretten van de overlieden van het St. Lukas gilde te Haarlem, in het jaar 1675.

BREDA. (jan van)

44. Een landschap, met eene schuur en eene menigte paarden, wagens en beesten.


[13]


– 13 –

BREKELENKAMP. (quiryn)

No.

45. In een binnenhuis zit een grijsaard aan het spinnewiel; een visscher schijnt binnen te treden en zich met hem te onderhouden.

BREKELENKAMP. (quiryn)

46. De wedergade, zijnde mede een binnenhuis, waarin een man, eene kruik in de hand hebbende, bij het vuur zit, en een tweede persoon, welke zijn pijp aansteekt.

BRUEGEL, (jan) bijgenaamd den fluweelen.
geb. 1560, overl. 1625.

47. In een boomrijk landschap ziet men Latona, die de boeren in kikvorschen herschept.

BRUEGEL, (jan) bijgenaamd den fluweelen.

48. Een landschap met figuren en beesten.

BRUEGEL, (jan) bijgenaamd den fluweelen.

49. Een landschap met eenige vreemde reizigers, aan den kant van eene rivier.

BRUEGEL, (jan) bijgenaamd den fluweelen.

50. Een boschgezigtje, gestoffeerd met eene rust in Egypte.


[14]


– 14 –

BRIL, (paulus)
geb. 1554, overl. 1626.

No.

51. In een landschap ziet men eene menigte reizigers, die schijnen te rusten.

BROUWER, (adriaan)
geb. 1608, overl. 1640.

52. Twee stuks vrolijke, drinkende en vechtende boerengezelschappen,

C.

CARAVAGIO, (michael angelo amerigi da)
geb. 1569, overl. 1609.

53. Eene voorstelling uit de fabelgeschiedenis, verbeeldende Diana en Endymion.

COCLERS, (louis bernard)
geb. 1740, overl. 1817.

54. Eene drinkende boerin, met een kind op hare schoot.

CONINCK. (david de)

55. Eene hertenjagt.

CONINCK. (david de)

56. Eene beerenjagt.

CONINCK. (david de)

57. Dood wild, jagttuig, honden en verder bijwerk.

CONINCK. (david de)

58. Eenden door honden en roofvogels gestoord.


[15]


– 15 –

CORREGGIO. (in de manier van A.)

No.

59. Eene wenende Maria Magdalena, voor haar hebbende een opengeslagen boek, hetwelk rust op een doodshoofd.

CRAJER, (gasper de)
geb. 1585, overl. 1669.

60. De aanbidding door de herders, levensgrootte figuren.

CRAJER. (gasper de)

61. De afneming van het kruis, als de voorgaande.

CRAJER. (gaspar de)

62. Eene ecce homo, of smadelijke tentoonstelling van Christus.

CUILENBURGH. (c. van)

63. Het portret van den schout bij nacht Crul.

CUIJP, (jacob gerritze)

64. Een famieljestuk, voorstellende de grootouders van den kunstschilder Cornelis Troost, en hunne kinderen.

CUIJP, (aelbert)
geb. 1606.

65. Een land- en riviergezigt, zijnde een morgenstond. Op den voorgrond vertoonen zich eenige


[16]


– 16 –

65. beesten, geleid wordende door een’ veehoeder en eene boerin, welke beide op ezels gezeten zijn, waarbij een boeren jongen te voet gaat. Verder een zeer fraai en zonnig landschap, en eenig gebergte in het verschiet.

CUIJP. (aelbert)

No.

66. In een fraai en boomrijk landschap ziet men een gevecht van eenige ruiters. Op den voorgrond ligt een derzelven gesneuveld, terwijl deszelfs paard wegloopt; verder nog een ander, wiens paard verminkt is.

D.

DOES, (simon van der)
geb. 1653, overl. 1717.

67. Een italiaansch landschap, met schapen, lammeren en andere beesten; voorts eene vrouw met een kind aan de borst, omziende naar een’ jongen, welke haar een’ jongen hond vertoont. Verder het standbeeld van Faunus en eenig geboomte.

DOES. (simon van der)

68. In een bergachtig landschap zit ter zijde van eene veehut eene bevallige vrouw met een kind aan de borst. Op den voorgrond is een staand kalf en eenige grazende en rustende bokken en schapen. In het verschiet oude ruïnen.


[17]


– 17 –

DOES. (simon van der)

No.

69. In een heuvelachtig landschap, met geboomte, zit op den voorgrond een bevallig landmeisje, nevens haar , een staand jongeling, schijnende zamen te zingen. Voor hun staat een ram, een grazend en rustend schaap. Verder een liggende os bij eene veehut, en een bergachtig verschiet.

DOU, (gerard)
geb. 1613, overl. 1674.

70. Deze in allen opzigten beroemden schilderij stelt voor een avondschool: de meester, gezeten aan eene tafel, waarop een lessenaar staat, schijnt eene ernstige vermaning te geven aan een’ jongen, welke hij met het schoolbord onder den arm uit de school zendt, terwijl een bevallig jong meisje met alle aandacht voor hem staat te spellen. Voor op de tafel staat een zandlooper en eene kaars, welke deze groep verlicht. Wat meer voorwaarts zit een jongeling met eene lei te cijferen, bj dezelve staat een jong lagchend meisje, dat eene brandende kaars in de hand houdt en hem bijlicht. De uitwerking en harmonie dezer twee lichten zijn uitmuntend. Op den voorgrond staat eene opene lantaren, waarin eene brandende kaars, waarvan het licht zich kunstig op de daarbij zijnde voorwerpen verspreidt. Op den derden of achtergrond is eene tafel, waarop eene kaars staat en waaraan eenige
B      


[18]


– 18 –

70. kinderen van beiderlei kunne zijn gezeten, bezig met hunne lessen te leeren; wat verder komt nog een jongeling, eene kaars in de hand houdende, den trap af. Een breed en ten deele opgehaald gordijn, grootsch en natuurlijk geplooid, strekt ten voorhangsel van dit tooneel. In deze schilderij ziet men vijf kaarslichten, zoodanig verstandig geplaatst en natuurlijk afgebeeld, dat het algemeen effect hierdoor niet wordt benadeeld. Het penseel is van het uitmuntendste van dezen meester, zijnde de kleur krachtig en gloeijend, de teekening en uitdrukking der hartstogten is allernaauwkeurigst en sprekende. Men houdt met regt dit stuk (na het verlies van de beroemde kraamkamer, eertijds in het kabinet van wijlen den heer G. Braamcamp, doch naar Rusland overgevoerd, en op zee verongelukt) voor het allervoortreffelijkste dat van dezen meester bekend is.

DOU. (gerard)

No.

71. In een boomrijk Landschap staat een heer, in het zwart gekleed, met een’ rotting in de hand; bij dezelve zit eene rijk gekleede vrouw, hebbende een’ ouderwetschen pluimwaaijer in de hand, ter linkerzijde staat een zeer fraaije bruin en witte hond. Op den voorgrond ziet men eenige planten, en bij dezelve eenig water, waarin ligt een kapiteel van eene kolom, waarop


[19]


– 19 –

71. de schilder g. dou zijn eigen portret verbeeld heeft, met de schilderkap op het hoofd, en waar naast zijn naam geschreven is. Het landschap benevens de hond is door n. berchem geschilderd.

DOU. (gerard)

No.

72. Een biddende monnik, in eene grot op zijne armen rustende, en houdende tusschen zijne zaamgevouwene handen een pater-noster; hebbende de oogen met aandacht gevestigd op een voor hem liggend kruisbeeld.

DOU. (gerard)

73. Een jong meisje zich vertoonende voor eene nis, met eene brandende lamp in de hand.

DUBBELS. (hermanus)

74. Een stil water met eenige vaartuigen en deinzige lucht.

DUC, (jan le)
geb. 1636.

75. Eenige officieren, paarden, krijgstoerustingen en verder bijwerk.

DUSART, (cornelis)
geb. 1665, overl. 1704.

76. Een dorpgezigt. Op den voorgrond eene zeevischmarkt, met vele soorten van visch en een aantal figuren en bijwerk. Dit stuk wordt gehouden voor een der voortreffelijkste van dezen meester.
B 2      


[20]


– 20 –

DUSART. (cornelis)

No.

77. Op eene binnenplaats van eene herberg, ziet men op den voorgrond een’ boer en eene boerin, welke den ander vrolijk onderhouden; terwijl laatstgemelde eene wafel in de hand heeft. Wat verder ziet men eene overdekte kolfbaan, daarin en ter zijde van dezelve eene menigte drinkende boeren.

DUSART. (cornelis)

78. Een dorpgezigt. Voor een huis ziet men een’ boer in vrouwekleeding, dansende en op de viool spelende, waarbij een jongen en dansende hond, benevens eene menigte toezienders, die zich hiermede schijnen te vermaken.

DIJCK, (Ridder anthonij van)
geb. 1599, overl. 1641.

79. Het levensgrootte portret ten voeten uit van den Burgemeester van der Borght. Het verschiet vertoont de Schelde, benevens de stad Antwerpen. Dit stuk behoort tot de beste van dezen meester.

DIJCK. (Ridder anthonij van)

80. De levensgrootte portretten van de prinses Maria van Engeland (naderhand gemalinne van prins Willem den tweeden,) en haren broeder den hertog van Glochester.

DIJCK. (Ridder anthonij van)

81. Eene weenende vrouw in een landschap.


[21]


– 21 –

DIJCK. (in de manier van den Ridder anthonij van)

No.

82. Het kind Jezus, gehouden wordende door de maagd Maria, kroont haar met een krans van roozen, aan beide zijden ziet men serafijnen zingen, en op een muzijkinstrument gezangen aanheffen. Zijnde dit stuk van een goed koloriet en breed behandeld.

DIJCK. (in de manier van den Ridder anthonij van)

83. Christus, aan het kruis stervende verbeeld, aan deszelfs voet bevindt zich de heilige Franciscus.

DIJCK. (in de manier van den Ridder anthonij van)

84. In een Landschap ziet men de beroemde schilders Rubbens en van Dijck, zittende in boeren kleeding, onder eene menigte boeren op de kaart te spelen; achter hen staat de geestige schilder Adriaan Brouwer.

E.

EEKHOUT, (gerbrand van den)
geb. 1621, overl. 1674.

85. De gelijkenis uit het evangelie, van den Gast zonder bruiloftskleed.

EEKHOUT. (gerbrand van den)

86. De vrouw van overspel beschuldigd, staande voor den Zaligmaker.


[22]


– 22 –

EVERDINGEN, (allard van)
geb. 1621, overl. 1675.

No.

87. Een boom- en bergachtig landschap, rijk gestoffeerd.

EIJCK, (hubert en jan)
overl. 1426 en 1470.

88. In een’ gothischen tempel vertoonen zich eene menigte zeer vreemd gekleede figuren. Dit stuk is wegens deszelfs oudheid zeer aanmerkelijk, als zijnde eene der eerste schilderijen, welke met olieverw zijn geschilderd, even na de uitvinding in den jare 1410.

EIJCK. (huibert en jan)

89. Maria met het kind, omringd van vele vrouwen. Eene der oudste schilderijen met olieverw.

EIJCK. (jan van)

90. De aanbidding van de wijzen uit het oosten.

F.

FERRUS. (c.)

91. De trouw van de heilige Catharina.

FLINK, (govert)
geb. 1572, overl. 1616.

92. Eene bijeenkomst van officieren en schutters van de burgerkompagnie van den heer kapitein Jan Huidekoper, heer van Maarseveen, na het sluiten van den munsterschen vrede. De verklaring van


[23]


– 23 –

92. dit stuk vindt men genoegzaam in het vers van den dichter jan vos, hetwelk als of het op een stuk papier geschreven, en tusschen de lijst was ingestoken, daarop geschilderd is:

Hier trect van Maarseveen de eerst’ in de eeuw’ge vreede.
Zoo trok zijn vader de eerst’ in ’t oorlog voor den staat.
Vernuft en dapperheit, de kracht der vrije steede,
Verwerpen d’oude wrok in plaats van ‘t krijgsgewaadt.
Zoo waakt men aan het IJ na moorden en verwoesten,
De wijzen laten ’t zwaardt wel rusten maar niet roesten.

92. De hier verbeeld wordende personen zijn:
1. De heer Jan Huidekoper, heere van Maarseveen.
2. Frans van Waveren, luitenant.
3. Nicolaas van Waveren, vaandrich.
4. Jan Appelman, sergeanten.
5. Jacob van Campen,
6. Rogier Ramsden, 11. Nicolaas van Haag.
7. Pieter Waterpas. 12. Jan Stuurman.
8. Aart Janze van Laar. 13. Joannes Doavenne.
9. Joris de Wijze. 14. Mr. Albert ten Brink.
10. Pieter Meffert. 15. Johan van der Hoog.
92. en eindelijk dezen beroemden schilder.

FLINK. (govert)

No.

93. Dit stuk, in de manier van rembrand, verbeeldt Jacob, ontvangende den zegen van zijnen vader Izaak. Men ziet de vertwijfeling in het gelaat van den aartsvader, het verlangen van Rebekka, en de begeerte van Jacob zeer spre-


[24]


– 24 –

93. kende uitgedrukt. Dit stuk schijnt een der prijsstukken geweest te zijn van de drie voorname leerlingen van rembrand, wijl er nog twee (in alles gelijk aan dit) bestaan, het eene geschilderd door f. bol, en het andere door g. van den eekhout.

FRANCKEN, (françois)
geb. 1544, overl. 1616.

No.

94. Eene zinnebeeldige voorstelling van den afstand der waardigheden van keizer Karel den vijfden.

FRANCKEN. (françois)

95. Eene heilige famielie, met zeer vele figuren.

G.

GELDER, (aart de)
geb. 1645, overl. 1727.

96. Het portret van Czaar Peter den eersten, alleenheerscher aller Russen, in krijgsmanskleeding, versierd met het ordeteeken van den heiligen Andries; ter zijde de keizerlijke kroon.

GLAUBER, (johannes)
geb. 1646, overl. 1726.

97. Twee landschappen, met onderwerpen uit de fabelgeschiedenissen.


[25]


– 25 –

GOIJEN, (jan van)
geb. 1596, overl. 1656.

No.

98. Een hollandsch landschap, met een’ dijk aan de boorden van eene rivier.

GOIJEN. (jan van)

99. Gezigt van het voor eenige jaren afgebrokene romeinsche kasteel, genaamd het Valkenhof, te Nijmegen.

GRAASBEEK, (joost van)
geb. 1608, overl. 1668.

100. Het portret ten voeten uit van Hugo de Groot omtrent twaalf jaren oud‚ staande in een studeervertrek, in hetwelk men nog ziet het portret van denzelven, nog jonger zijnde.

GRIFFIER, (jan)
geb. 1645, overl. 1718.

101. Een zeer rijk Rhijngezigt, ziende op de zeven torens.

GRIFFIER, (robbert)
geb. 1688.

102. Een landschap aan eene rivier, met een aantal beeldjes.

GIJZELS. (jan)

103. Een dorpgezigt, met eene menigte wagens, paarden en figuren.


[26]


– 26 –

H.

HAARLEM, (cornelis van)
geb. 1562, overl. 1638.

104. Adam en Eva in het paradijs, levensgrootte beelden.

HAARLEM. (cornelis van)

105. De kindermoord van Bethlehem. Deze wreede geschiedenis is op de treffendste wijze in dit stuk afgebeeld, door eene menigte mannen, vrouwen en kinderen. De kundige en naauwkeurige teekening en de verwonderlijke uitdrukking der hartstogten van wreedheid, woede, angst en droefheid, geven bewijs, dat deze meester een der eerste kunstenaars van zijnen tijd geweest is.

HACKAERT, (jan) geb. 1635, en adriaan van de velde.

106. Deze schilderij is het meesterstuk van aangenaam en natuurlijk landschap schilderen. Dezelve verbeeldt een’ omgaande weg of laan, voor eene hofstede beplant met sierljk hoog geboomte, aan den kant van een spiegelend water, waarin twee zwanen zijn, welke van den oever door een’ hond worden aangeblaft. Uit de poort der hofstede trekken eenige jagers, bedienden en een valkenier, met een groot aantal honden


[27]


– 27 –

106. ter jagt, en op den voorgrond ziet men een’ heer op een bruin-ros paard, en daar nevens eene rijks gekleede vrouw op een wit paard. Verder ziet men door het hoog geboomte een zeer aangenaam verschiet.

HACKKERT. (italiaansche)

No.

107. Gezigt van een’ wijnoogst achter de stad Sorento in het koningrijk Napels, van verre ziet men de baai van Napels, en in het verschiet de eilanden Ischia en Prosida.

HAGEN. (jan van der)

108. Een der voortrefelijkste en natuurlijkste landschappen van dezen meester. Op den voorgrond ziet men een’ weg, geleidende naar eene schuiten-overhaal, waarachter zich op eenige afstand een dorp vertoont. Verder een ruim gezigt langs een binnenwater, met veel geboomte, hetwelk alles zeer zonnig en zomerachtig verbeeld is.

HALS, (frans)
geb. 1584, overl. 1666.

109. Het portret van Ripperda, kapitein bij de belegering van Haarlem.

HAUCK,
geb. 1747, overl. 1801.

110. Het portret van een vice-admiraal Jan Arnold Zoutman.


[28]


– 28 –

HEEM. (johan de)

No.

111. Eene tafel, waarop een gevulde wijnroemer en eenig zilverwerk. Op een tafelbord een opgesneden citroen.

HEEM, (jan davidsz. de)
geb. 1600, overl. 1674.

112. Eene tafel, waarop een porseleinen schaal met onderscheidene vruchten, benevens een kreeft, eenige insekten en verder bijwerk.

HEEM. (jan davidsz. de)

113. Een bloem- en fruitstuk.

HELST, (bartholomeus van der)
geb. 1613, overl. 1670.

114. Het portret van den vice-admiraal Egbert Meeuwsz. Kortenaar.

HELST. (bartholomeus van der)

115. Het portret van Maria van Engeland, princesse, weduwe van prins Willem den tweeden van Oranje, in zittende houding, levensgrootte.

HELST. (bartholomeus van der)

116. Dit van al de nederlandsche schilderijen, het beroemdste stuk, verbeeldt den schutters maaltijd, ter gelegenheid van het sluiten der vrede


[29]


– 29 –

116. te Munster, in het jaar 1648, waarvan het vers van den dichter jan vos, hetwelk achter op den trommel gestoken is, de verklaring geeft.

Belloone walgt van bloedt: ja Mars vervloekt het daveren
Van ’t zwangere metaal en ’t zwaardt bemindt de scheê:
Dies biedt de dappere Wits aan d’Eedele van Waveren,
Op ’t eeuwige verbondt, den hooren van den vreê.

116. De hier verbeeld wordende personen zijn:
Cornelis Jan Wits, kapitein. Jan Maesz.
Johan van Waveren, luitenant. Jacob van Diemen.
Jacob Banning, vaandrich. Jan van Ommeren.
Dirk Claesz D. Thoveling, sergeanten. Isaac Oijens.
Thomas Hartog, Geurt Pietersz van Anstenraat.
Pieter van Hoorn. Herman Teunisz, de Kluijtm.
Willem Pietersz. van d. Voort. Andries van Anstenraat.
Adriaen Dirk Sparwér. Christoffel Poock.
Hendrik Calaber. Hendrik Dommer Wz.
Govert van der Mijd. Paulus Hennekijn.
Johannes Calaber. Lambregt van den Bos.
Benedictus Schaeck. Willem de Tamboer.

HELST. (bartholomeus van der)

No.

117. Het portret van den vice-admiraal A. Stellingwerf, zittende aan eene tafel, en rustende met de hand op een glazen spiegelbol. Voorts op de tafel een helm met pluimen, de staf van kommando, eenige papieren en verder bijwerk.


[30]


– 30 –

HELST. (bartholomeus van der)

No.

118. Dit stuk, beroemd onder de naam van het doelenstuk, was eertijds geplaatst in de groote zaal van de schutters Doelen, op den Singel, te Amsterdam, en vertoont de portretten van drie doelheeren, en een vierde, welke men meent den schilder zelve te moeten verbeelden; allen zijn gekleed in zwart fluweel en zijde, zittende aan eene tafel. De drie eerstgemelde hebben in de hand de prijzen of eereteekenen van de St. Sebastiaans Doelen, waarover zij schijnen in gesprek te zijn met den laatstgemelden, terwijl eene van achter de tafel nog een’ in het zilver gezetten drinkhoren aangeeft. Verder ziet men nog eenige zilveren bekers en andere prijzen, en in het verschiet twee jonge schutters, met de bogen in de hand. Op den voorgrond zit een witbruine krulhond, en tegen de tafel staat eene lei, waarop als met krijt geschreven staat:
D. Pater /      / / /

/ / /


H. van de Pol      / / /
/ / /      

D. Blauw            / / /
/ / /      

Bartholomeus
van der Helst
1657.


[31]


– 31 –

118. men wil dat dit de namen zijn der hier verbeeld wordende personen, en om dat de vierde hier ook op de lei (en nergens anders) geplaatst is, dat dit den schilder zelve moet verbeelden.

HELST. (bartholomeus van der)

No.

119. Een onbekend mans portret.

HELST. (bartholomeus van der)

120. De wedergade van het voorgaande, zijnde een onbekend vrouwen portret.

HELST. (bartholomeus van der) en ludolf backhuizen.

121. Twee stuks, zijnde de portretten van den luitenant-admiraal Aart ven Nes en deszelfs huisvrouw.

HEIJDEN, (jan van der)
geb. 1637, overl. 1712.

122. Een stadgezigt, zijnde een hollandsche gracht met hoog geboomte en schilderachtige gebouwen, aan eene schutsluis. Dit stuk, een der fraaiste van dezen meester, is bovendien versierd met figuren, geschilderd door zijnen beroemden kunstgenoot adriaan van de velde.


[32]


– 32 –

HEIJDEN. (jan van der)

No.

123. Een fraai stadsgezigt, met eene schilderachtige brug, prachtige gebouwen en hoog geboomte; vooraan ziet men eene vrouw, met een’ emmer een’ trap afgaande, terwijl een heer, verzeld van een’ hond, een’ ander’ heer en eene vrouw schijnt te groeten, welke figuren geschilderd zijn door adriaan van de velde.

HEIJDEN. (jan van der)

124. De wedergade van het voorgaande, zijnde een fraai stadsgezigt, vertoonende eene gracht met hoog geboomte, waar langs men van tusschen eene valbrug zeer veel schilderachtige gebouwen ziet, benevens eene menigte figuren, welke door adriaan van de velde geschilderd zijn.

HILLEGAARD, (paulus van)
overl. 1658.

125. Het afdanken der waardgelders, door prins Maurits, op de Neude, te Utrecht.

HOEDT, (gerard)
geb. 1648, overl. 1733.

126. Het huwelijk van Alexander en Roxane, voor den tempel van Juno.

HOEDT. (gerard)

127. De wedergade van het voorgaande, zijnde een triumf van Alexander.


[33]


– 33 –

HOEDT. (gerard)

No.

128. Een landschap met ruïnen en figuren.

HOEDT. (gerard)

129. Een landschap, zijnde de wedergade van het voorgaande.

HOLBEIN, (hand)
geb. 1498, overl. 1554.

130. Het portret van keizer Karel den vijfden.

HOLBEIN. (hans)

131. Het portret van Robert Sidney.

HOLBEIN. (hans)

132. Het portret van Desiderius Erasmus.

HOLBEIN. (hans)

133. Het portret van keizer Maximiliaan van Oostenrijk.

HONDEKOETER, (melchior de)
geb. 1636, overl. 1695.

134. Een stuk met eenden en duiven.

HONDEKOETER. (melchior de)

135. Een landschap, waarin eene witte hen met hare kuikens, een paauw en eene pauwin, een duif en verscheide vreemde vogels.
C      


[34]


– 34 –

HONDEKOETER. (melchior de)

No.

136. Een bloemstuk met verscheide planten, voge[le]n en kapellen.

HONDEKOETER. (melchior de)

137. Een stuk met dood gevogelte.

HONDEKOETER. (melchior de)

138. Afbeelding van verscheidene papegaaijen, vreemde vogels en apen.

HONDEKOETER. (melchior de)

139. In een fraai landschap ziet men een’ dooden reiger, opgehangen aan den tak van eenen boom, waaronder eenige dooden eenden, patrijzen, eene gans en eenig jagtgereedschap.

HONDEKOETER. (melchior de)

140. De wedergade van het voormelde. In een’ tuin slaat een voetstuk; waarop een pot met een oranjeboom geplaatst is, hierbij ziet men een’ dooden reiger, faizanten en een haas, benevens eenig jagtgereedschap. Op den tweeden grond een paauw en eene paauwin; deze beide schilderijen zijn van de voortreffelijkste van dezen meester.

HONDEKOETER. (melchior de)

141. In een grootsch landschap of hofstede ziet men op den voorgrond van het water een’ zeer


[35]


– 35 –

141. fraaije pelikaan, en in en bij het water nog eene menigte uitlandsche eenden en gevogelte. Dit stuk is bekend onder den naam van het drijvend veertje, om eene kleine veder, welke zeer natuurlijk op het water schijnt te drijven.

HONTHORST, (gerard)
geb. 1592, overl. 1680.

No.

142. Een vrolijk man, met eene kan en glas in de handen.

HONTHORST. (gerard)

143. Het portret van Willem den tweeden, ter halver lijve.

HONTHORST. (gerard)

144. Het portret van prins Willem den tweeden.

HONTHORST. (gerard)

145. Twee stuks, zijnde de portretten van prins Fredrik Hendrik, en deszelfs gemalinne Amelia van Solms.

HOOGE. (pieter de)

146. In een portaal of kelderkamer, belegd met groene en geele vloersteenen, ziet men eene vrouw, komende uit een kelder met eene kan bier, gereed om een kind te laten drinken; ter regterzijde ziet men door een openstaand venster van eene opkamer op eene poort, en ter linkerzijde in den kelder.
C 2      


[36]


– 36 –

HUCHTENBURG, (johan van)
geb. 1646, overl. 1738.

No.

147. De bataille aan de Boyne.

HUCHTENBURG. (johan van)

148. Een gevecht van ruiters.

HULSWIT, (jan)
geb. 1766, overl. 1822.

149. Een landschapje, met een molen.

HULSWIT. (jan)

150. Een gezigt op een stads waterpoortje.

HUIJSUM, (jan van)
geb. 1682, overl. 1749.

151. Op een marmeren voetstuk liggen eenige uitgelezene vruchten, als witte druiven, een opgesneden meloen, een granaatappel, perziken, pruimen e.z.v.; alles uitkomende tegen een lichten achtergrond. Dit stuk is een der uitvoerigste en voortreffelijkste van dezen grooten meester.

HUIJSUM. (jan van)

152. Een der fraaiste bloemstukken van dezen grooten meester.

HUIJSUM. (jan van)

153. Een arcadisch landschap, met prachtige gebouwen, zeer schoone beelden en beesten.


[37]


– 37 –

HUIJSUM. (jan van)

No.

154. Een arcadisch landschap (de wedergade van het voorgaande) met eenige nymphen, welke een altaar met bloemen versieren.

J.

JANSON, (de oude)
geb. 1729, overl. 1784.

155. Het voormalige slot te Heemstede.

JARDIN, (karek du)
geb. 1640, overl. 1678.

156. Het portret van dezen beroemden schilder door hem zelve geschilderd, gekleed in eene zwarte zijden mantel, zijn linkerhand op de borst houdende.

JARDIN. (karel du)

157. Het portret van den heere Reinst, voornaam begunstiger van dezen groeten schilder, met wien hij naar Italië vertrokken is.

JARDIN. (karel du)

158. De portretten van vijf regenten van het spin- of tuchthuis, ten voeten uit, waarvan vier zitten aan eene tafel, hebbende een derzelven in de hand een impostbiljet, hetwelk is onderteekend »Muilman,” terwijl de vader of


[38]


– 38 –

158. opzigter der gevangenis hun een rekwest aanbiedt. Hetzelve is zeer meesterlijk door dezen beroemden landschapschilder gepenseeld.

JARDIN. (karel du)

No.

159. Eene der beroemdste schilderijen van dezen grooten meester. In een zeer zonachtig landschap, ziet men op den tweeden grond eene boerenwoning, voor dezelve een boer, bezig zijnde met koren te wannen. Op den voorgrond eene fraaije en zeer rijke groep beesten.

JARDIN. (karel du)

160. Eene italiaansche herberg, voor dezelve eenige figuren en muilezels.

JARDIN. (karel du)

161. Voor eene herberg staat eene vrouw, welke de waardin schijnt te zijn; bij haar ziet men een trompetter te paard, welke bezig is met drinken.

JONG, (ludolf de)
geb. 1616, overl. 1697.

162. Twee stuks, zijnde de portretten van den schout bij nacht J. van Nes en deszelfs huisvrouw.

JORDAANS, (jacobus)
geb. 1594, overl. 1678.

163. De veldgod Pan, tegen een’ boom zittende, bij eene kudde geiten. Dit schilderij is volmaakt


[39]


– 39 –

163. in de hoogste toon van p. p. rubbens geschilderd, en is wegens kloekheid van behandeling en waarheid van uitdrukking, de roem waardig, een der beste te wezen van deszelfs maker.

K.

KALF, (willem)
geb. 1630, overl. 1693.

No.

164. Op eene tafel ziet men een’ porseleinen schaal, gevuld met china’sappelen en citroenen, ter regterzijde staat een zilveren schenkkan, benevens een rhijnsche wijnroemer, op een gouden voetstuk; meesterlijk, krachtig en natuurlijk verbeeld.

KEIZER. (hendrik de)

165. De portretten van Rombont Hoogerbeets, zijne vrouw en hunne kinderen.

KEIZER. (hendrik de)

166. Het portret van den historieschrjver Pieter Cornelisz. Hooft, drost van Muiden.

KLEIJN, (pieter rudolph)
geb. 1785, overl. 1816.

167. Een gezigt bij den ingang van het park te St. Cloud.


[40]


– 40 –

KLEIJN. (pieter rudolph)

No.

168. Een uitgestrekt landschap, van eene hoogte af te zien.

KLEIJN. (pieter rudolph)

169. Een gezigt aan de Seine bij Parijs, gestoffeerd door j. hulswit.}}

KOEDIJK. (nicolaas)

170. Het portret ten voeten uit van den luitenant-admiraal Pieter Pietersz. Hein.

KONING (philip de) geb. 1649, overl. 1689.
en dirk van bergen.

171. Een der fraaiste schilderijen van den eerstgenoemden meester, verbeeldende op den voorgrond den ingang van een bosch, waaruit een veehoeder met eenige ossen, een jongen en een hond schijnen te komen. Op den tweeden grond eene rivier, en daar achter een zeer uitgestrekt verschiet van landschap, rivieren en bergen.

L.

LAIRESSE, (gerard de)
geb. 1640, overl. 1711.

172. Twee zinnebeeldige voorstellingen in het graauw.

LAIRESSE. (gerard de)

173. Mars, Venus, Kupido en Merkurius.


[41]


– 41 –

LAIRESSE (gerard de)

No.

174. Mars, Venus en Kupido.

LAIRESSE. (gerard de)

175. Diana en Endymion.

LAIRESSE. (gerard de)

176. Dit fraaije stuk verbeeldt Seleucus, afstand doende van zjne vrouw en scepter aan zijn’ zoon Antiochus. Men ziet voor het bed van Antiochus, Seleucus en Stratonice. Verder is deze grootsche afbeelding versierd met fraai antiek bijwerk.

LANFRANC. (jean)

177. Joannes de Dooper, hebbende eene nap in de hand, en de kruisstaf op den schouder.

LAUWERS, (jacobus)
geb. 1754, overl. 1800.

178. Voor eene boerenwoning ziet men eene vrouw bij een waterput.

LELIE, (adrianus de)
geb. 1755, overl. 1820.

179. In een binnenhuis ziet men een’ boer zijn pijp stoppende, verzeld van eene vrouw en een kind.


[42]


– 42 –

LEIJDEN, (lucas van)
geb. 1494, overl. 1533.

No.

180. Het portret van Filips van Bourgondië.

LIEVENS, (jan)
geb. 1607.

181. Het portret van den dichter Joost van Vondel.

LIMBURG, (hendrik van)
geb. 1680, overl. 1758.

182. Eene zeer fraaije italiaansche zeehaven, met schepen en eene menigte figuren.

LINGELBACH. (johannes)
geb. 1615, overl. 1687.

183. Eene zeer fraaije italiaansche zeehaven, met schepen en eene menigte figuren.

LINGELBACH. (johannes)

184. Een landschap in de manier van wijnants en wouwerman, met eene menigte figuren en paarden.

LINGELBACH. (johannes)

185. Op een plein voor eene hofstede ziet men een rijschool, alwaar een bediende een rijpaard oefent. Op den voorgrond staat eene koets met twee witte paarden, welke Schijnt te wachten naar verscheidene personen, die zich ter jagt gereed maken; een fraai grijs paard wordt door


[43]


– 43 –

185. een’ bediende aan de hand gehouden. Verder nog eenige bruine paarden, een heer en eene vrouw, en een jongen met twee jagthonden.

LINGELBACH. (johannes)

No.

186. Een italiaansche zeehaven, met zeer veel gebouwen, galeijen, figuren en verder bijwerk.

LINTHORST, (johannes)
geb. 1755, overl. 1815.

187. Een fruitstuk.

LINTHORST. (johannes)

188. Een bloemstuk.

LINTHORST. (johannes)

189. Een fruitstuk.

M.

MAAS, (nicolaas)
geb. 1632, overl. 1693.

190. Een jong meisje liggende uit een venster, en rustende met de hand op een kussen.

MUZZUOLI, (door of in de manier van f.)
ook genaamd il parmegianio.

191. Eene Madonna met de kind Jezus.


[44]


– 44 –

MEER de jonge, (johan van der)
geb. 1608.

No.

192. Een zeer aangenaam boomrijk en bergachtig landschap. Op den voorgrond liggen eenige schapen en lammeren, benevens een slapende jonge herder met een’ hond.

MEER. (de delftsche van der)

193. De trap van het gewezene St. Agatha-klooster te Delft, op welke Willem den eersten, prins van Oranje, is doodgeschoten.

METZU, (gabriel)
geb. 1615, overl. 1658.

194. Dit kleine doch zeer fraaije schilderijtje verbeeldt een oud man met een bonten mutsje op het hoofd, zittende in een vergenoegde stemming, rustende met de regterhand waarin hij een tabakspijp houdt, op een vat, in de andere heeft hij een tinnen bierkan.

METZU. (gabriel)

195. Deze fraaije schilderij verbeeldt een man en eene vrouw, aan eene gedekte tafel zittende.

MEIJER. (h. de)

196. Het vertrek van prins Willem den derden, van Scheveningen naar Engeland.


[45]


MIEREVELD, (michiel)
geb. 1568, overl. 1641.

No.

197. Het portret van Smelfin, veldoverste onder prins Maurits.

MIEREVELD. (michiel)

198. Het portret van Hugo de Groot, oud zijnde een en veertig jaren, in het jaar 1631.

MIEREVELD. (michiel)

199. Het portret van ’s lands advokaat Joan van Oldenbarneveld.

MIEREVELD. (michiel)

200. Het portret van Filips Willem, prins van Oranje.

MIEREVELD. (michiel)

201. Het portret van prins Willem den eersten.

MIEREVELD. (michiel)

202. Het portret van prins Maurits ten voeten uit.

MIEREVELD. (michiel)

203. Het portret van prins Frederik Hendrik.

MIEREVELD. (michiel)

204. Het portret van Cornelia Tedingh van Berkhout, huisvrouw van den luitenant-admiraal Marten Harpertsz. Tromp.


[46]


– 46 –

MIEREVELD. (michiel)

No.

205. Het portret van den raadpensionaris en dichter Jakob Cats.

MIERIS, (frans van)
geb. 1635, overl. 1681.

206. Eene in het satijn gekleede vrouw, zittende voor eene met rood fluweel bedekte tafel, is bezig met een’ brief te schrijven, waarnaar een bediende schijnt te wachten; op de tafel ligt eene luit, en op den voorgrond staat eene met groen fluweel bekleede tabouret, waarop een spaansch hondje ligt te slapen.

MIERIS. (frans van)

207. Bij lamplicht ziet men eene vrouw, welke op de guitar speelt, in het verschiet drie personen op de kaart spelende.

MIERIS, (willem van)
geb. 1662, overl. 1747.

208. In een nis ziet men een’ hoenderkooper met patrijzen, faizanten en een mandje met eijeren.

MIERIS. (willem van)

209. Een biddende heremiet, met de oogen op een kruisbeeldje gevestigd; een doodshoofd, boeken en schriften versieren dit uitvoerig kunststukje.


[47]


– 47 –

MIGNON, (abraham)
geb. 1639, overl. 1679.

No.

210. Op eene steenen tafel ziet men een vaas, gevuld met de sierlijkste bloemen, overhellende door de beweging eener kat, die een groote muizenval heeft omgeworpen, en waaruit de muis tracht te ontkomen. Dit zeer uitvoerig stuk is een der beste van dezen zeer verdienstelijken kunstschilder.

MIGNON. (abraham)

211. Op eene marmeren tafel, bedekt met een groen kleed, ziet men eene menigte vruchten, benevens een’ kreeft en een rijnsche wijnroemer, met onderscheide bijwerk.

MOMPER, (jodocus de)
geb. 1580.

212. Een landschap met figuren en beesten.

MONI, (louis de)
geb. 1698, overl. 1771.

213. Uit eene nis ziet men een vrouw, bezig zijnde met bloemen te begieten.

MOOR, (Ridder karel de)
geb. 1650, overl. 1738.

214. Het portret van den dichter en schilder Jan van Geel.


[48]


– 48 –

MOREELSE, (paulus)
geb. 1517, overl. 1638.

No.

215. Deze beroemde schilderij verbeeldt eene bevallige herderin, met een bloemenkrans om het hoofd.

MOREELSE. (paulus)

216. Het portret van Maria van Utrecht, weduwe van Joan van Oldenbarneveld.

MOREELSE. (Door of in de manier van paulus)

217. Het portret van eene zeer rijk gekleede vrouw.

MOREL, (j. e.)
geb. 1777, overl. 1808.

218. Op een steenen voetstuk staat eene vaas, waarin eene menigte van allerlei bloemen.

MORILLOS, (. .)
geb. 1613, overl. 1685.

219. De boodschap van den engel aan Maria.

MOUCHERON, (frederik de)
geb. 1633, overl. 1686.

220. Een landschap met jagers, zijnde laatstgemelde geschilderd door a. van de velde.

MIJTENS, (johannes)
geb. 1612.

221. Twee stuks, zijnde de portretten van den luitenant-admiraal Cornelis Tromp en zijne huisvrouw.


[49]


– 49 –

MURAND, (emanuel)
geb. 1622, overl. 1700.

No.

222. Een boeren bouwval, gestoffeerd met beelden, varkens, hoenders e. z. v.

N.

NAIVEU, (matthijs)
geb. 1649, overl. 1721.

223. Een biddende St. Hieronimus, geknield voor een altaar, hetwelk met een tapijt gedekt is.

NEEFS, (pieter)
geb. 1570, overl. 1651.

224. Een der kerken te Antwerpen van binnen, met een processie en eene menigte kerkgangers.

NEEFS. (pieter)

225. Het binnengezigt van eene roomsche kerk, met eene menigte figuren; van verre ziet men naar het koor.

NEER, (eglon van der)
geb. 1643, overl. 1703.

226. De historie van Tobias. Men ziet Tobias, reizende met een’ engel, en door hem beschermd wordende tegen een’ visch, welke uit de rivier opkomt.
D      


[50]


– 50 –

NEER, (aart van der)
geb. 1619, overl. 1684.

No.

227. Een wintergezigt met schaatsenrijders.

NETSCHER, (gaspar)
geb. 1639, overl. 1684.

228. In een binnenvertrek ziet men eene prachtig gekleede vrouw, bezig zijnde met het haar van een jongetje op te tooijen: verder staat een klein meisje, hare tong uitstekende voor een’ spiegel, terwijl eene dienstmeid eene kom met water aanbrengt.

NETSCHER. (gasper)

229. Het portret van Constantinus Huygens, de vader.

NOËL, (p.)
overl. 1822.

230. Een jonge wijngaardenier een zeer bevallig meisje omarmende.

O.

OUDENROGGE. (j.)

231. Eenige wevers, zittende te drinken bij het vuur niet verre van een weefgetouw.

OUWATER, (izaak)
geb. 1747, overl. 1793.

232. Twee stuks gezigten in Amsterdam, het eene op den onvolmaakten toren van de nieuwe


[51]


– 51 –

232. kerk, het andere op de St. Anthonies waag en nieuwe markt.

OS, (jan van)
geb. 1744, overl. 1808.

No.

233. Een bloem- en vruchtenstuk.

OSTADE, (adriaan van)
geb. 1610, overl. 1685.

234. Een boeren gezelschap, zittende voor eene boerenwoning.

OSTADE. (adriaan van)

235. In eene schilderkamer ziet men op den voorgrond een’ schilder voor zijn schilderezel gezeten, bezig zijnde aan eene daarop staande schilderj te arbeiden; ter zijde van dezelve ligt een bruine hond; achter in het vertrek staat een jongen verw te wrijven, voorts eene ton, waarop eenige teekeningen liggen, en een daarbij staande leerling, die verw op de palet zet. Verder eenig bijwerk.

OSTADE. (izaak van)

236. Een lagchende boer, eene aarden kan in de hand houdende.

OSTADE. (izaak van)

237. Voor eene boeren herberg ziet men een wit paard en verscheide stilhoudende reizigers.
D 2      


[52]


– 52 –

P.

PETERS, (bonaventura)
geb. 1614, overl. 1662.

No.

238. Het verbranden der engelsche vloot in de haven van Chattam.

POEL. (e. van der)

239. Het springen van den kruidtoren te Delft.

POEL. (e. van der)

240. Een boeren binnenhuis, waarin eene vrouw zit baars schoon te maken: nevens haar staat een kind, en op den voorgrond een koperen ketel, eene mand met groenten, een doode eend en eenig keukengereedschap. In de verte ziet men een’ boer en eene boerin, waarvan de laatste een schaap melkt.

POELENBURG, (cornelis)
geb. 1586, overl. 1660.

241. In een aangenaam bergachtig landschap vertoonen zich verscheide naakte nimfen, van welke eenige vlugten op het gezigt van twee faunen, die haar van achter het gebergte bespieden.

POELENBURG. (cornelis)

242. Het verdrijven van Adam en Eva uit het Paradijs.

POELENBURG. (cornelis)

243. Een landschap met badende figuren.


[53]


[53]


– 53 –

POELENBUBG. (cornelis)

No.

244. Een dito, zijnde de wedergade van het voorgaande.

POTTER, (paulus)
geb. 1625, overl. 1644.

245. In een grootsch heuvelachtig landschap, ziet men in het midden van een plantrijken voorgrond een’ rood bonten os, een zwart bonten bok, een ram, twee schapen en een lam. Wat verder een liggend rood geelachtig kalf of pink. Aan de linkerzijde een’ ouden eik, waarbij eene vrouw met een kind aan de borst gezeten is, benevens een groote zwart bruine hond. Nevens en tegen den boom staat een man, welke op den doedelzak speelt; op den tweeden grond ziet men een’ vaal gekleurden os, een bruin paard, en een graauwen ezel. Ter regterzijde is een hooge heuvel, met rijk geboomte, en een aantal grazende schapen en bokken. In het verschiet een oud gebouw, tusschen het geboomte uitkomende. Een der zeldzaamste en beste stukken van dezen meester.

POTTER. (paulus)

246. Een bergachtig en boomrijk landschap. Men ziet in hetzelve Orpheus spelende, terwijl allerlei soort van dieren rondom hem naar het geluid zijner snaren schijnen te luisteren. Dit beroemde stuk is in den besten stijl van dezen meester geschilderd.


[54]


– 54 –

POTTER. (paulus)

No.

247. Dit schilderij is bekend onder den naam van de beerenjagt; op den voorgrond is een beer, welke zich verweert tegen eenige honden, die hem aanvallen; voorts ziet men een’ man met uitgetogen sabel, zittende op een bruin paard; een jonge beer klimt in een’ boom, en wordt door een der honden vervolgd. De grimmigheid en de woede der dieren is verwonderlijk waar en krachtig uitgedrukt.

POTTER. (paulus)

248. In een fraai landschap ziet men een’ veehoeder, met eenige schapen en eene koe.

POTTER (door of in de manier van paulus)

249. Een stalknecht, bezig zijnde met stroo te snijden. Aan het museum vereerd door den heer baron van spaen van biljoen.

POURIBUS, (frans)
geb. 1570, overl. 1622.

250. Het portret van Elisabeth, koninginne van Engeland.

PRINS, (hendrik)
geb. 1758, overl. 1805.

251. Een zeer schilderachtig stadsgezigt, zijnde eene markt met prachtige gothische gebouwen, kerk, enz.


[55]


– 55 –

PIJNAKKER, (adam)
geb. 1621, overl. 1673.

No.

252. Een bergachtig landschap, met hoog geboomte, aan eene rivier, waarop tegen den oever eenige vaartuigen liggen. Op den voorgrond eenige beesten, figuren en een nedergevallen boom.

Q.

QUINKHARD. (julius)

253. Een binnenhuis met twee musicerende personen.

R.

REMBRAND VAN RHIJN,
geb. 1606, overl. 1674.

254. Dit stuk is door geheel Europa bekend onder den naam van de nachtwacht van rembrand, doch schijnt eigenlijk te moeten verbeelden het uittrekken van den heer kapitein F. B. Kok, ridder, heer van Purmerland en Ilpendam, met zijne onderhebbende officieren en schutters, om op het wit te schieten; dit komt waarschijnlijk voor, doordien er een schutter op den voorgrond reeds bezig is met zijn geweer te laden, en anderen zich hiertoe gereed schijnen te maken. Bovendien is er nog een jong meisje, in sierlijke kleeding, welke ter zijde aan haren gordel een witte haan (zijnde misschien de prijs voor den besten schutter) vast gemaakt heeft,


[56]


– 56 –

254. terwijl er een jongen op den voorgrond ter linkerzijde, met een’ grooten kruithoorn wegloopt, en een ander schutter met een eiken krans om den helm versierd is. Dit stuk, (gemerkt met het jaartal 1642,) hetwelk het onderwerp van beschrijving en beoordeeling van de meeste in- en uitlandsche schrijveren over de schilderkunst geweest is, wordt algemeen geacht, als verwonderenswaardig, zoo ten opzigte van groote kracht, als stout penseel, waardoor met zoo weinig moeite eene zoo schitterende en sprekende schildering is voortgebragt. Boven aan een pilaar ziet men eenig beeldwerk, rondom een ovaal, waarop de namen der verbeeld wordende personen geschreven zijn, zijnde:
Frans Banning Coux, heere van Purmerland en Ilpendam, kapitein.
Willem van Ruijtenberg van Vlaardingen, heere van Vlaardingen, luitenant.
Jan Visscher Cornelisse, vaandrich.
Rombout Kemp, sergeanten.  
Reinier Engel,
Barent Harmense. Jacob Dirkse de Boog.
Jan Adriaan Kijzer. Jan van der Hard.
Hendrik Willemse. Johan Schellinger.
Jan Ockerze. Jan Bringman.
Jan Mettessen Bronkhorst. Jan van Krampoort,
Harmen Jacob Verraken. tambour.


57]


– 57 –

REMBRAND VAN RHIJN.

No.

255. De onthoofding van Joannes den Dooper; de scherpregter heeft het hoofd in een’ schotel, en in de andere hand een zwaard, ter zijde staat Herodias in eene sprekende houding, ziende naar hare moeder, welke zich in eene peinzende gestalte nevens den scherpregter bevindt; achter dezelve zijn nog eenige figuren.

REMBRAND VAN RHIJN.

256. Een der beroemdste stukken van dezen meester, verbeeldende vijf bestuurders van het Staalhof te Amsterdam, vier derzelve zitten aan eene tafel, welke met een rood tapijt gedekt is, en waarop een opengeslagen boek is liggende, waarover zij schijnen te spreken, een derzelve is opstaande, en achter hun staat met ongedekte hoofde nog een ander persoon, allen schijnen met aandacht op te zien, als of zich iemand voor hun vertoonde.

REMBRAND VAN RHIJN.

257. Het portret van den ontvanger te Utrecht, Pieter van Uitenbogaard.

RENI, (guido)
geb. 1574, overl. 1643.

258. Maria Magdalena, verzeld van twee engelen, omringd van wolken.


[58]


– 58 –

RIETSCHOOF, (jan claatze)
geb. 1652, overl. 1719.

No.

259. Twee zeestukken, een stil en een woelend water.

RING. (pieter de)

260. Op eene tafel, bedekt met een blaauw fluweelen kleed, ziet men verscheidene vruchten, kreeften, oesters, enz.

ROEPEL, (coenraad)
geb. 1679, overl. 1748.

261. Een bloemstuk.

ROEPEL. (coenraad)

262. De wedergade van de voorgaande, zijnde een fruitstuk.

ROMEIN. (willem)

263. Een italiaansch landschap met beesten.

ROMEIN. (willem)

264. Een landschap met onderscheidene beesten bij eene rivier.

ROMEIN. (willem)

265. De wedergade van het voorgaande, zijnde een landschap met beladen muilezels en koeijen.


[59]


– 59 –

RECHTERS, (tiebout)
geb. 1700, overl. 1768.

No.

266. Het portret van den historieschrijver der stad Amsterdam, Jan Wagenaar, zittende in een studeerkamer voor eene tafel, welke voorzien is met oude beschrevene pergamenten, privilegiën, boeken, papieren en schrijftuig, zeer uitvoerig behandeld.

ROTTENHAMER, (hans)
geb. 1564, overl. 1604.

267. Mars en Venus met verscheide andere figuren.

ROTTENHAMER. (hans)

268. Maria met het kind Jezus, waarbij Jozef, Joannes en Catharina, benevens verscheide engelen.

RUBBENS, (de ridder petrus paulus)
geb. 1577, overl. 1640.

269. Dit stuk verbeeldt de romeinsche ouderliefde. Een grijsaard, veroordeeld om van honger te sterven, wordt in de gevangenis door zijne dochter met hare borst gevoed. Een der beste van dezen beroemden meester.

RUBBENS. (de ridder petrus paulus)

270. Deze treffelijke ordonantie verbeeldt Jezus, bezwijkende onder de kruisdraging in het opgaan


[60]


– 60 –

270. van den berg Calvarie. De groote schilderij van dit onderwerp, was weleer geplaatst in de abdije van Afflingen, tusschen Brussel en Gent.

RUBBENS. (de ridder petrus paulus)

No.

271. Eene schets van de ontmoeting van Jacob en Ezau.

RUISDAAL, (jacob)
geb. 1636, overl. 1681.

272. Een woest bergachtig landschap, met boomen en rotsen, tusschen de laatstgemelde vertoont zich eene rivier, waarin een zeer grootsche waterval, waarvan het water tusschen de roteen en nedergevallen boomen, op den voorgrond uitstroomt; in het verschiet worden de bergen door het zonlicht zeer aangenaam beschenen.

RUISDAAL. (jacob)

273. Een landschap met eene waterval, op een afstand een kasteel, gelijk aan dat van Bentheim; verder een zeer uitgestrekt en fraai verschiet.

RUISCH, (rachel)
geb. 1664, overl. 1750.

274. Een bloemstuk. In eene flesch op eene steenen tafel ziet men een aantal bloemen.


[61]


– 61 –

S.

SAENREDAM, (pieter)
geb. 1597.

No.

275. Het gezigt van een gedeelte van de groote kerk te Haarlem, van binnen, met eenige wandelende figuren.

SAENREDAM. (pieter)

276. Het gezigt van de groote kerk te Haarlem, van binnen, met eenige figuren.

SCHALKEN, (godfried)
geb. 1643, overl. 1706.

277. Het portret van den koning Willem den derden; bij kaarslicht voorgesteld.

SCHALKEN. (godfried)

278. Men ziet eene vrouw, welke bezig is met eene kaars in eene lantaren te doen, bij haar staat een jongen, welke een kool vuur aanblaast.

SCHALKEN. (godfried)

279. De wedergade van het voorgaande; men ziet een’ jongman welke eene pjp rookt, terwijl een jongen eene kaars in de hand heeft.

SCHALKEN. (godfried)

280. Deze geestige schilderij verbeeldt een jongen, die op eene onzindelijke wijze een ei eet;


[62]


– 62 –

280. waarbij een kleine jongen, die pap eet, en een oud man die lagchende hun beschouwt; men leest tegen de wand het engelsche spreekwoord every one his fancy, overeenkomstig met het hollandsche spreekwoord ieder zijn meug.

SCHALKEN. (godfried)

No.

281. De wedergade van het voorgaande, verbeeldende een jongman, welke met smaak eene pijp tabak rookt, in het verschiet een man en vrouw, welke met elkander spreken.

SCHOORL, (joan)
geb. 1495, overl. 1562.

282. Eene peinzende Maria Magdalena, nederziende op een doodshoofd, hetwelk zij in de hand heeft.

SCHOORL. (joan)

283. Eene zinnebeeldige vrouw, zittende in een landschap met eene vaas in de hand; en hebbende een hebreeuwsch geschrift op het kleed, moetende volgens hetzelve verbeelden de dochter Sions, zeer fraai in de manier van rafael behandeld.

SCHUPPEN. (von)

284. Het portret van prins Eugenius van Savoijen.


[63]


– 63 –

SCIAVONI, (andreas)
geb. 1522, overl. 1582.

No.

285. In een landschap ziet men levensgroot, bijna ten voeten uit, den heiligen Hubert, hebbende twee jagthonden aan de hand.

SLABBAERT. (h.)

286. Eene vrouw brood snijdende, terwijl twee kinderen bidden.

SLINGELAND, (pieter van)
geb. 1640, overl. 1691.

287. In een binnenhuis ziet men een gezelschap boeren, waarbij een vioolspeelder en een zingende jongen.

SLINGELAND. (pieter van)

288. Door eene nis ziet men het portret van een’ deftig bejaard man, gekleed in een japanschen rok, hebbende een horologie in de hand.

SNIJDERD, (françois)
geb. 1579, overl. 1657.

289. Op eene tafel ziet men verscheide soorten van dood wild, benevens een’ schaal met vruchten.

SNIJDERS. (françois)

290. Op eene tafel liggen eene doode ree, benevens een wilde zwijnskop, een kreeft, eenige groenten en bloemen.


[64]


– 64 –

SNIJDERS. (françois)

No.

291. De jagt van den hippopotamus en krokodil.

SPAGNOLETTI,
geb. 1589, overl. 1656.

292. Een vanitas, verbeeld wordende door een’ nakende grijsaard, welke rook uitblaast; hij heeft in de hand een glas en eene pijp; en zit voor eene tafel, met een opengeslagen boek.

STAVEREN. (jacomo van)

293. In een oud gewelf zit op den grond bij een’ dorren boom een biddende grijsaard, met een opengeslagen boek voor zich.

STAVEREN. (jacomo van)

294. Voor een open venster ziet men eene oude vrouw, een pot met bloemen begietende, naast haar hangt eene vogelkooi en ander bijwerk.

STEEN, (jan)
geb. 1636, overl. 1689.

295. Het portret van dezen beroemden meester.

STEEN. (jan)

296. Een boeren huisgezin, komende uit eene boeren woning, en zich begevende in eene schuit;


[65]


– 65 –

296. waarnaar een dronken boer door eene vrouw en een’ boer geleid wordt, een ander groet op eene snaaksche wijze eene vrouw, welke met een kind op den schoot reeds in den schuit zit.

STEEN. (jan)

No.

297. Eene bevallige boeren meid, bezig zijnde met het schuren van een’ tinnen kan, bij haar staat eenig huisraad, zoo als koperen lantaarnen, schotels enz.

STEEN. (jan)

298. Een bakker tot den gordel in het hemd, bezig zijnde zijn warm brood en koeken op het pothuis te leggen; achter hem staat een jongen, blazende op den horen. In het venster vertoont zich eene vrouw, hebbende een zoogenaamde zottinnekoek in de hand. Verder eenige wijngaardranken en bloemen.

De navolgende bijzonderheden zijn achter op dit schilderij geschreven.

      » Dit is een familiestukje.
» De backer is ’t portret van Arend Oostwaard.
» De vrou . . . . . Catarina Keyserswaard.
» De jonge is gedaan naar een jonge van Jan Steen.
      » Deze backer met zyn vrou hebben gewoond op den Rhyn 3 a 4 huyzen van de vrouwe brugge, tussen de vrouwesteegh en gasthuis, binnen Leyden.
      » Is, nu January 1738, ruim 70 jaaren geleeden, schilderdt.”

E      


[66]


– 66 –

STEEN. (Jan)

No.

299. Onder een’ boom staat, op een’ houten verheven vloer, een kwakzalver, terwijl een oud wijf met des kwakzalvers gek bezig zijn een’ boer te verbinden. Op den voorgrond wordt een dronken boer door een wijf in een kruiwagen naar huis gebragt. Voorts eene menigte aanschouwers, en in het verschiet een kasteel en dorp.

STEEN. (jan)

300. Dit beroemde stuk verbeeldt een St. Nikolaas feest. Men ziet verscheide kinderen, welke van hunne ouders de gewone geschenken van dien dag ontvangen. Een jongen staat huilende, terwijl men op eene geestige wijze hem eene roede laat zien, die in een’ zijner ledige schoenen gestoken is. De vrolijkheid der overige kinderen en het vergenoegen der ouders is op de sprekendste wijze en in den besten stijl van dezen meester, in dit stuk uitgedrukt.

STEEN. (jan)

301. In een groot binnenvertrek ziet men verscheidene personen, waarvan er drie aan eene tafel met de dobbelsteenen spelen. In het midden van de kamer hangt een papegaai in zijn kooi, eene vrouw reikt aan hem een stukje eten toe.


[67]


– 67 –

STEEN. (jan)

No.

302. In een binnenhuis ziet men eene vrolijke bruiloft, waar men zich met dansen vermaakt. Geestig voorgesteld.

STEENWIJK. (h.)

303. Een roomsche kerk, bij kaarslicht.

STOKVISCH, (hendrik)
geb. 1767, overl. 1818.

304. Een landschap, met een jonge herder, twee koeijen, schapen en een hond.

STRY, (abraham van)
geb. 1753, overl. 1824.

305. Een jongeling zittende te teekenen, hem staat zijn meester.

STRY. (abraham van)

306. Een ketelschuurster bij eenig keukengoed.

STRY, (jacob van)
geb. 1756, overl. 1815.

307. Twee stuks kapitale landschappen, rijk gestoffeerd, met onderscheidene dieren, als ossen, koeijen, schapen enz.

STRY. (jacob van)

308. Een land- en riviergezigt met figuren.
E 2      


[68]


– 68 –

T.

TENIERS, (david)
geb. 1610, overl. 1694.

No.

309. In eene boerenwoning zit een boer, met eene bierkan en tabakspijp in de hand. Verder ziet men een’ schoorsteen, waarbij nog een boer voor het vuur zit te rooken.

TENIERS. (david)

310. Eene wachtkamermet verscheidene officieren en zeer veel krijgstoerustingen.

TENIERS. (david)

311. Een gezelschap van vrolijke boeren en boerinnen.

TENIERS. (david)

312. De verzoekingen van den heiligen Anthonius. Men ziet dien heilige in eene rots eerbiedig nedergeknield voor een opengeslagen boek, hetwelk tegen een doodshoofd rust, rondom hem zijn verscheide zeer geestig zaamgestelde gedrochten en hoogvliegende helsche monsters. Dit stuk is van het fraaiste penseel van dezen beroemden meester.

TERBURG, (gerard)
geb. 1608, overl. 1681.

313. Het sluiten der vrede te Munster. 1648.


[69]


– 69 –

TERBURG. (gerard)

No.

314. In een deftig binnenvertrek ziet men eene bevallige jonkvrouw, gekleed in wit satijn, staande voor eene tafel, waaraan is zittende een heer en nog eene vrouw, schijnende met den ander in ernstig gesprek te zijn. Dit stuk is in allen opzigten een der voortreffelijksten van dezen meester.

TERWESTEN, (mattheus)
geb. 1670, overl. 1725.

315. Het portret van prinses Anna van Groot-Brittaniën, gemalinne van prins Willem den vierden.

TISCHBEIN.

316. Vier stuks portretten van prinsen en prinsessen van Oranje, in pastel.

TOL. (david van)

317. Door eene nis ziet men drie vrolijke kinderen, zich verheugende met eene kat in een muizenval.

TROOST, (cornelis)
geb. 1697, overl. 1750.

318. Het portret van dezen kunstschilder zelve.


[70]


– 70 –

U.

ULFT, (jacob van der)
geb. 1626.

No.

319. Twee italiaansche landschappen, met gebouwen en gebergten.

V.

VELASQUES. (diego)

320. Het portret van Karel Balthazar, zoon van Philippus IV, koning van Spanje.

VELDE, (adriaan van de)
geb. 1639, overl. 1672.

321. Een landschap, waarin zeer fraaije rustende en grazende beesten, benevens eenige figuren.

VELDE. (adriaan van de)

322. Dit meesterstuk stelt voor een boeren stulp aan den voet van een rijk begroeide heuvel, bij dezelve vertoont zich een zandige hoogte, met eenige planten begroeid. Voor de hut zit eene vrouw, houdende een korfje, ter regter zijde bevindt zich een landman, op een wit paard gezeten, benevens twee koebeesten en een schaap; ter linker zijde tot voor aan het midden ziet men drie groepen met schapen rondom eene roode koe. Dit uitmuntend tafe-


[71]


– 71 –

322. reel, een der voornaamste werken van dezen onnavolgbaren kunstenaar, laat niets te verlangen, wegens uitvoerigheid, waarheid, teekening en uitdrukking, en kan dus geroemd worden als een der voornaamste voortbrengsels uit de hollandsche school.

VELDE, (esaias van de)
geb. 1590.

No.

323. Eene zinspelende ordonantie, vertoonende prins Maurits van Oranje, zittende aan eene tafel, en bezig zijnde een kat de bel aan te binden; achter hem staat een oud man, welke met een’ geestelijken, in monniks gewaad een bundel pijlen los maken, wordende hierin door anderen geholpen; van verre ziet men vreemd krijgsvolk naderen, en het ontsteken van vuren. Voorts ziet men in de verte het binnenhof in den Haag, en voor hetzelve een schavot, waarop eene tafel geplaatst is, op welke eene kat zit, die men schijnt te willen onthoofden.

VELDE, (willem van de)
geb. 1610, overl. 1693.

324. Dit schoon tafereel vertoont het strijken der vlag en de overgave van het engelsche admiraalschip the royal prince, gevoerd door den ridder George Askue, admiraal van het eskader der witte vlag, en welk groot en schoon schip gedurende het gevecht, vast raakte op de zand-


[72]


– 72 –

324. bank, genaamd de galpert. Men ziet het engelsche scheepsvolk, schoon reeds gevangen, op verschillende plaatsen de geschutpoorten van gemelde schip inkruipen; wijders oorlogschepen, benevens een klein vaartuig, waarin de beroemde schilder van dit stuk zich op dien tijd in de vloot liet rond voeren, om alles van nabij te zien, en naar waarheid te kunnen afteekenen. Het bovengemelde gebeurde op den dertienden van Zomermaand 1666, zijnde de derde dag van den roemrijken zeeslag tusschen den luitenant-admiraal van Holland en Westvriesland, hertog en ridder, Michiel Adriaansz. de Ruiter, en de engelsche vloot, onder het opperbevel van den admiraal Monk, hertog van Albemarle.

VELDE. (willem van de)

No.

325. De wedergade van het voorgaande stuk, voorstellende het opbrengen der vier veroverde engelsche oorlogschepen, als the swiftsure, gevoerd geweest door den ridder William Barclay, vice-admiraal der witte vlag, de zeven wolden, de getrouwe George, en de convertine, alle gevoerd wordende naar het zoogenaamde Goereesche gat. Verder ziet men eene menigte zeilende schepen, sloepen en veel gewoel; in deze beide stukken is alles zoo helder, natuur-


[73]


– 73 –

325. lijk en uitmuntend afgebeeld, dat men dezelve houdt voor twee der besten van dezen voortreffelijken meester.

VELDE. (willem van de)

No.

326. Eene der fraaiste en beroemdste schilderijen van dezen meester. Dit stuk, weleer geplaatst in den schreijershoeks-toren te Amsterdam, verbeeldt de stad Amsterdam van het IJ te zien, van kattenburg af, tot aan de schreijershoekstoren; men ziet eene menigte zeilende schepen en jagten; van voren ziet men een groot hollandsch oorlogschip, hetwelk door een voorbijzeilend jagt met kanonschoten begroet wordt, benevens het roei-jagt der stad Amsterdam, en eene menigte sloepen en boten.

VELDE. (willem van de)

327. Aan een stil spiegelend water ziet men een havenhoofd, met verscheidene vaartuigen en kleine schuiten.

VELDE. (willem van de)

328. Een woelend water met verscheidene zeilende schepen. In het verschiet ziet men een jagt en andere vaartuigen.

VELDE. (willem van de)

329. Een zeer fraai stil water. Vooraan ziet men twee vaartuigen, en verder op twee oostindische schepen.


[74]


– 74 –

VENIUS, (otto)
geb. 1556, overl. 1634.

No.

330. Twaalf stukken, verbeeldende de gastmalen, strijden en heldendaden der oude batavieren onder hunnen veldheer Claudius Civilis. Deze stukken waren voorheen geplaatst in de treveskamer, of receptie-zaal der ambassadeurs bij huune hoog-mogende, in ’s Hage.

VENNE, (adriaan van der)
geb. 1589, overl. 1650.

331. Het portret van prins Willem den eersten, na zijn dood.

VENNE. (adriaan van der)

332. Prins Maurits van Oranje te paard, verzeld van zijne broeders en neven uit den huize van Nassau.

VERBOOM. (abraham)

333. Een groot boschgezigt, ter zijde eene rivier.
      Aangekocht uit de erfmaking van wijlen vrouwe johanna van rijswijk, weduwe de weled. heerMr. daniel balguerit, te Amsterdam.

VERSCHUUR. (lieve)

334. Het kielhalen van den chirurgijn van het schip van den admiraal van Nes, welke hij getracht had te vergeven.


[75]


– 75 –

VERSCHUUR. (lieve)

No.

335. Dit stuk schijnt te verbeelden het inzeilen van Karel Stuart, naderhand Karel den tweeden, koning van Engeland, binnen Rotterdam. Gemelde vorst is aan boord van een jagt, waarop van achteren het wapen van den huize van Nassau, geplaatst is; omringd van verscheide andere staten-jargten en kleindere vaartuigen, waarin zich eene menigte aanschonwers bevinden. Het jagt waarin de vorst zich bevindt, wordt begroet door het geschut van de wallen, en door de andere jagten en vaartuigen welke op stroom liggen.

VICTOR. (j. j.)

336. Jozef de droomen uitleggende aan den schenker en den bakker in de gevangenis.

VINCKEBOOM, (david)
geb. 1578.

337. Het hof in ’sHage, benevens prins Maurits en zijne hofstoet ter jagt uitrijdende.

VLIEGER. (simon de)

338. Een riviergezigt, met stil spiegelend water, waarop eene menigte vaartuigen, vooraan ligt een jagt, hetwelk het geschut lost, terwijl de


[76]


– 76 –

338. trompetter boven op staat te blazen. Waarschijnlijk is dit het begroeten van iemand, die van boord gaat, wijl men vooraan een sloep ziet, waarin een aantal personen in rijke kleeding. Vooraan ter regterzjde ligt nog een vaartuig, waarop eene menigte aanschouwers met ongedekte hoofden, en welk vaartuig ook met een kanonschot de sloep begroet.

VOIS, (arie de)
geb. 1641.

No.

339. De afbeelding van een’ vrolijken vischboer, staande met ontbloote borst, en hebbende zijne vischben op de schouders.

VOIS. (arie de)

340. Een vrolijk man, houdende een wijnglas in de regter en een fiool in de linker hand.

VRIES. (reinier de)

341. Een aangenaam boomrijk landschap.

VROOM, (hendrik corneliszen)
geb. 1566.

342. De admiraal van Heemskerk, overzeilende de spaansche galeijen voor Gibraltar.


[77]


– 77 –

W.

WEENIX, (jan baptista)
geb. 1621, overl. 1660.

No.

343. Een landschap, waarin op den voorgrond een doode haas, benevens nog eenig dood wild en een jagthond.

WEENIX. (jan baptista)

344. Aan den tak van eenen boom, hangt aan zijnen achtersten looper, een levensgroote haas, ter zijde liggen op den voorgrond twee patrijzen en een groninger; op den tweeden grond ziet men eene weitasch, een’ kruithoorn, benevens eenige bloemen en eene steenen vaas; in het schiet vertoont zich een grootsch hofgezigt.

WEENIX. (jan baptista)

345. Eene zeer heerlijke ordonantie van dood wild; aan eene fraaije antieke vaas hangen twee doode hazen, waarbij staat eene mand met druiven en ander fruit, aan hetwelk zich een klein aapje schijnt te vergasten, doch in eene nijdige houding omziet naar een klein wit hondje, dat tegen hem blaft. Op den voorgrond ligt een doode witte gans, met uitgespreide vlerken, een faizant, een haan en twee patrijzen. In het verschiet ziet men de hofstede Rijks-dorp, nabij Wassenaar, waarvan het huis alleen nog hedendaags dezelfde gedaante heeft.


[78]


– 78 –

WERFF, (Ridder adriaan van der)
geb. 1669, overl. 1727.

No.

346. Het levensgroote portret van dezen beroemden schilder, ter halver lijve, houdende het palet in de eene hand en in de andere een schilderij, waarop zijne vrouw en dochtertje verbeeld zijn.

WERFF. (Ridder adriaan van der)

347. Eene heilige familie. Maria in eene rustende houding, hebbende voor zich liggen het kind Jezus, dat spelende vrolijk grjpt naar een takje met rijpe kersen, hetwelk hem door Jozef wordt aangeboden. Dit stuk wordt gehouden voor een der voortreffelijksten van dezen meester. Het versierde eertijds het beroemde kabinet van den hertog de choiseul, en is in plaat in de daarvan bekende gegraveerde verzameling te vinden.

WERFF. (Ridder adriaan van der

348. Phsyché en Cupido, op een rustbed.

WERFF, (Ridder adriaan van der)

349. Dit stukje, een der fraaiste van dezen meester, vertoont een aangenaam landschap met een’ spelende herder en eene dansende nimf.

WERFF. (Ridder adriaan van der)

350. De heilige Hieronimus in de woestijn, met zeer veel bijwerk.


[79]


– 79 –

WERFF, (pieter van der)
geb. 1665, overl. 1718.

No.

351. Twee bevallige meisjes, welke een klein standbeeld met bloemen versieren.

WERFF. (pieter van der)

352. De wedergade van het voorgaande. Een jong meisje, welke het standbeeld van Venus schijnt te willen nateekenen; achter haar staat een jongman, haar met aandacht beschouwende.

WIT, (emanuel de)
geb. 1607, overl. 1692.

353. Een gezigt van een gedeelte der oude kerk te Delft, van binnen, met eenige figuren.

WIT. (emanuel de)

354. Eene kerk van binnen te zien, met eenige figuren.

WOLFF, (benjamin)
geb. 1758, overl. 1825.

355. Het portret van François I; naar Titiaen.

WOUWERMAN, (philip)
geb. 1620, overl. 1668.

356. In een bergachtig landschap ziet men op den tweeden grond een man, bezig eene kar te beladen, voor de kar een wit ontspannen


[80]


– 80 –

356. paard, daar nevens een bruin paard, aan den kop vastgehouden wordende door een’ smits jongen, terwijl een ander een achterbeen bij den hoef opligt om hetzelve te beslaan; wat verder ziet men den smit, bezig met het hoefijzer te begloeijen; eene zittende vrouw daar nevens en eenig bijwerk. Op den voorgrond ligt een rustende hond, voorts rijk gestoffeerd.

WOUWERMAN. (philip)

No.

357. Op den voorgrond ziet men een grijs paard, hetwelk door een’ slalknecht, zittende op een bruin drinkend paard, naar het water geleid wordt. Het eerstgemelde paard slaat achteruit naar een’ jongen, die hem schjnt te jagen; verder ziet men in het water nog een’ man op een wit bruin-bont paard, nog eenige andere paarden, en eene menigte beeldjes aan een brug, in het verschiet eenige oude schilderachtige gebouwen.

WOUWERMAN. (philip)

358. Een der twee bekende en beroemde stukken van dezen grooten meester: het stelt voor de overrompeling en plundering van een dorp, doch in hetwelk de boeren meester zijn, en zegepralen over het krijgsvolk; ingevolge hiervan vertoont zich op den voorgrond een oflicier,


[81]


– 81 –

358. halverlijf geheel uitgekleed, en de handen op de rug gebonden, terwijl een boer, in eene bespottende houding, des officiers monteering aan heeft, benevens hem staan nog twee snaaksche boeren; eenen doodliggenden officier worden de kleederen uitgetrokken; hierbij staat een gezadeld wit-getijgerd paard, en eenige vale en bruine paarden, van welke laatste kleur er een dood op den grond ligt. Ter zijde van dit alles wordt een militair door eenige boeren met geweld weggevoerd, en een anderen nog te paard zittende, overmeesterd. Op den tweeden grond ziet men verscheide schermutselingen: overal wordt het krijgsvolk verjaagd, en men ziet hen met allen spoed vluchten. In het verschiet bij het dorp, ziet men veel beweging en allerlei moedwil, welke de boeren tegen het krijgsvolk plegen.

WOUWERMAN. (philip)

No.

359. Dit beroemde stukje is bekend onder den naam van de reigerjagt. Op den voorgrond ziet men drie heeren en eene vrouw te paard, vergezeld van een’ bediende en honden. De tweede grond is mede verrijkt met het verder gevolg tot een reigerjagt behoorende. Het verschiet, doorsneden met eene rivier, eindigt in aangenaam gebergte, dat zich met de zeer bewolkte lucht vereenigt. Deze schilderij behoorde eertijds tot
F      


[82]


– 82 –

350. het kabinet van den hertog de choiseul, en de prent van hetzelve is in de bekende gegraveerde verzameling van dat kabinet te vinden.

WOUWERMAN. (philip)

No.

360. Een boeren gehucht, bij hetzelve is een hevig gevecht van boeren. Sommige der boerinnen trachten de boeren te scheiden, terwijl anderen vlugten. Op den tweeden grond ziet men drie paarden, en verder op eenige kermis-kramen.

WOUWERMAN. (philip)

361. Een landschap en veldgezigt, met verscheide figuren, paarden en bijwerk.

WOUWERMAN. (philip)

362. In een schilderachtig landschap ziet men verscheide heeren en vrouwen te paard, volgende de hertenjagt. Het verschiet vertoont de overblijfselen van een oud kasteel. Een der fraaiste kabinetstukjes van dezen meester.

WOUWERMAN. (philip)

363. Eene rijschool, met eene menigte figuren en paarden.

WOUWERMAN. (philip)

364. Een zeer aangenaam landschapje, met eene menigte figuren; in den besten stijl van dezen beroemden meester.


[83]


– 83 –

WIJCK, (thomas)
geb. 1616, overl. 1686.

No.

365. Een binnenhuis waarin eene vrouw aan het spinnewiel, bij haar een kind, een hond en verder bijwerk.

WIJNANTS, (jan)
geb. 1600, overl. 1670.

366. Op den voorgrond van dit zeer aangenaam en duinachtig landschap ziet men twee jagers en eenige honden. Ter zijde loopt een weg met geboomte, en nog een jager; verder op ziet men een’ veehoeder met eenige beesten, waar achter een zeer uitgestrekt berg- en boomrijk verschiet. De stoffagie is geschilderd door adriaan van de velde.

WIJNANTS. (jan)

367. Een zeer fraai boomrijk en duinachtig landschap, met beeldjes, koeijen en schapen; de stoffagie is mede geschilderd door adriaan van de velde.

WIJNANTS. (jan)

368. In een zeer boomrijk landschap, bij een’ opgaanden weg, vertoont zich eene gemetselde boeren woning; een boer ligt over de deur.
F 2      


[84]


– 84 –


368. Verder ziet men eene vrouw en kind. Dit fraaije stukje is zeer natuurlijk, en buiten de gewone manier van dezen meester.

Z.

ZACHTLEVEN, (herman)
geb. 1609, overl. 1685.

No.

369. Een rijngezigt met eene menigte vaartuigen en beeldjes.

ZACHTLEVEN. (herman)

370. Een dito, zijnde de wedergade van het voorgaande. Men ziet ter zijde van de rivier eene markt met eene menigte beeldjes.

ZACHTLEVEN. (herman)

371. Een zeer fraai rijngezigtje. Op den voorgrond aan den oever ziet men eene boeren woning, met eene menigte vaartuigen en beeldjes, en een zeer rijk bergachtig verschiet.


[85]


ONBEKENDE MEESTERS.

No.

372. Een altaarstuk, gevonden aan boord van het spaansch admiraalschip van de zilvervloot, genomen door den luitenant—admiraal Pieter Pietersz. Hein.
373. Een historiestuk, verbeeldende de romeinsche ouderliefde. Door den heer baron van spaen van biljoen aan het museum vereerd.
374. Eene heilige familie. Door den heer baron van spaen van biljoen aan het museum vereerd.
375. Een historiëele ordonantie. Door den heer baron van spaen van biljoen aan het museum vereerd.
376. De zeeslag voor Livorno, tusschen de nederlandsche en engelsche vloten, onder bevel van den commandeur Jan van Galen en Sir Appleton, den 14 Maart 1653.
377. Een mans beeld, met een staf in de hand.
378. Maria met het kind Jezus op de wolken.
379. Eene heilige familie, benevens Joannes in een landschap.
380. Een mans beeld, staande te spelen op een clavecimbaal.
381. De aanbidding der wijzen uit het oosten.
382. Twee stuks, zijnde de portretten van Frank van Borselen en Jacoba van Beijeren, afkomstig uit den huize Teilingen.


[86]


– 86 –

ONBEKENDE MEESTERS.

No.

383. Het portret van Kenau Hasselaar, met dit bijschrift:
K. H. Ziet hier een Vrouw, genaamd Kenau, vroom als een man: die talderdit, vromelyck bestrit, den Spensen tyran. act. 47. 1573.
384. Prins Maurits van Oranje te paard, met een zijner veldoversten; in het verschiet eene belegerde stad.
385. Het portret van Bernardus Prevostius, remonstrantsch predikant.
386. Het portret van Dirk Volkertsz Koornhert.
387. Twee stuks, de portretten van Mr. Willem van Velden en zijne echtgenoote Elsje van Houwening, de getrouwe dienstmaagd van Hugo de Groot.
388. Twee stuks, zijnde de portretten van de graven van Egmond en Hoorne, volgens het geschrift, hetwelk achter op een derzelve geplaatst is, namelijk: » Deze twee portretten zijn de graven van Egmond en Hoorn, komen van wegens J. L. Trip en vrouwe A. W. Trip, geboren van Limburg Stirum, zijnde oorspronkelijk uit het huis van de Graven van Limburg Stirum, verzonden van Breda naar ’s Hage aan het nationaal kabinet den 14 Junij 1804.”
389. Het portret van den Graaf Adolph van Nassau.


[87]


– 87 –

ONBEKENDE MEESTERS.

No.

390. Het portret van prinsesse Amelia van Solms, weduwe van prins Fredrik Hendrik van Oranje.
391. Het portret van den vice-admiraal Witte Kornelisz. de Witte.
392. Het portret van het zoontje van den luitenant-admiraal Aart van Nes.
393. Het portret van den kommandant, welke Breda door middel van een turfschip veroverd heeft, met dit bijschrift: » Breda à servitute Hispana Vindicata, 4 Maart 1590.”
394. De portretjes van den luitenant-admiraal Michiel Adriaansz. de Ruiter en zijne familie.
395. Het portretje van Fredrik, koning van Bohemen.
396. Twee portretjes, zijnde prins Maurits van Oranje en Joan van Oldenbarneveld, met de pen op ivoor geteekend.
397. Twee portretjes, zijnde Joan en Cornelis de Witt; met de pen op ivoor geteekend.
398. Twee oude portretjes van Charlemagne en deszelfs gemalinne.
399. Het portret van de prinsesse van Solms, weduwe van den maarschalk Jan Wolphaart van Brederode.
400. De graven Lodewijk, Jan, Adolph en Hendrik van Nassau, levensgroote, ten voeten uit.


[88]


– 88 –

ONBEKENDE MEESTERS.

No.

401. Het portret van den graaf Ernst Casimir van Nassau.
402. Het portret van denzelven, ten voeten uit.
403. Het portret van Hendrik Casimir, ten voeten uit.
404. Het portret van Sophia Hedwig van Brunswijk, gemalinne van graaf Ernst Casimir van Nassau.
405. Twee stuks portretten van graven van Nassau.
406. Het portret van den graaf van Leicester.
407. Het portret van Casper de Coligny, admiraal van Frankrijk.
408. Het portret van Ripperda, kapitein bij de belegering van Haarlem.
409. Het portret van Philips IV, koning van Spanje.
410. Het portret van Aelbert, hertog van Oostenrijk.
411. Het portret van Isabella Clara Eugenia.
412. Het portret van eene onbekende vorstin van dezelve familie.
413. Het portret van eene der princessen van Oranje.
414. Een deftig gekleed mansportret.
415. Acht en veertig stuks portretten van prinsen van Oranje en graven van Nassau, en andere voorname personen.