Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/12

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

4


Hoofdst. Bladz.
XXVII. Akkermannetjes 89
XXVIII. Meeuwen met zwarte en grijze mantels   92
XXIX. Bij de klimvogels 96
XXX. Van Katuilen en Torenvalken 99
XXXI. Van drie Zeeëenden 103
XXXII. Patrijzen en Kwartels 106
XXXIII. Nachtegalen?? 110
XXXIV. Lijsterstrikken 113
XXXV. Kruisbekvinken 116
XXXVI. Over Koperwieken en Beflijsters 119
XXXVII. Bij de Futen 122
XXXVIII. Hollandsche Pelikanen 126
XXXIX. Rietacrobaten 129
XL. Duikers 132
XLI. Hardloopers 135
XLII. Klein, maar dapper 139
XLIII. Over Bleshoenders 142
XLIV. Herfstgasten 145
XLV. Het vangen van Zeeganzen 149
XLVI. Bij de Piepers 152
XLVII. Dikbekken 155
XLVIII. Van drie aardige Ruitertjes 159
XLIX. Straatjongens 162
L. Onweersvogels 165